Tekst door Hannah Born, beeld door Alicia Koch
Het Nederlands theater heeft, nationaal en internationaal, de reputatie niet bang te zijn om uit de kleren te gaan. Toneelstukken in ons kikkerlandje zouden vol zitten met piemels, tieten en schaamhaar. Dit imago is ontstaan in de jaren 60 en 70, ten tijde van de seksuele revolutie, en staat tot op de dag van vandaag nog fier overeind. Toch is het Nederlands theaterlandschap op dit vlak de afgelopen decennia flink veranderd. Van naakttheater in de jaren 60 tot naaktpakken in 2025. Het is de vraag of we als samenleving preutser zijn geworden, of dat blote lichamen simpelweg niet meer zo bezienswaardig zijn als vroeger.
Nederland denderde de seksuele revolutie binnen met de verschijning van kunstenares Phil Bloom in het tv-programma Hoepla. Op 9 oktober 1967 zat ze daar op een stoel een krant te lezen, poedelnaakt. Ook al werd het meeste bloot verborgen door de krant, het was duidelijk dat er van kledij geen sprake was. Voor de Nederlandse kijker bleek dit even schrikken. De beelden van Bloom gingen al snel de hele wereld over, waarmee de beruchte reputatie van Nederland, als land dat niet bang was om te spelen met het adamskostuum, begon. De schokgolven die deze tv-aflevering teweegbracht, waren zo groot dat ze zelfs de Tweede Kamer bereikten. Verscheidene ministers hoopten op ‘krachtig ingrijpen’ om zo ‘een totale ontreddering’ te voorkomen. Dit gebeurde tot op zekere hoogte: de eerstvolgende aflevering van Hoepla werd wel gecensureerd en de aflevering daarna werd volledig verboden.
De eerste stap naar een seksueel bevrijd Nederland was hiermee wel gemaakt. De makers hadden de intentie om de Nederlandse burger te provoceren, wakker te schudden, en dat was zeker gelukt. De aflevering zorgde zowel voor woede als voor inspiratie onder de Hollandse bevolking. Het jaar daarop, in 1968, was er voor het eerst naaktheid te zien op de planken van het Nederlands toneel. Dit gebeurde in de voorstelling O = O van Stichting Toneelgroep Studio waarin het naakte lichaam van een actrice volledig werd uitgelicht. Hiermee was in het theater ook het hek van de dam; al snel volgden meer voorstellingen die gebruik maakten van het adamskostuum. Vanaf de jaren 70 waren de tieten en piemels niet meer weg te denken uit het Nederlands repertoire.
Amsterdam werd rond dezelfde tijd het centrum van de seksuele revolutie, een oproer die al snel tot zijn hoogtepunt kwam. In de stad kwam eind jaren 60 dan ook een nieuw soort theater opzetten: het naakttheater. Dit was een theatervorm vol erotiek, vrijheid en bloot. Deze opvoeringen waren geen grootschalige producties, maar eenzijdige improvisaties, bijgestaan door een leuk achtergrondmuziekje. Het enige wat de acteurs op het podium deden was het verrichten van seksuele handelingen. En er kwam een bonte stoet aan handelingen voorbij: zelfbevrediging, seks tussen twee mensen, seks tussen meer dan twee mensen, tussen hetero’s, homo’s en soms mochten zelfs de lesbo’s meedoen. De makers wilden met deze performances seks op het podium gebruiken als middel om maatschappijkritiek te leveren. Het doel van het theatergenre was om de seksuele taboes te doorbreken en een weg te banen naar een vrije erotische ontplooiing. De performances moesten de brave Nederlandse burger shockeren en wakker schudden. De makers van het naakttheater wilden de preutse burgerlijke moraal het liefst uit het raam gooien. Dit deden ze door seks en naaktheid door te voeren tot in het extreme, want het was juist deze openheid die zou zorgen voor vrijheid en blijheid.
Binnen het Amsterdamse naakttheater was het aantal mannen destijds overduidelijk groter dan het aantal vrouwen. Vaak waren het de mannen – organisatoren en acteurs – die hun vriendinnen mee het podium op sleepten. Deze vrouwen waren dan een soort object in een voorstelling gericht op de man. Het gehele naakte theater was, als we er nu op terugkijken, eigenlijk een tamelijk onveilige en seksistische bedoening. Maar binnen dezelfde kringen kwam vanaf 1970 het feminisme op, wat ervoor zorgde dat veel vrouwen kritisch begonnen te kijken naar de manier waarop ze, in onder andere de theaterwereld, werden behandeld. De tweede feministische golf was in de jaren 70 volop bezig en vrouwen begonnen zich te verzetten tegen de mannelijke overheersing en de vrouwelijke beperkingen in de Nederlandse samenleving. Daarnaast begon naaktheid sowieso zijn waarde te verliezen. Na een aantal jaar verloor het naakttheater zijn momentum. Blote lichamen in het theater lieten de toeschouwer niet meer steil achterover slaan, en daarmee verdween ook de interesse in het naakttheater, van zowel de makers als de toeschouwer. Bloot op het toneel was geen abnormaliteit meer, ministers werden er niet meer wakker voor gemaakt.
Amsterdam werd het centrum van de seksuele revolutie, een oproer die al snel tot zijn hoogtepunt kwam
Naaktheid is tot op de dag van vandaag volop aanwezig in het toneelbeeld, maar de spanning en sensatie die het in de jaren 60 had, is wel degelijk verloren gegaan. De grootste ontwikkeling die op dit gebied heeft plaatsgevonden, is dat naakt zijn om het naakt zijn, niet echt meer spannend is om mee te werken en om naar te kijken. De seksuele taboes waar eind vorige eeuw hard tegen werd gevochten, zijn ondertussen wel doorbroken. Naaktheid op het podium is nu meer gericht op de betekenis die het met zich meebrengt dan om de eventuele piemel of tiet die er te zien is. Het is de achterliggende thematiek die bloot op het toneel nuttig maakt. Het onbedekte lichaam kan de kwetsbaarheid van de acteur laten zien, het kan zowel afstotend als aangrijpend zijn, het kan de toeschouwer ongemakkelijk maken, maar in ieder geval moet het functioneel zijn. Deze functionele naaktheid is een typisch Nederlandse theaterterm, die simpelweg betekent dat er nagedacht is over en bewust gekozen is voor naaktheid op het toneel. Nederland is niet bang om te spelen met een piemel hier en een tiet daar, maar de aanwezigheid ervan moet wel geredeneerd kunnen worden. Naakt is op deze manier getheoretiseerd en geaccepteerd. De frontale en volledige naaktheid, zoals bij de voorstelling O = O, wordt zeldzamer en steeds vaker wordt er gekozen voor een naaktpak of wordt het adamskostuum express vermeden.
Desondanks is het blote lichaam in het Nederlands theater niet foetsie. Een iconisch gezelschap waarbij het anno 2025 bijna te verwachten is dat een acteur op een gegeven moment zijn of haar kleren uittrekt, is het ITA Ensemble onder leiding van Eline Arbo. In de voorstelling Weg Met Eddy Belleguele gaan alle vier de acteurs tegelijkertijd naakt en in het stuk Penthesilea is er een innige seksscène tussen een man en vrouw. Preuts kan je de Nederlandse toneelwereld dus zeker niet noemen maar zo seksgericht zoals we op internationaal vlak vaak worden gezien, is dus ook niet de naakte waarheid.
