Het lichaam: kerker van de ziel?

Tekst door Phoebe Meekel

Stoom verlaat de warme dumplingbal, wanneer mijn zus hier een hap uit neemt. Een welverdiende snack na – naar mijn ervaring – duizend traptreden richting de Osenji tempel overbrugd te hebben. We praten over de mooie uitzichten en kleine sneeuwhopen die we tijdens de tocht hebben gezien. Ineens begint mijn rechtervoet te trillen, waardoor ik geen aandacht meer heb voor ons gesprek. Mijn hele been beweegt mee en ik verlies de controle. Ik commandeer mijn voet en been streng om te stoppen, maar het heeft geen zin: ze willen niet naar mij luisteren.

Ik realiseerde me in die situatie dat ik ontzettend afhankelijk ben van mijn lichaam en er soms weinig controle over heb. Toen mijn linkervoet en been precies hetzelfde begonnen te doen raakte ik helemaal afgeleid en gestrest. ‘Hebben jullie dit ook?’ vroeg ik aan mijn reisgenoten die onderuitgezakt in hun stoel de garnalendumplings aten. Natuurlijk hadden ook zij enige mate van vreemde trillingen. Dit was niet gek of zorgwekkend, onze benen zijn namelijk totaal niet gewend aan duizenden – al voelde het als een miljoen – traptreden achter elkaar! Een beetje gezond verstand en deze ingeving was al snel gekomen. Helaas komt deze ingeving, wanneer het mijn lichaam betreft, bij mij vaak veel later dan gewenst. Een gewoonte die bij mij eens in de zoveel tijd voorkomt: panikeren over mijn lichaam.

Nu is een been dat ongewenst trilt niet een ramp. Tja, even afleidend, maar dat is het dan ook wel. Er komt meer bij kijken zodra pijn of ongemak voelbaar is. Mijn hele gemoedstoestand is dan verpest, ik kan me niet meer concentreren op mijn werk en ik pas mijn doen en laten aan. Er komt dan uit het niets een kwaaltje, dat zich voor een lange tijd aanhoudt. Zo had ik ‘s morgens regelmatig last van een blaasontsteking, als ik de avond daarvoor veel bier gedronken had. Ineens werd ik onregelmatig ongesteld, terwijl dit altijd met regelmaat ging. En soms voelde ik me zonder duidelijke reden benauwd. Keer op keer ben ik naar de dokter gegaan, om keer op keer te horen dat alles één voor één onderzocht moet worden. Maar telkens komt er niets uit. Ik voel me opgelucht omdat er blijkbaar niks mis is met mijn lichaam, maar tegelijkertijd verward. Zit het allemaal tussen mijn oren? Ik heb het geluk dat ik niets ernstigs heb en er weinig reden is om te klagen – moge dat duidelijk zijn. Toch blijft er een vraagteken in mijn hoofd hangen wanneer de dokter geen duidelijkheid geeft. Ik raak geïrriteerd omdat ik er niks aan kan doen. Het maakt namelijk niet uit hoe goed ik mij concentreer: het lichaam doet uiteindelijk waar het zelf zin in heeft.

Als dit al veel te aanstellerig klinkt, ben ik bang dat je Plato al helemaal niet trekt. Volgens Plato is het lichaam namelijk de kerker van de ziel. De verlangens en begeerten van het lichaam als honger, dorst en seks leiden de ziel weg van de zoektocht naar het eeuwige goede.  Filosofen moeten streven naar het losmaken van de ziel van het lichaam en zich richten op de wereld van de ideeën – de ware, onveranderlijke realiteit. Ik weet in ieder geval met wie ik niet een trip naar de Osenji tempel zou willen maken. Hoewel ik het er niet mee eens ben dat we door ons lichaam gehinderd worden in onze zoektocht naar het goede, vind ik dat het soms kan voelen alsof je ziel gevangen zit in het lichaam. Je kunt namelijk van alles willen – vliegen, anderhalf uur je adem inhouden of geen buikpijn meer hebben – maar bent aan de grenzen van je lichaam gebonden. En wanneer ik uitziek of moe ben, word ik geconfronteerd met deze afhankelijkheid van het lichaam.

Toch mag ik wel iets lovender praten over het lichaam. Het is niet een obstakel, maar brengt ons juist onzettend veel! Ik hoor, proef, voel, zie en ruik er van alles mee en kan op deze manier met de wereld om mij heen in contact staan. Bovendien mogen we van geluk spreken dat we in de meest recente tijd ooit in een ontwikkeld land leven op medisch gebied. Veel lichamelijke kwalen kunnen worden verholpen door een medicijn bij de apotheek of een slimme dokter. Dat was in de middeleeuwen wel anders. In plaats van een antibioticakuur bij syfilis kreeg je een goede dosis kwik, met als bijwerking een bloedende mond en uitvallende tanden. Heel erg onhandig als je wil genieten van die garnalendumpling.

Plaats een reactie