CQ, CQ, CQ, this is PA0ARD on 40 meters, anyone listening?

Als ik ‘s nachts zo lang wakker lig dat de meubels in mijn kamer schimmige contouren beginnen aan te nemen, weet ik maar één manier om in slaap te vallen. Het radioprogramma Wireless Nights, ‘s nachts uitgezonden op BBC Radio 4 met Jarvis Cocker als presentator, zorgt er altijd voor dat de overgang van dag naar nacht een beetje minder bedreigend voelt. In het programma onderzoekt Jarvis – bekend als zanger van de Britpop band Pulp – de nachtelijke escapades van mensen die ontwaken als iedereen slaapt: een nachttreinmachinist, een pakketbezorger, een bewaker in een nachtclub en een vleermuisonderzoeker. 

Wakker liggen is een stuk minder erg wanneer je luistert naar de mensen die niet eens willen – of mogen – slapen. Dan maakt je eigen donkere slaapkamer plaats voor een hele nieuwe nacht. In zijn hoorspelen neemt Jarvis je mee om een nachtje te gaan dansen in Londen, om de nachttrein naar Praag te nemen, of om samen vanaf het dek van een schip over de donkere wateren van het Kanaal te turen. Als het lukt om je helemaal over te geven aan deze verhalen, is het net alsof ze voortkomen uit je eigen dromen. De volgende dag, wanneer ik terugdenk aan wat ik die nacht heb gehoord, vraag ik me soms af of ik ze niet zelf heb bedacht.

In mijn lievelingsaflevering met de titel ‘Megahertz’, spreekt Jarvis met radioamateurs die via zelfgebouwde radio-installaties en schotelantennes radiogolven proberen op te vangen. Dat doen ze vanuit hun eigen tuin, of vanuit het clubhuis van de lokale radiovereniging. Door te draaien aan knopjes en te speuren langs verschillende bandbreedtes, luisteren de radioamateurs naar de golven die vanuit de lucht hun kant op komen. Met een callsign, een soort gebruikersnaam voor de radio, proberen ze contact te zoeken met iemand anders die op dat moment de radiogolven afstruint. Dat kan bijvoorbeeld zo: ‘CQ, CQ, CQ, this is PA0ARD on 40 meters, anyone listening?’ Of zo, in morsecode: ‘CQ CQ CQ DE PA0ARD PA0ARD K’. Verschillende radioamateurs in de aflevering beschrijven het oppikken van signalen als een soort voorbestemdheid, alsof de geluiden die hun radio bereiken speciaal voor hen bedoeld zijn. Zo zit de lucht vol onbekenden, die een poging doen elkaar te bereiken.

Het opvangen van radiosignalen lukt het beste in de nacht. Na zonsondergang of voor zonsopkomst, reiken kortegolfradiosignalen veel verder en kunnen ze afstanden van wel duizenden kilometers afleggen. Tijdens dit schemergebied kan een radioamateur signalen opvangen van iemand uit een andere tijdzone, of kunnen signalen helemaal de ruimte in gestuurd worden. De overgang tussen dag en nacht, het moment waarop alles kan gebeuren voor de radioamateur, wordt ook wel de ‘grey-line’ genoemd. Wanneer tijdens deze overgang de maan aan de hemel verschijnt, slagen sommige amateurs er zelfs in om een radiogolf naar de maan te zenden, die daar weerkaatst en vervolgens terugkeert naar de zender. Katy vertelt in ‘Megahertz’ bijvoorbeeld hoe ze eens Beethovens Maanlichtsonate naar de maan verstuurde, om vervolgens datzelfde stuk, maar dan met ontbrekende noten en vervormde akkoorden, op haar radiootje terug te horen. Het was alsof ze een remix op een bandje had gekregen, gemaakt door de maan speciaal voor haar. 

Helaas wordt Wireless Nights inmiddels, net als zoveel nachtprogramma’s, niet meer op de radio uitgezonden. Bij veel zenders zijn nachtprogramma’s vaak automatisch samengesteld, vooraf opgenomen, of helemaal wegbezuinigd. Daarmee lijkt de nachtradio een stille dood te sterven. Gelukkig zijn de afleveringen van Wireless Nights nog als podcast te beluisteren, maar inmiddels heb ik ze allemaal al zo vaak gehoord dat ik altijd weet wat er komen gaat. Ik stel me voor hoe bijzonder het moet hebben gevoeld om het programma live te kunnen beluisteren, en om midden in de nacht de zware stem van Jarvis op je radiootje te ontvangen. Het moet een intiem moment zijn geweest om samen met andere slapeloze nachtbrakers naar hetzelfde programma te luisteren. Alsof je lid bent van een geheime club, die samenkomt als de rest van de wereld slaapt.

Ik hoop dat de wereld van de zendamateurs nog een tijdje in leven blijft. Het stelt me gerust dat er mensen zijn die hun slaap opofferen om in het holst van de nacht een vreemdeling op het spoor te komen. Wanneer een zendamateur overlijdt, wordt hij door andere amateurs een ‘Silent Key’ genoemd. De letters SK aan het einde van een bericht betekenen ‘over en uit’, en laten de luisteraar aan de andere kant van de verbinding weten dat er geen signalen meer zullen volgen. Na het overlijden van een radioamateur volgt er vaak een ceremonie op een afgesproken frequentie, waarbij de overledene nog één laatste keer via de radio wordt aangeroepen. Gedurende vijftien seconden wachten de luisteraars in stilte op antwoord. Als er geen reactie komt, wordt de overledene door de leider van de radioceremonie officieel tot Silent Key verklaard, en stuurt de groep een laatste ‘73’  – hartelijke groeten – de ether in. Ik vrees soms voor het moment waarop de allerlaatste Silent Key vaarwel wordt gezegd. Laten we hopen dat dat scenario nog lang op zich laat wachten.

Tekst Rozemarijn den Dulk, beeld Norah Sanders

Plaats een reactie