Ik tol, jij tolt, wij tollen

De hedendaagse student is ijverig. Erg ijverig. Met rigoureuze sportroutines, bestuursjaren, semesters in het buitenland en stages zijn we al met al een generatie van strebers. Een stapje extra is de norm. De Universiteit van Amsterdam faciliteert deze overijver dan ook volop en houdt een proef om de UB enkele maanden tot 1 uur ’s nachts open te houden. Misschien dat de toenemende werkdruk onder docenten het maken van buitengewoon lange uren heeft genormaliseerd. Mij bekruipt het gevoel dat we als een hamster in een tredmolen enkel harder gaan rennen met hetzelfde resultaat.

Een veel gehoord mantra is dat we ons moeten specialiseren. Bij exacte wetenschappen en geneeskunde ligt dit redelijk voor de hand, maar minder voor de geesteswetenschappen. Juist deze studenten hebben baat bij interdisciplinaire kennis. Wie zich in een onderwerp verdiept merkt al snel hoe groot de raakvlakken met andere studies zijn. Hoewel er via de minorprogramma’s wordt gestimuleerd om kennis te nemen van andere vakgebieden, is er weinig ruimte voor het schrijven van een interdisciplinaire scriptie. De universiteit prefereert vaak een eenduidige specialisatie – die scripties zijn in ieder geval eenvoudiger na te kijken.

In een interview in het NRC op 27 februari stelde de Amerikaanse wetenschapsjournalist David Epstein dat juist generalisten in plaats van specialisten in de toekomst zullen domineren. Als specialist moet je namelijk ‘wél bij de absolute top horen in je vakgebied’ en ook dan blijft er een risico dat ‘je specialisme wordt verslagen door robots of kunstmatige intelligentie’. Het voordeel van de generalist is dat je niet bij de absolute top hoeft te behoren. Bovendien sprokkel je een unieke combinatie aan vaardigheden en kennis bij elkaar die moeilijk te vervangen is door een computer. Een bijkomend voordeel lijkt me dat je als generalist eerder het grote plaatje kan bevatten dan een specialist en dus het overzicht kan houden.

Epstein ziet vooral heil in regelmatig jezelf nieuwe vaardigheden aanleren om te profiteren van de eerste fase van de leercurve. In die fase word je bijna moeiteloos snel beter. Wanneer je leercurve in een later stadium dan weer wat afvlakt is het efficiënter om weer wat nieuws op te pakken. Epsteins ideeën zijn enerzijds aantrekkelijk: nieuwe kennis en vaardigheden kunnen je een enorme stimulans geven. Tegelijkertijd klinkt in Epsteins verlangen om elke twee maanden iets nieuws te leren ook een obsessie met maakbaarheid door.

Moeten we onszelf constant opnieuw willen uitvinden, bijschaven en verbeteren? Een blik op de studiezalen in onze universiteit geeft te denken dat het nooit genoeg is, met alle psychische problemen van dien. Ik deel Epsteins opvatting dat je een brede belangstelling moet cultiveren en dat nieuwe ervaringen je uit een sleur kunnen trekken. Door echter tweemaandelijks van jezelf te eisen dat je iets nieuws moet leren, schiet die opvatting te ver door. Onder dit alles sluimeren twijfels over hoe je je staande houdt in een wereld waar alles lijkt te kunnen en jij de ontwerper bent van je levensloop.

In hoeverre zijn we onze ambities of onze dromen? Zijn we onze fouten en prestaties? Ons intellect? Onze emotie? De moderne mens is ijverig. Hij gaat steeds harder rennen. Het rad tolt en tolt, net als mijn gedachten. Als ik maar niet geparachuteerd word.

Tekst: Rosa Uijtewaal // Beeld: Benjamin Schoonenberg

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s