Dromen over Downton

Tekst /// Sonja Buljevac Beeld /// Dorota Dabrowska

Luister. Ik ben een jonge, hoogopgeleide vrouw in een welvarend, westers land, die is opgegroeid met een uiterst hardwerkende en intelligente moeder en een vader die na werktijd in een handomdraai de avondmaaltijd op tafel zet. Abortus en anticonceptie zie ik als mensenrechten, de salariskloof maakt me woest en het idee dat mannen geen emoties mogen tonen vind ik hopeloos verouderd, schadelijk en absurd.

Maar zodra het introdeuntje van Downton Abbey begint, vliegen al die overtuigingen het met klimop en rozenstruiken omlijste raam uit.

De serie, die liep van 2010 tot 2015, volgt de Crawleys, een adellijke, Britse familie aan het begin van de twintigste eeuw. De verhaallijnen gaan, zeker in het eerste seizoen, vooral over welke van de drie Crawley-dochters het mooist (of het lelijkst) is, en hoe ze ervoor kunnen zorgen dat hun fortuin en landgoed niet in handen vallen van de enige mannelijke erfgenaam, een verre neef die, the horror, slechts een kleinburgerlijke advocaat is en dus absoluut geen benul heeft van ‘hoe het hoort’.

Gezien mijn politieke, filosofische en ethische meningen zou ik kippenvel moeten krijgen van dit soort scènes, dat weet ik ook wel. Vrouwen (ten minste uit de upper class)  mochten niet werken, geen eigen geld bezitten en functioneerden voornamelijk als pronkstukken en broedmachines. Sowieso was al die adellijke rijkdom natuurlijk op manieren verworven die we tegenwoordig op z’n minst discutabel, dan wel verwerpelijk vinden. Alleen al het feit dat de Crawleys, die met z’n vijven zo’n twintig butlers, dienstmeisjes en keukenhulpen in hun kelder hebben rondlopen, wiens namen grotendeels onbekend zijn bij hun werkgevers, zou mijn socialistische sympathieën woest moeten doen aanwakkeren. Maar terwijl ik op de bank lig te kijken naar Lady Mary die met haar beeldschone, dieprode japon, zijden handschoenen en opgestoken kapsel door een balzaal zweeft en van de ene gentleman naar de andere wordt doorgegeven als een baby die door de volledige kraamvisite bewonderd moet worden, kan ik niet anders dan een zekere teleurstelling voelen bij mijn verwassen pyjamabroek en de scheefgezakte knot op mijn hoofd.

Ergens vind ik het wel een beetje gênant: een paar mooie jurken en schitterende sieraden en hop, daar gaan mijn politieke principes. Ik snap ook best dat ik in de praktijk waarschijnlijk gillend gek zou worden als ik me moest gedragen zoals de dames in Downton Abbey dat doen. Eigenlijk zou ik voor alle juwelen van de wereld niet mijn recht op educatie, werk, bezit en lichamelijke autonomie willen opgeven.

Maar het idee van hele middagen door een rozentuin flaneren en met je parasol draaien is gewoon zo aanlokkelijk.

Sterker nog: hoe verder de serie vordert, hoe meer ik me begin te identificeren met de grootmoeder van Crawleys, gespeeld door niemand minder dan de legendarische Dame Maggie Smith. We volgen de familie namelijk niet alleen door de hoogtijdagen van de Britse adel, maar ook door de barre tijden van de Eerste Wereldoorlog en daarna, in de jaren twintig, als steeds meer adellijke families hun grond en fortuin beginnen te verliezen. Nou was ik al nooit zo’n fan van mode in de jaren 20 (kort haar en recht aflopende jurken doen gewoon niet veel goeds voor mij), maar daarnaast merk ik dat ik elke keer meer met Grandmama meeleef als ze zuchtend commentaar levert op de aftakelende manieren van de adel. Jurken boven de enkel, slechts twee butlers tijdens het diner en radio in plaats van een live orkest?

‘Schandalig! Een blamage!’ beaam ik, terwijl het kruimels Doritos op mijn oversized T-shirt regent.

Nee, helemaal gerechtvaardigd voelt mijn aantrekkingskracht tot het leven op Downton niet. Eigenlijk zou ik toch beter moeten weten dan dat leventje te idealiseren. Maar misschien is juist dat wat er zo magisch aan is: het is zo absurd, zo ver-van-mijn-bed, zo gelijk aan de Disneysprookjes waar we vroeger mee opgroeiden, dat het veilig is om erover te fantaseren. Zo gaat mijn leven er tóch nooit uitzien, dus ik kan er rustig over dagdromen zonder dat ik me moet bezighouden met de realistische nadelen die erbij komen. Voor heel even vergeet ik dat mijn leven waarschijnlijk gaat bestaan uit een aaneenschakeling van veertig uur durende werkweken en treinreizen in de spits. Zo’n drie kwartier lang waan ik me in een wereld van fonkelende broches, elegante kusjes op de hand en het gehobbel van een paardenkoets, totdat de klok middernacht luidt en ik weer verander in een doodgewone, doorsnee zillenial.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s