Je dwaalt

Tekst door Just Pallandt, beeld door Anne Möricke

Al die dagen in een mensenleven: van de meeste herinner je je niets, van sommige hooguit een deel. Je leest stapels boeken en jaren later lukt het je om een titel te koppelen aan een auteur, niet veel meer. Misschien een zinsnede. Met vrienden drink je bier in een café en roddel je over kennissen. Op de fiets naar huis regent het en komt het besef in je op dat die kennissen in een andere kroeg hetzelfde gesprek hebben gevoerd, maar dan over jou. Elk jaar schrik je op je verjaardag en denk je aan de tekst van die zoetsappige singer-songwriter die je vroeger goed vond maar inmiddels niet meer: ‘So scared of getting older. I’m only good at being young. So I play the numbers game to find a way to say that life has just begun.’

Dat getallenspel speel je behendig. Je weet dat je al een paar decennia op deze aarde rondloopt, maar dat je pas een handvol jaren volwassen bent.Je telt alleen de jaren sinds je achttiende, om je leeftijd omlaag te schroeven, om de nutteloosheid die je leven kenmerkt te vergoelijken. In de boekhandel zie je dat het bestverkochte boek geschreven is door een schrijver van wie jij dikwijls beweert dat ze niet schrijven kan. Daar voeg je aan toe dat je zelf veel beter kunt schrijven. Zij schrijft boeken en verkoopt er honderdduizenden van, jij krabbelt soms een kattebelletje.

Af en toe publiceert een krant zo’n brief, waarin je zelden een originele mening verkondigt: je stuurt die woordenstroompjes naar de krant om te oefenen met formuleringen en snel te weten of wat je schrijft gewaardeerd wordt. Als het goed is, staat het dezelfde week nog in de krant. Als het slecht is, heb je weer uren van je leven over de reling gegooid. 

Je ergert je aan een hoop, bijvoorbeeld aan de nederlagen van je favoriete voetbalclub. Vrienden lachen je uit en denken dat het een trivialiteit is. Je kent ze al jaren, en nog hebben ze geen flauw benul dat dat spel met die bal en die heen en weer rennende slungels zo belangrijk voor je is. Je wil het aan ze uitleggen, maar dat heb je al vaak genoeg gedaan. Je liefde voor die voetbalclub nog een keer uitleggen en dan weer onbegrip: dat zou nog meer ergernis opleveren. 

Als je in een sombere bui bent, af en toe, heus niet altijd, verkondig je grote stellingen die je daarna nauwelijks kan onderbouwen. We gaan er allemaal aan, placht je te zeggen, of: we gaan kapot. Je denkt dat ook echt. Je bent bang voor oorlog en een maatschappij die ontwricht wordt, bang dat de emancipatie van vrouwen en queers langzaamaan wordt teruggedraaid. ‘Dat kan toch niet? Dat mag toch niet?’ vragen je vrienden. Nee, de wetten zullen niet veranderen. Het is de wereld die verandert.

Je loopt hard, een paar keer per week, om je te ontdoen van je treurnis, angsten en frustraties. Ook om je lichaamsgewicht op peil te houden, dat net als de jaren alleen maar toeneemt. Met beblaarde voeten, ontzettende kniepijn en meurend naar zweet kom je thuis. Hardlopen maakt je niet blij, maar je weet dat je de avond en dag erna doorgaans minder somber bent. 

In een café spreek je af met een vriendin. Ze complimenteert je met een interview dat laatst in een studentenblad verscheen. ‘Mooi stuk’, zegt ze. ‘Leuk’, antwoord je ietwat verbaasd, ‘je hebt het dus gelezen?’. ‘Ja,’ giechelt ze, en haar neus wordt langer. Daarna zegt ze dat ze alleen het begin heeft gelezen. Om de rest te lezen of om leugenachtige complimenten achterwege te laten was blijkbaar voor haar een te grote moeite. Je zegt dat het niet erg is, wat nonsens is. Als iets niet erg is, hoef je niet te zeggen dat het niet erg is. 

Na het douchen kijk je in de spiegel. Al zeker zeven jaar heb je borsthaar en nog steeds ben je er niet aan gewend, schrik je ervan. De groei op je borst is gestokt, op je rug neemt het alleen maar toe. Je vindt jezelf zonder kleren een harige aap. Je weet dat er lasers bestaan om je buik te ontharen, maar geen haar lijkt je ook een lelijke aanblik. Het is ook nooit goed.

Je leest het nieuws en overal is er chaos, oproer, geweld, oorlog. Je doet je best om niet te denken aan de talloze plekken op de wereld waar ook chaos, oproer, geweld, oorlog is die niet de nieuwspagina’s halen. Soms overweeg je het nieuws  de rug toe te keren en te zeggen: ‘ik doe niet meer mee’. Je overweegt het, maar je doet het niet. Je vreest dat je ogen sluiten voor het leed van een ander gelijkstaat aan een verheviging van datzelfde leed.

Je loopt een rondje over de gracht en zoekt de gemiddelde levensverwachting op voor mannen uit jouw geboortejaar: iets meer dan zesenzeventig jaar. Nog een halve eeuw, wat ga je daarmee doen? Je lacht. Nog alle tijd om daar een antwoord op te vinden.

Plaats een reactie