Blauw in Amsterdam

De politie is het afgelopen jaar volop in het nieuws geweest. Naast het nijpende tekort aan mankracht op landelijk niveau en de resulterende hoge werkdruk, kampt de Amsterdamse politie met toenemend vuurwapengebruik en geweld tegen de politie. ‘Ondanks alle narigheid die ik soms beleef, vind ik politieagent het mooiste beroep dat er is’, aldus de 29-jarige Amsterdamse agente Saffiëlle Emanuels. 

Tekst: Freek Haye // Beeld: Cora Bijsterveld-Sluiter

Momenteel staan haar werkzaamheden bij Bureau West Haarlemmerweg op een wat lager pitje door de drukte van haar bachelor Politiekunde in Apeldoorn. Ze volgde de basisopleiding om hoofdagent te worden en ging aan de slag bij de Houtmankade in Amsterdam, maar na vier jaar wilde ze meer. Daarom volgt ze nu de opleiding voor niveau 5, wat inhoudt dat zij aan het leren is zich te verdiepen in maatschappelijke ontwikkelingen en veiligheidsplannen binnen de kaders van het politiebeleid. Bij deze functie krijgt ze meer leidinggevende taken en verantwoordelijkheden en leert zij te kijken naar het politiewerk met een andere bril op.

 

Je bent nu acht jaar agent. Was het agentschap een langgekoesterde meisjesdroom? 

‘Stiekem wel. Als klein meisje was ik een keer onderweg naar school verdwaald. Twee agenten te paard reden over het fietspad en zagen mij, stelden me helemaal gerust en brachten me vervolgens veilig naar school. Vanaf toen had ik het idee van “wauw, zo wil ik later ook zijn.” Alleen heb ik altijd gedacht dat het me niet zou lukken vanwege mijn lengte. Ik ben 1m57cm en ik dacht, tja dat kan nooit, want wat kan een dame van 1m57cm nou betekenen in een geweldsituatie? Toen ik een keer een wat kortere agente tegen het lijf liep en haar vroeg of er een minimale lengte voor een agent bestond, antwoordde ze: “Nee, voor zover ik weet niet. Meld je gewoon aan!” Dus dat deed ik en voor ik het wist, was ik door de selectieprocedure heen. Later ben ik in verschillende geweldsituaties terechtgekomen waarbij ik tot de conclusie kwam dat mijn mond mijn grootste wapen was en mijn lengte soms zelfs een voordeel.’ 

Tijdens de stage van de politieacademie ging je al snel de straat op waarbij je voor verschillende bureaus hebt gewerkt. Je werkte onder andere bij de toenmalige bureaus Beursplein en IJtunnel in Centrum en je bent later in West vast in dienst gegaan. Merk je veel verschil tussen de Amsterdamse bureaus?

‘In het centrum zijn de agenten wat pittiger, mondiger en strenger dan in andere delen van de stad. Dat heeft voor een groot deel te maken met de andersoortige problematiek. Je hebt daar natuurlijk veel te maken met toerisme, overlastgevend gedrag van mensen, of mensen die onder invloed zijn. Dat zijn hele andere problemen dan de wijkproblematiek in Amsterdam-West, wat inhoudt dat je als agent veel minder “de korte klap” hanteert, zoals dat bij de politie heet. Je kan een herrieschopper in West niet met ontzettend veel verzet ergens wegsturen, omdat de kans heel groot is dat je die persoon later weer tegenkomt. Het specifieke probleem hangt vaak ook samen met allerlei andere problemen. Daarom moet je in West veel meer investeren in het gesprek op straat en de mensen ook veel rustiger benaderen. In het centrum kunnen de meldingen heel snel worden afgehandeld, wat vaak ook noodzakelijk is, omdat je weer door moet naar de volgende melding.’ 

Je maakt elke dag van alles mee, maar zijn er type meldingen die je erg aangrijpen?

‘Meldingen waarbij kinderen moeten worden gereanimeerd hebben veel impact op mij. Dit is in mijn beleving veel aangrijpender dan een reanimatie van een volwassene. Ik kreeg ooit ook een melding van een treinspringer. Ik zag er altijd tegen op om voor het eerst zo’n melding te moeten afhandelen, omdat iemand van iemand van wie de identiteit niet meer herkenbaar is me een van de ergste dingen leek om te zien. Toen het plaats delict was afgerond en er door de opruimingsdienst aan het rapen van het slachtoffer kon worden begonnen, haakten veel collega’s af. Ik voelde voor mezelf dat ik het hele proces moest doorlopen om te weten hoe ik in de toekomst zou reageren op dit soort meldingen, dus ik hielp mee met het verzamelen van de overblijfselen van het lichaam. Achteraf viel het mee, hoe raar het ook klinkt. Ik bleef kalm en kon mezelf geruststellen, omdat ik totaal geen link meer kon leggen met de mens en de stukjes die op dat spoor lagen.’

Neem je zo’n gebeurtenis ook emotioneel mee naar huis? 

‘Tot nu toe heb ik thuis geen last gehad van stress door werk of van slapeloze nachten door bepaalde meldingen. Op het moment van zo’n heftige melding zit je maximaal in je adrenaline, maar ik vind het helemaal niet moeilijk om er later nog over te vertellen. Mensen vinden het soms bizar dat ik dit soort verhalen zonder emotie kan vertellen, maar dat is precies de manier hoe de meeste agenten heftige incidenten als deze verwerken: open en vooral luchtig. Ik heb gekozen voor een partner die niet bij de politie zit. Er zijn heel veel relaties op de werkvloer en ik snap dat dit voor sommigen makkelijker is, alleen lijkt het mij niks. Als je allebei bij de politie zit, dan heb je het thuis ook nog over werk. Als ik thuis ben, wil ik mijn werk volledig los kunnen laten. Ik vind het juist fijn dat mijn vriendin bijna geen idee heeft van de wereld waarin ik werk.’

Voel je dat er in de acht jaar dat je als politieagente werkzaam bent iets veranderd is in de maatschappij, waardoor je werk moeilijker of minder prettig is? 

‘De stad lijkt wel harder te worden. Vooral als je kijkt naar het aantal liquidaties in de stad. Acht jaar terug was een liquidatie echt een shock en nu wordt het bijna een soort gewenning. Ook aan bijvoorbeeld de plofkraken, wat nu een hot item is, valt te zien dat er steeds minder rekening met elkaar en met de maatschappij wordt gehouden. Men kijkt niet naar woningen die zich letterlijk een meter boven zo’n automaat bevinden. Alsof het criminelen allemaal niks meer kan schelen. Criminelen lijken nu gewelddadiger, roekelozer en egoïstischer dan vroeger.’

Het tekort aan agenten is een hardnekkig probleem wat landelijk heeft geleid tot het sluiten van 16.000 zaken. Voor agenten zelf brengt het tekort een enorm hoge werkdruk met zich mee wat resulteert in een, op zijn zachtst gezegd, bovengemiddeld ziekteverzuimpercentage van ongeveer zeven procent. Wat voor gevolgen heeft het personeelstekort volgens jou nog meer voor agenten?

‘Ik merk dat met name de algehele sfeer lijdt onder het capaciteitstekort. Mensen worden meer prikkelbaar en uiteindelijk ook wat narriger naar elkaar toe. Wat het meeste met agenten doet, vooral met de agenten die hun werk uit pure passie verrichten, is dat je het gevoel hebt dat je steeds minder kan betekenen voor de mensen. Op het moment dat dat gevoel verdwijnt, wordt de boel eigenlijk net een zinkend schip. Ik heb zelf een specialisatie in huiselijk geweld, een taakaccent wordt dit genoemd. Daar haalde ik voornamelijk mijn passie uit: ik kon een pilot draaien waarbij ik allerlei creatieve dingen kon uitproberen. Maar goed, omdat er gaten waren in het rooster als het gaat om bijvoorbeeld noodhulp en surveilleren, wat meer prioriteit heeft, moest ik van mijn taakaccent af. Ik ben bang dat dit bij te veel collega’s gaat gebeuren, waardoor het moeilijk wordt gepassioneerd te blijven werken.’ 

Stel je voor, je bent een dag minister van Justitie en Veiligheid. Wat zou je onmiddellijk veranderen binnen de politie?

‘Een verbetering in het adviseren van de top van de politie en haar beleidsmakers. Dit grote capaciteitsprobleem is namelijk jaren geleden al voorspeld door rapporten en onderzoeken die lieten zien dat er meer agenten moesten komen, maar er is onvoldoende op geanticipeerd. Ook de manier waarop het gebrek aan diversiteit op de bureaus wordt bestreden en hoe er nu achter de feiten wordt aangelopen, zou ik willen veranderen. De manier waarop variatie binnen bureaus nu wordt doorgedrukt ervaren heel veel agenten als oneerlijk. Deze collega’s voelen zich gepasseerd en krijgen de indruk dat ze alleen vanwege hun witte kleur niet voor een bepaalde functie worden voorgedragen of aangenomen, doordat er nu dus een diversiteitstekort is. Anderzijds, als een collega met een diverse achtergrond wordt aangenomen voor een bepaalde functie ontstaat snel het beeld dat dit komt vanwege zijn achtergrond en niet vanwege zijn of haar kwaliteit. Dit zorgt uiteraard voor ontzettend ongemakkelijke situaties. Vanuit de overheid is prioriteit aan dit onderwerp gegeven, dus het moet maar even gebeuren. Eerst was er nauwelijks diversiteit en nu ligt de focus alleen maar daarop. In plaats van het stapje voor stapje door te voeren en mensen te laten wennen aan een nieuwe cultuur binnen de politie, gaan we van het ene uiterste naar het andere uiterste.’

Heb je zelf wel eens te maken gehad met vormen van seksisme of racisme tijdens je werk door ofwel burgers ofwel collega’s? 

‘Racisme wel, maar seksisme niet. Toen ik bij bureau IJtunnel werkte – een buurt waar best veel mensen op stand wonen – en een keer een buurtonderzoek deed, geloofden heel veel mensen niet dat ik een agente was. Ze vroegen soms wel drie keer of ik echt bij de politie werkte en wilden vaak mijn pasje zien, voordat ze mijn vragen beantwoordden. Op het werk was er een aantal jaren geleden een administratiemedewerker die op een dag volledig als Zwarte Piet op het bureau verscheen. Vooral de enthousiaste en blije manier waarop veel collega’s hierop reageerden, was best confronterend en kwetsend. Nog nooit voelde ik me zo in de minderheid bij de politie.’ 

Met je werkzaamheden bij Roze in Blauwhet lhbti-netwerk binnen de politie – én het Caribisch Netwerk van de Politie (CNP) zet je je hard in voor een meer inclusieve Amsterdamse politie. Wat doet dit netwerk concreet?

‘We komen regelmatig bij elkaar en bespreken ideeën en ervaringen. Naast dat we een veilige haven zijn en een luisterend oor bieden aan mensen die zich waar dan ook niet geaccepteerd voelen, behandelen we zaken van mensen die niet naar een politiebureau durven te stappen om hun verhaal te doen. Ook organiseren we projecten met betrekking tot inclusiviteit in de stad. Momenteel zijn we bezig met een project in Zuidoost. Samen met een collega een onderzoek/project draait naar een gemeenschap die zich niet gehoord voelt . Dit onderzoek krijgt steun vanuit CNP, RiB en de basisteam in het omliggende gebied. Uit gemeentelijke enquêtes blijkt namelijk dat de bi-culturele lhbti’ers in Zuidoost zich niet gehoord voelen door de politie. Hier proberen we als politienetwerken oplossingen voor te vinden. 

Tot slot, wat vind je het mooiste aan je beroep?

‘Ondanks alle narigheid die ik beleef, vind ik politieagent het mooiste beroep dat er is. Het klinkt misschien cliché, maar het voelt alsof het mijn roeping is. Ik haal genoegdoening uit dat ene geval waar ik het verschil kan maken. Natuurlijk heb ik vaak genoeg van die dagen dat ik er helemaal geen zin in heb en me afvraag waarom ik dit werk doe, maar dan hoor je toch weer goed nieuws van een dame die ik ooit uit huis heb helpen plaatsen en er helemaal bovenop is gekomen. Ze werd mishandeld door haar man, mocht maar één keer per week douchen en leefde een heel geïsoleerd leven. Er was sprake van ernstige verwaarlozing en onderdrukking waarbij ook kinderen in het spel waren. Ik heb alles op alles gezet haar uit die situatie te krijgen, wat ook gelukt is. Na een half jaar zag ik haar weer en ze was helemaal opgebloeid: ze was mooi opgemaakt, een paar kilo’s zwaarder en ze rook fris. Zo’n geval raakt me, geeft me voldoening en houdt me als agent op de been voor de rest van het jaar.’ 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s