Babel bestaat niet

Bij het schrijven van een column gelden een aantal uitgangspunten. Voor Babel is bijvoorbeeld het Nederlands de voertaal, hier zal ik me aan moeten houden. Verder gaat het in dit geval om een kort stukje proza, waarvoor de hoofdredactie een limiet van ongeveer 400 woorden hanteert. Het is een indicatie van hoe lang het stuk moet worden, maar ook niet meer dan dat. Het is en blijft een richtlijn, die door zijn multi-interpretabele karakter voortdurend wordt overschreden.

Tekst: Vincent Kupers // Beeld: Benjamin Schoonenberg

Er wordt van mij verwacht dat ik iedere maand een stuk aanlever. Ik ben namelijk columnist, dat heb ik afgesproken met de hoofdredactie. Deze bestaat uit een drietal. Het moet ervoor zorgen dat iedere maand een redelijk aantal bladzijden met tekst is gevuld. Dit betekent dat de hoofdredactie stukken moet krijgen van de redacteuren, die – soms door druk van het drietal – keurig rond de deadline worden opgestuurd. Als dit niet het geval is, wat helaas wél voorkomt, moet het drietal verhaal halen bij de redacteur in kwestie. Dit gebeurt met een vriendelijke ondertoon; die redacteuren zijn ook maar vrijwilligers.

 

De uitkomst van dit alles is het studentenkrantje dat voor je neus ligt. Alles daaromheen berust op onderlinge afspraken, die alleen bestaansrecht hebben in onze gedachten. Vanuit deze afspraken ontstaan de vele verschillende functies binnen Babel. De Babel mensen nemen deze rollen aan, en gaan ernaar handelen. Door aan te nemen dat iedereen zijn functie vervult, ontstaat iets van een organisatie, met een fysieke krant als eindproduct.

 

Terwijl ik dit schrijf zit ik op een tweezits achterin een treincoupé. Ik kijk voor me uit en zie in mijn ooghoeken de buitenwereld aan me voorbijrazen. Stel je voor dat de trein onzichtbaar zou zijn. De boer die naast een treinspoor zijn land heeft, zal alleen een groep mensen – in zittende positie – voorbij zien zweven. Wanneer de trein bij een station aanbelandt zal de trein kort zichtbaar worden, zodat iedereen veilig in- en uit kan stappen.

 

Een handjevol mensen zit tactisch verspreid in de coupé. De reizigers hebben zich zodanig verdeeld, dat de mate aan persoonlijke ruimte maximaal is. Even heb ik oogcontact met een vrouw in pak. Ze is geconcentreerd aan het werk op haar laptop, die uit de aktetas op de stoel naast haar komt. Ze zal wel een belangrijke managersfunctie hebben bij een multinational. Wanneer we aankomen bij Amsterdam Amstel stapt ze uit. Vanachter het raam kijk ik aan tegen meerdere glazen latgebouwen, waarvan één vast haar werkplek is.

 

Wij allemaal nemen gedurende de dag verschillen rollen aan. In de ochtend ben je bijvoorbeeld een yogi, en heb je jouw lichaam en geest volledig onder controle, terwijl je in de middag deze gemoedstoestand vernacheld als verantwoordelijke manager. Het maakt het leven iets overzichtelijker en het helpt de mens bij het vormen van een zelfbeeld, maar ondertussen werkt het ook verstikkend. Als columnist wordt er bijvoorbeeld van me verwacht dat ik iedere maand een enigszins coherent verhaal aanlever. Deze afspraak biedt me houvast, maar tegelijkertijd voel ik me erdoor opgesloten. Vandaar deze column.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s