In een daadkrachtige bevlieging besluit ik om proefpersoon te worden in een geneesmiddelenonderzoek naar een nieuw soort oogdruppels. Hoe meer mensen ik dit vertel, hoe vaker ik hoor dat anderen ook weleens, in een donker tijdperk, overwogen hebbenhadden om mee te doen aan geneesmiddelenonderzoek. Ik twijfelde nog even of dat betekende dat ik iets belangrijks over het hoofd zag, en of ik me misschien ongemerkt zelf in zo’n donkere periode bevond, maar in gedachten was het verblijf inmiddels uitgegroeid tot een luxe schrijversretraite die eindeloze inspiratie en geniale ideeën zou voortbrengen. Even later verhuis ik daarom naar een ziekenhuis met bedden op wieltjes en lange gangen, een eetzaal, een studieruimte en een woonkamer waar je alle films kunt kijken die je thuis niet afkrijgt.
Als je zestien nachten in een onderzoekscentrum doorbrengt, en niet naar buiten mag, krijgt het begrip ‘tijd’ een nieuwe betekenis. Bij binnenkomst vind ik aan het voeteneinde van mijn bed – naast een verontrustend bakje met bloedprik-benodigdheden – een boekje met daarin een erg uitgebreid overzicht van wat ik die dag moet ondergaan. Om 13:04 heb ik een gesprek met de arts, om 13:12 moet ik een potje urine inleveren, om 17:11 krijg ik een oogdruppel in mijn linkeroog; twee minuten later in mijn rechteroog. De aankomende dagen staat er om 9:40 een bloedafname gepland en om 10:10 weer, omdat je blijkbaar na een half uur op bed, niet meer de oude bent. Ook de maaltijden zijn onderworpen aan een onverbiddelijke planning. Om 9:10 ontbijt je, om 13:10 is er lunch, om 15:10 eet je twee stuks fruit en na het avondeten mag (lees: moet) je om 21:10 aan tafel een zakje chips eten. Het is de bedoeling dat je precies eet hoeveel er is afgesproken; niet meer en niet minder.
Boven iedere deur hangt een digitale klok met grote rode cijfers, die de uren, minuten en seconden aangeeft. Het blijkt dat er van deze klok een ongekende autoriteit uitgaat, want geen enkele arts of verpleegkundige verliest hem ook maar even uit het oog. Steeds zie ik hun blik naar het stukje muur boven de deur schieten, vooral wanneer het bijna tijd is om mijn ogen te druppelen. Dat proces vereist de opperste concentratie van maar liefst drie verpleegkundigen; ééntje die de druppel toedient, een tweede die schriftelijk verklaart dat dat geheel volgens regelement is gebeurd, en een derde die mij vraagt hoe ik het ongemak in mijn oog op schaal van 1 tot 4 zou beschrijven. Als mijn score 15 seconden te laat in het systeem wordt gezet, moet daarvoor een officiële reden worden opgegeven. In het onderzoekscentrum wordt er geleefd binnen een geheel eigen temporaliteit.
Als de verpleegkundigen om 21:13:06 met z’n drieën om mijn bed staan, en de oogdruppel volgens het studieplan precies om 21:15:00 in mijn linkeroog moet landen, zie ik ze ongeduldig wiebelen. Ik kan ze bijna horen denken welk gespreksonderwerp ze voor de komende 1 minuut en 54 seconden zullen aansnijden. Als het bijna zover is, telt de tweede verpleegkundige af van 10 naar 0 en zie ik van heel dichtbij hoe een steeds groter wordende druppel boven mijn oog aan het flaconnetje bungelt. Deze nauwkeurige timing maakt dat het voelt als een uiterst gewichtige onderneming, alsof we met elkaar een bom onschadelijk maken, of alsof ik op het punt sta de ruimte in gelanceerd te worden en de hele wereld toekijkt.
Ik heb ooit gelezen dat er naast een ‘schrikkeljaar’, ook een ‘schrikkelseconde’ bestaat. Omdat de aarde nooit precies in 24 uur om haar eigen as draait, moeten we soms een extra seconde aan de klok toevoegen, om ervoor te zorgen dat deze afwijking binnen de perken blijft. De laatste schrikkelseconde werd ingevoerd rond de jaarwisseling van 2016 naar 2017, maar het lijkt erop dat de schrikkelseconde in 2035 afgeschaft gaat worden. In plaats daarvan sparen we dan alle schrikkelseconden op, zodat we uiteindelijk een schrikkelminuut kunnen tellen. Ik kan me voorstellen dat dit in het onderzoekscentrum enige onrust zou veroorzaken. Hoe zouden de verpleegkundigen die extra minuut moeten verwerken? Hoe zorgt een oogdruppel ervoor dat hij ineens een hele minuut langer onderaan een flaconnetje blijft hangen? En een minuut later lunchen, kán dat eigenlijk wel?
En dan, als ik al 10 dagen in het onderzoekscentrum ben, zal de zomertijd ingaan. De dag van tevoren denk ik daar voortdurend over na. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de klokken van dit ziekenhuis daar zomaar aan gehoorzamen. Als een schrikkelminuut al een chaos zou doen losbreken, dan zou een vol uur ondenkbaar zijn. Maar de volgende dag is de klok gewoon een uur versprongen en blijft de chaos uit. De verpleegkundigen lijken totaal onaangetast en kijken naar de klok alsof er niets veranderd is. En als ik in het schema kijk, begrijp ik waarom, want het blijkt dat alle momenten vanaf nu een uur zijn opgeschoven. Ontbijt is niet om 9:10 uur, maar om 10:10; het zakje chips om 22:10 in plaats van 21:10; de druppel landt om 18:11 links en om 18:13 rechts — op die manier gebeurt alles alsnog op het oorspronkelijke tijdstip. Zo zijn de klokken van het onderzoekscentrum de tijd toch slim ontsprongen.
