Tekst door Teuntje Ott, beeld door Kian Moradi
mag ik een kwartje voor je gedachten,
je verzachten,
je vertellen dat ik heb gezocht, gevonden,
en me weer onstuimig voel.
vergeet de manier waarop ik mijn wimpers krul, elke maandag opsta
voor de zon ons wakker schreeuwt.
adem.
loop langs me heen tot we in elkaar vallen als verkreukelde zakdoekjes en vastgelopen zinnen.
koop een keukenschaar en knip de randjes van me af,
zorgvuldig.
tot ik vierkant ben of
rond
zwem
als twee druppels water in het kuiltje van je wang.
lik het bloed dat van onder mijn nagels kruipt.
hou vast
wat er van me over is, waar vinden we
houvast
in een vicieuze wereld als dat kwartje dat je me gaf voor al mijn gedachten,
ze meanderen.
zullen we een landschap schilderen?
samen verfstreken vlechten tot we een patroon, tot we wonen
in een zelfgetekend huisje
langs ringloze vingers.
