De utopie van iemand anders

‘Je bent niet links genoeg.’ Het is een uitspraak die ik voortdurend hoor sinds ik politiek actief ben. Uit naam van abstracte idealen heb ik voor gebouwen gezeten, ben ik naar grote internationale protesten gegaan en heb ik de nodige trauma’s opgelopen. Het lijkt nooit voldoende. Grote dromen: een economisch eerlijk land, volledige gendergelijkheid en ruimte voor diversiteit. Wanneer handel je voldoende naar die waardes? Wanneer ben je ‘links genoeg’? De linkse strijd heeft niets te maken met je hoofd, hart of je acties; het is een organisme dat op basis van veranderende details bepaalt wie er wel en niet meedoet. Een idealistische revolte noch concreet, noch van duidelijke origine, altijd afkomstig van de ander. Op de vraag ‘Wat is die linkse strijd?’ is allang geen antwoord meer.

Tekst /// Tammie Schoots     Beeld /// Inge Spoelstra

Utopie

‘Wir müssen zusammenhalten. Das Gemeinschaftsgefühl verbindet uns,’ klonk het door de megafoon. Het was de eerste keer dat ik proef aan wat het betekent om midden in een linkse strijd te staan. Ik dacht een leuk weekendje naar Hamburg te gaan met ROOD, de jongerenpartij van de SP. Opeens belandde ik in de G20-protesten van 2017, een samenkomst waar wereldleiders met elkaar over de mondiale toekomst gingen discussiëren. Terwijl we met honderdduizenden mensen over straat utopische leuzen scandeerden, keken politieagenten ons nijdig vanaf de zijlijn aan. De consequenties van de strijd wogen niet op tegen het gevoel deel te zijn van iets groters: op kunnen gaan in de veiligheid van een collectief. Over mijn toekomst dacht ik niet na. We stonden daar om repliek te bieden aan de wereldleiders. Vechten tegen armoede, geen wereldhonger meer, het kon niet idealistisch genoeg. Duizenden mensen paradeerden met grote hoopvolle ogen door de straten van Hamburg. Het systeem moet eerlijker. Ik voelde me eindelijk deel van iets, met mijn voeten geworteld in een gemeenschappelijke grond. Na jaren van eenzame dwaling, me niet kunnen relateren aan anderen, hoorde ik er opeens bij. Ik deed mee. We hadden een doel. Het was een inherente drang tot handelen. Hetzelfde magnetische gevoel dat me naar mijn liefje toetrekt. Het is de belofte die me steeds weer doet terugkeren. Een beter leven, voor iedereen. Het gevoel ergens bij te horen, om thuis te kunnen komen. Het is wat links belooft. Hoop, idealisme, noem het hoe je wil, je weet pas wat het is als je het ervaart.

Even mag je proeven aan het euforische gevoel van een betere linkse wereld, totdat de bubbel uit elkaar spat. Jouw individuele opvatting wordt ondergeschikt aan het stevig doormarcheren van het collectieve belang. De meer hoopvolle en naïeve aanwas neemt jouw plek over wanneer je niet ‘links genoeg’ meer bent en de cirkel begint vervolgens weer opnieuw. Ik heb het al zo vaak gezien. Opeens voldoe je niet meer aan de verwachtingen van de linkerkant. Een vriendin die jaren van haar leven opgeeft voor de strijd, maar zodra ze lid wordt van een politieke partij voor ‘verrader’ wordt uitgemaakt. Een jong meisje dat voor de hoge rechter moet vertellen waarom ze tegen de wapenhandel is, in haar eentje. Waar doen linkse activisten het allemaal voor? Ze zijn pionnen die opgeslokt worden door een groot dreigend monster, eentje in wiens naam ze strijden en in wiens naam ze vervolgens worden afgeserveerd. De hoop verloren in de alles overstijgende revolte, de hoop op meer en beter. Het is de belofte op een utopie, die links zelf maar niet weet te definiëren.

De ander

Wie bepaalt welk gevecht aan de linkerkant gevoerd wordt? Voor diegenen die net kennis maken met de linkse strijd lijkt het allemaal zo helder. Idealistische jonge koppies die met grote ogen over Karl Marx en Antonio Gramsci vertellen. Het zou een uitweg zijn voor de leegte, de armoede, de wereldse ongelijkheid. Ik heb ze ook allemaal gelezen, die linkse bijbels. Of het de ruggengraat van een beweging is, dat betwijfel ik, want wat er precies in die boeken staat, lijkt ons allen te ontgaan. Iets over herverdeling van het kapitaal en een cultureel gevecht, de een weet het altijd net iets explicieter te maken dan de ander. Het is iets wat boven mij staat en waar ik geen invloed op lijk te hebben. De honderden ‘experts’ verbeteren mij bij elke verspreking en aandachtig pen ik mee. Maar wanneer ik Marx onder de knie lijk te krijgen, klinkt sissend het verwijt dat ik een seksist aanhang. Dat is niet ‘echt links’. Daarvoor moet ik niet bij hem, maar bij Simone de Beauvoir zijn. Of toch Frantz Fanon, want antiracisme is vervlochten met links, dat mogen we niet vergeten. Nee, Chantal Mouffe’s agonisme, want dat is het antwoord op populistisch rechts. En laten we het klimaat niet vergeten. Nu is het concept ‘intersectionaliteit’ mij bekend. Het betreft niet één deel maar alles, de doorkruisingen van identiteit en onrecht. Een ideaal dat hetgeen meeneemt wat altijd is vergeten.

De revolte op links geeft echter geen helderheid in de definitie van de ‘linkse strijd’. Het gaat ook over gendergelijkheid, over economische rechtvaardigheid, en ga zo maar door, maar dat is geen antwoord op wat deze ideeën betekenen. Het is de denkstap daarvóór die verdere adressering behoeft. In de wirwar van transcendentale concepten is het moeilijk om nog te zien hoe de uitvoering van één onderdeel zou moeten. Neem gendergelijkheid, iets wat mij als transgender vrouw aan het hart gaat. Voor de zichtbaarheid van non-binaire personen is het expliciet maken van pronouns geïntroduceerd. Dit draagt bij aan het voorkómen van onnodig kwetsen door iemand te misgenderen en zorgt ervoor dat deze groep zich veilig voelt. Maar wanneer je mij naar mijn voornaamwoorden vraagt, dan heb ik het gevoel dat je ziet dat ik een transgender persoon ben. Het idee van transgender vrouwen roept agressie op, ‘je bent een fraudeur, een man die zich voordoet als vrouw’.

Het streven naar veiligheid is legitiem, maar deze tegenstelling is een van de vele knooppunten waar ik ook geen antwoord op heb. Het zijn talloze intersecties. Hoe gaat links om met haat jegens religieuze groepen? Vechten linkse activisten ook voor de emancipatie van de meest conservatieve uithoeken of alleen het brede midden? Een tegenstelling waar niemand een eenduidig antwoord op lijkt te hebben. Onbeantwoorde vragen beperken zich niet tot culturele contradicties. Wie beslist wat een links economisch systeem behelst? Is het genoeg om sociale wetgeving binnen een kapitalistische structuur in te voeren à la de sociaaldemocratie, of moet de massa middels een marxistische revolte het systeem omverwerpen? Het zijn deze botsingen op weg naar een utopie die mensen aan de linkerkant van elkaar vervreemden. In de afwezigheid van betekenis, wie beslecht zulke tegenstellingen?

Het morele moddergooien leidt ertoe dat wie beslist, bepaald wordt door de machtsstructuur waar links tegen ageert

In de marge die tegenwoordig als de ‘linkerkant’ wordt aangeduid, vecht men elkaar de tent uit. Wie heeft de sleutel tot de ‘echte interpretatie’? Wie mag beslissen wat links betekent? Activisten betichten elkaar ervan de strijd niet waardig te zijn wanneer zij zich op de kruisingen van de contradicties begeven. Gedemoraliseerd verlaat men één voor één het kamp, misschien ben ik wel helemaal niet links? Het is de oorzaak van een uitdunnende beweging. Ook leidt dit morele moddergooien ertoe dat wie beslist, bepaald wordt door de machtsstructuur waar links tegen ageert. Sympathieke jonge mannen, met witte huidskleur, die de strijd van kortstondigheid weerhouden. Zonder morele lijm valt die uit elkaar, alle blikken dezelfde kant uit. Het zijn de golden boys die linkse bewegingen aan elkaar houden, activistische popjes klitten om hen heen, knikkend na elk woord dat die charmante voorhoede ze voorschotelt. Zij representeren de masculiene machtsstructuur. Door niet helder de linkse strijd te definiëren vervalt links in die machtspatronen, de kakofonie van de krachtpatsers. Van exclusieve begrippen naar een algemene betekenisleer. Het maakt niet uit hoe goed je de linkse grondwerken hebt gelezen; het is een strijd die sociaal gedefinieerd wordt. Het staat in schril contrast met diens antagonist: de rechterkant. Bombastisch verkondigen venijnige volksmenners antisemitische, racistische en vrouwonvriendelijke praatjes. Het lijkt allemaal niets uit te maken. Rechts betekent borrels en gezelligheid met het geld van arme mensen in de zak. Wat een paar figuren in die brede definitie uitkramen, laat de meesten koud. Pas wanneer het over genocide in app-groepjes gaat, komt men in beweging.

Het is hetgeen ik zo mis, waar rechts een steeds bredere term is, is links aan het versmallen. Die laatste verjaagt mensen die niet ‘links genoeg’ zijn. Ik wil niet bepleiten dat aan die linkerkant iedereen maar welkom moet zijn. Tuurlijk moet je ergens een grens trekken, maar links sluit anderen uit van een strijd die zij zelf niet weet te definiëren. Men rent achter het ideaal van een ander aan. Er moet een bepaalde buitengrens komen waarbinnen allerlei groepen als links mogen bestaan. ‘Niet elkaars bestaan aantasten’ en ‘voor iedereen voedsel op diens tafel’ lijken goede beginpunten. Hoe hoopvol ik ook ben, die linkse strijd speelt zich inmiddels boven ons af. Een metafysisch object, een groot ding dat de beweging zelf niet weet te definiëren, maar waarvan ze in ieder geval vinden dat hun groepsgenoten er niet aan voldoen. Ze gebruiken luchtledige schrijvers, arbitraire termen en zelfs de charmes van een willekeurige witte man om elkaars tegendeel te bewijzen. Hoe veel mensen je het ook vraagt, een consensus over wat die strijd inhoudt komt maar niet. Het is het hoopvolle wegwerpmechanisme waar links onderhevig aan is. Geen concrete economische visie of kijk om de wereld in te delen, maar een manier om anderen weg te duwen. Het is namelijk altijd de ander die definieert wat de linkse strijd betekent. Het is iets najagen wat niet bestaat. Economische rechtvaardigheid, gendergelijkheid of antiracisme. Allemaal belangrijk, maar thema’s waarin niemand ‘links genoeg’ lijkt te zijn. Die ‘ander’, dat zijn linkse mensen zelf, zij duwen elkaar uit de gemeenschappelijke strijd waar ze zelf maar niet de vinger op kunnen leggen. De linkse strijd is de utopie van iemand anders.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s