Van je vrienden moet je het hebben

Tekst door Sybren Sybesma

We vielen elkaar als oude vrienden in de armen.

En hij begon te snikken.

Ik probeerde me uit zijn omhelzing los te maken, maar hij omklemde mij stevig.

Hij riep dat het uit was met Anne. 

‘Anne,’ riep hij toen ik niets zei. ‘Anne! Anne van den Heuvel!’

Hij liet mij los en ik deed een stap naar achteren.

‘Er zijn veel Annes,’ antwoordde ik.

‘Je zat bij haar in de klas, wíj́ zaten bij haar in de klas!’

Hij haalde zijn telefoon uit zijn zak en liet mij het beginscherm zien. Een mooie jonge vrouw met bruin haar en een zonnebril zat naast hem. Ze tuitte haar lippen. Op de achtergrond een berg, op de voorgrond een fles wijn en twee glazen.

Ik knikte. ‘Oh ja.’

‘Ik háát je,’ zei hij tegen het scherm.

‘Wil je nog een biertje?’ vroeg ik.

Hij keek op en stak zijn telefoon weg. ‘Meer bier, meer bier!’

We gingen ergens zitten waar de muziek minder hard stond.

‘Dat ik jou hier zie,’ zei hij.

We moesten nog steeds vrij luid praten. Meer mensen waren de muziek ontvlucht. Ik vroeg hem waar hij in het leven mee bezig was.

Hij zei dat hij onderzoek deed naar de celcyclus. Door de manier waarop hij het zei, dacht ik even dat hij aan het promoveren was. Ik probeerde uit te rekenen of dat kon, want ik was nu 24, dus dan was het mogelijk dat hij dat ook was. En hoe lang geleden had ik, hadden wij, eindexamen gedaan? Was ik toen zeventien of achttien? De jaren en getallen buitelden door mijn hoofd, dus ik vroeg het hem. Of hij een promotieplek had.

‘Nee masterstage. Ik heb al een baan voor hierna.’

Hij lachte en kneep zijn ogen tot spleetjes. 

Mijn oma had hem zeker een ‘leuke jongen’ gevonden. Hij had plannen en geld. Ik vroeg me af of ik zijn ouders ooit had gezien. Of ik wist wat ze deden. Er kwamen geen gezichten bovendrijven. Er was natuurlijk geen schoolplein met wachtende vaders en moeders meer geweest. Wedden dat hij dan ook een huis zou kunnen kopen. Ik wilde opstaan en terug naar de muziek. Om weer te springen. En daarna een shotje van iets, maakt niet uit wat. En dan weer springen. Waar was Joris eigenlijk? Ik kreeg er nog een van hem. Maar ik vroeg wat voor baan hij dan had.

‘Ik word lobbyist voor Johnson en Johnson, “big pharma”.’ Hij lachte en vormde met zijn vingers aanhalingstekens in de lucht. ‘Mijn moeder is het er niet zo mee eens, maar ja, als ik daar een paar jaartjes werk, dan is haar hypotheek wel afbetaald.’

Hij nam een flinke slok uit zijn bierflesje en scheen niet te merken dat ik niets terug zei. Ik dacht aan Nan Goldin en haar lege pillenflesjes. En de tentjes met de zombies ervoor op het nieuws. Ook ik nam een slok en glimlachte. Morgen zou ik wat teruggezegd hebben.

‘Ja, ja,’ zei ik.

Hij liet zijn flesje zakken en streek zijn haar naar achteren.

Die keer dat hij met die hockeytas de les in kwam deed hij het op precies dezelfde manier. Alle meisjes en de docent keken naar hem. Hij zei dat hij die middag selectietraining had. Natuurlijk met die lach. Die eeuwige lach. Oma had hem ook. Als zij zei dat ze het bij nader inzien toch een goede studie vond, omdat ik dan al die boeken had. In de komende oorlog zou ik dan de kachel altijd aan kunnen hebben. Ik wilde opstaan en hem een hand geven. Naar de muziek. Maar hij vroeg wat ik dan deed.

‘Filosofie,’ zei ik. 

‘Ah filosofie. Ik weet nog dat we daar toen The Matrix voor moesten kijken. Makkelijkste proefwerk ooit.’

Ik knikte langzaam.

‘Die vechtscènes!’ Hij maakte een boksbeweging. ‘Anne vond ’m vreselijk.’

Hij krabde op zijn hoofd en voegde eraan toe: ‘Maar al die rare ideeën van die rare mensen. Niemand boeide het ook echt wat. Weet je wat ik wel eens denk. Ik denk wel eens, als alle filosofen al die denkkracht hadden gestoken in de ontwikkeling van iets belangrijks, dan was kanker de wereld allang uit geweest.’ Hij glimlachte.

Ik stond op en gaf hem een klap. Mijn vuist raakte zijn neus. Zijn hoofd sloeg achterover. Hij bleef even verdwaasd zitten, maar sprong toen op en vloog mij aan. We worstelden. Ik probeerde mijn heup in te draaien voor een judoworp. Hij weerde die af. Er klonk gegil en geschreeuw. Om ons heen vormde zich een kring.

Plaats een reactie