Op z’n Grieks: de Oudheid en je blik op de geschiedenis van seks

Toen ik mij op het gymnasium voor mijn Nederlandse leeslijst door De berg van licht (1905) van Louis Couperus worstelde, stond ik versteld van de vrije seksuele moraal die hij zijn hoofdpersoon, keizer Helegabalus, toeschreef. De hoeveelheid orgies had ik niet verwacht in een boek uit het begin van de twintigste eeuw, noch kwam Couperus’ Helegabalus overeen met mijn beeld van strenge en stoere Romeinse keizers. Het is niet mijn bedoeling Couperusliefhebbers te grieven, maar de pikante elementen maakten het uitlezen van het naturalistische De berg van licht voor mij een iets minder zware opgave. 

Tekst /// Kevin Hoogeveen Beeld /// Imke Chatrou 

Na het schrijven van een boekbespreking voor mijn literatuurdossier heb ik het boek verder weinig aandacht geschonken. Ik had geen waardering voor Couperus ontwikkeld. Toch kruiste het boek op een later moment opnieuw mijn pad. Op de universiteit las ik gedeeltelijk de geschiedschrijving van de Romeinse senator Cassius Dio. Hierin stuitte ik wederom op de, op zijn zachtst gezegd, flamboyante keizer Helegabalus. Zonder Couperus’ tot in den treure gedetailleerde romantisering beschreef Cassius Dio een keizer die ongeremd en in alle openheid seksuele avonturen beleefde, die je niet direct zou verwachten van een Romeinse keizer. In de manuscriptentraditie van teksten uit de Oudheid heeft seks wel in meer gevallen dan dat van Cassius Dio de tand des tijds doorstaan. Het gaat hierbij ook vaker om seks die afwijkt van de heteronorm; de maatgevende (monogame) man-met-vrouwstandaard. Seks in de klassieken heeft mijn beleving en waardering van seksualiteit in al haar diversiteit zeker deels vormgegeven. Ik wil nu wat klassiekers aflopen, bekend en minder bekend, om je te laten delen in de rijkdom van ons klassieke erfgoed.

Voordat ik met je in Helegabalus’ sexcapades duik, een korte disclaimer: waarschijnlijk is een groot deel van Cassius Dio’s beschrijving schromelijk overdreven. Het is wat je noemt damnatio memoriae: Helegabalus werd na zijn dood verguisd. Toch heeft Cassius Dio allerlei zaken beschreven die blijkbaar niet ondenkbaar waren in zijn tijd. Zaken die, om met wijlen historicus Michel-Rolph Trouillot te spreken, unthinkable zijn in een tijd, halen de bronnen niet. Cassius Dio’s schets van Helegabalus bevat veel herkenbare elementen. Zo was zijn Helegabalus niet alleen Romeins keizer, maar ook een nogal kieskeurige size queen. In de overgeleverde samenvatting van boek tachtig van Cassius Dio’s Romeinse Geschiedenis lezen we het volgende verhaal. Helegabalus had mensen in dienst die voor hem zochten naar groot geschapen mannen. Zij vertelden hem over ene Aurelius Zoticus, een enorm grootgeschapen, knappe atleet. Deze werd met veel egards ontvangen in Rome en werd Helegabalus’ minnaar. Een hoveling vreesde de macht die Zoticus over de keizer had. Hij bedacht daarom een list, waarin hij de keizerlijke wijnschenkers zover kreeg Zoticus een middeltje te geven dat hem impotent maakte. De atleet viel al diezelfde nacht in ongenade. De keizer had door de list van de hoveling niets meer aan de goed uitziende dekhengst. Zoticus moest Rome ontvluchten. 

Of het verhaal over Zoticus en Helegabalus helemaal klopt, is onzeker. Cassius Dio spreidt niet per se een positieve waardering van bottoms tentoon. Hij brengt het vooral in verband met een negatief gewaardeerde vrouwelijkheid, en daarmee, in zijn ogen, zwakheid. Zijn schildering van Helegabalus is ondanks de bottom shaming wel bewijs voor het bestaan en de bekendheid van deze seksuele positie. De voorkeur voor ‘groot’ is opvallend. Mogelijk heeft Cassius Dio bij de genderrolinversie, in dit geval het beschrijven van Helegabalus als ‘verwijfd’, zijn kennis over de voorkeuren van sommige vrouwen gebruikt. Een andere mogelijkheid is dat sommige bottoms ook voor het pornotijdperk de lat hoog legden bij hun lengte- en breedtecriteria. 

In de Griekse stadstaat van Plato’s Aristophanes kun je met trots bottomen

De young lover is niet afwezig in de Oudheid. Keizer Hadrianus (76-138 n.Chr.) was smoorverliefd op zijn Antinoös. Ook Griekse bronnen getuigen seksuele relaties tussen mannen. Nu oogst pederastie naar huidige morele standaarden weinig waardering. Deze praktijk, waarbij volwassen mannen seks hadden met een adolescent, was veelvoorkomend. Homoseksualiteit in de Oudheid is echter meer dan pederastie. Oude teksten spreken soms boven verwachting positief over homoseksualiteit. In Plato’s Symposium zijn volgens Aristophanes verhoudingen tussen een man en een vrouw, twee vrouwen of twee mannen in waarde gelijk doordat het verlangen, de eros, twee ‘helften’ samenbrengt. Sidenote: Plato is niet eenduidig, in Wetten en Phaedros zingt hij een iets ander lied. Er is, los van Plato, een geval bekend waarin twee mannen zó gesteld waren op een en dezelfde jongere man dat zij bereid waren ver te gaan om met hem te zijn. Er volgde een rechtszaak over mishandeling. Het pleidooi van een van de twee partijen is bekend. Je leest over Simons pogingen de jongeman Theodotos voor zich te winnen bij de Atheense redenaar Lysias. In de Griekse stadstaat van Plato’s Aristophanes kun je met trots bottomen als man, en is het volgens sommigen de normaalste zaak van de wereld dat een groep vrouwen geen interesse heeft in mannen. In eveneens Griekse sferen treffen we de dichteres Sappho. Zij woonde op het eiland Lesbos en leefde een paar eeuwen voor Plato. Van haar weten we dat zij vrouwen interessanter vond dan mannen.

In de wereld van de Oudheid zien we niet enkel oudere mannen met jongere mannen gaan. Van de dichter Catullus (84-47 v.Chr.) weten we dat hij een van de vele minnaars was van een rijke, oudere vrouw: Clodia Pulchra. Catullus heeft vele soorten poëzie geschreven. Een gedicht dat mij uit mijn middelbareschooltijd is bijgebleven is Carmen II, over zijn ‘musje’. Het Latijnse woord passer kun je vertalen met ‘musje’, het vogeltje, maar het kan ook duiden op het mannelijke geslachtsdeel. De eerste twee regels geven wel een goede indruk van het gedicht:

Passer, deliciae meae puellae,
quicum ludere, quem in sinu tenere
[…] solet […]

Musje, lieveling van mijn meisje
met wie zij gewoon is te spelen, welke zij gewoonlijk in haar schoot vasthoudt.

De ‘zij’ is hier hoogstwaarschijnlijk Catullus’ muze Clodia. Zij heeft haar slechte reputatie te danken aan een weinig flatteuze redevoering van Cicero, een van de beroemdste redenaars uit de Klassieke Oudheid. In Pro Caelio beschuldigt hij haar van prostitutie, incest met haar broer en het vergiftigen van haar man. Mogelijk is zij in deze redevoering echter juist het slachtoffer van vrouwonvriendelijke stereotypering vanwege haar vrije levenswandel. Zij had lol in haar leven en iedereen leek het te weten. Haters had ze klaarblijkelijk ook.

Het meeste bronnenmateriaal dat overgeleverd is, is afkomstig van mannen. Hoe het nou precies zat, weten we niet altijd. Het idee dat de Romeinse Vestaalse maagden een grote zwarte fallus vereerden in hun voor mannen verboden tempel is vooral een fantasie van deze mannen. Hier moeten we toegeven dat we niet alles weten. De Oudheid is bovendien breder dan enkel de wereld van Grieken en Romeinen. Zo hebben we bronnen over hoe positief Kelten tegenover homoseksualiteit leken te staan. 

Dit korte essay heeft seks in de Klassieken slechts gedeeltelijk behandeld. Er valt nog zo veel te bespreken. Toch hoop ik aangetoond te hebben dat seks in al haar variatie van alle tijden is. In het Rome van Cicero en Catullus hadden rijke dames toyboys en in Athene moest de knappe Theodotos de mannen van zich afslaan. Sappho schreef over haar gevoelens voor vrouwen. Seksualiteit is, in al haar diversiteit, een alledaagse menselijke werkelijkheid, ook in het verleden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s