Het voorstelrondje en de kleine pink

Tekst door Phoebe Meekel

Eerste dagen zijn altijd spannend. Op zo’n eerste dag van je studie of een cursus vreest de een dat hij geen vrienden kan maken, terwijl de ander al lang en breed staat te kletsen met zijn nieuwe beste vrienden. Ondanks dat iedereen hier anders instaat, ontstaan er al snel kleine groepjes. De banden binnen deze groep zijn oppervlakkig, aangezien je elkaar net – eigenlijk niet – kent. Maar deze oppervlakkigheid slaat om in een ontzettend diepe en sterke eensgezindheid, wanneer de professor het voorstelrondje introduceert. Het lokaal vult zich met irritatie en teleurgestelde zuchten.

En het is al helemaal uit met de pret wanneer er naast je naam, leeftijd en hobby ook naar een leuk weetje over jezelf gevraagd wordt. Hoe – en vooral waarom – moet ik ter plekke op de proppen komen met een leuk weetje? Stress overmeestert mijn brein, omdat ik niet saai wil overkomen. Het voorstelrondje lijkt op deze manier zijn hele doel om elkaar te leren kennen te missen, aangezien ik zit te peinzen en zo geen oor heb naar de verhalen van mijn nieuwe studiegenoten. Gelukkig heb ik na negentien jaar een leuk weetje over mezelf ontdekt. Ik hef mijn hand, en zeg: ‘Mijn pink is ontzettend klein’. Geloof me, dat is ze echt. Iedereen in het lokaal ziet dit en een paar beginnen te lachen. Ik kan me nu ontspannen en ben trots op mijn leuke weetje. Minder trots was ik hierop toen ik er een maand later achter kwam dat iemand verstond dat ik een kleine pik had. Maar goed, ik heb in ieder geval een indruk – al is het niet de beste – gemaakt.

De voorstelrondjes zijn uitgespeeld en het is tijd voor iets nieuws. Er zijn – godzijdank – mensen die met alternatieven komen. Zo moet ik mezelf bij het derde voorstelrondje op mijn eerste studiedag voorstellen aan mijn buurman en hij aan mij. Voor ik het weet ontstaat er een gesprek, waardoor ik meer leer dan enkel een naam, leeftijd en lengte van de vingers. Mijn buurman vertelt dat hij piano speelt, en zo zie ik een perfect moment om te benoemen dat ook ik ooit pianoles heb gehad. Onnodig vind ik het om hierbij te vertellen dat ik ondertussen alles ben verleerd en alleen nog de juiste toetsvolgorde van vader Jacob uit mijn hoofd weet. Vervolgens moet ik mijn buurman voorstellen aan de rest van de groep. Hoewel ook dit niet stressvrij is (heb ik wel goed geluisterd?) en er een aanzienlijke kans is dat de interactie met je buur ongemakkelijk is, heb je gelijk iemand die je enigszins kent. Het eerste contact is gelegd, en de drempel om anderen aan te spreken is lager geworden.

Een leuk weetje over jezelf is op zich een prima ijsbreker voor een leuk gesprek, maar het probleem is dat het zo lastig is om er een te bedenken. Veel makkelijker is het om je favoriete broodbeleg op te noemen. Bijna iedereen heeft er een en ook als je deze niet hebt, vormt dit materiaal voor gesprekken of discussies. Toch duikt ook hier het niet-saai-willen-zijn op. Ik wil namelijk niet de derde op rij zijn met schuddebuikjes als go to. Ineens krijg ik een flashback van een pot met daarin een bruine substantie. Een vriendin van mijn moeder smeert dit op mijn brood en ik neem hier een hap uit. Mijn tenen verstijven en ik krijg kippenvel. Even serieus, wie vond het een goed idee om Marmite op deze wereld te brengen? Toch wil ik mij onderscheiden van mijn voorgangers in het voorstelrondje en doe ik alsof dit mijn favoriete broodbeleg is. Ik hoop zo ook iedereen te shockeren. Wellicht is het onoprecht, maar het is in ieder geval een origineel antwoord. En daar ben ik trots op.

Ik vraag mijn vrienden om alternatieven op voorstelrondjes en binnen een seconde roept iemand dat je je sleutelbos moet voorstellen. Dit werkt volgens hem altijd, omdat er zo veel gesprekken tot stand komen waardoor je elkaar beter leert kennen. Bijna iedereen heeft namelijk een sleutelbos, en aan elke sleutelhanger en gek of normaal uitziende sleutel zit een verhaal verbonden.

We kunnen helaas niet zonder het voorstelrondje, maar het kan zoveel leuker! Naast sleutels en belegsoorten zijn er nog veel andere voorwerpen of onderwerpen die een gesprek aan kunnen wakkeren. Zo moeilijk is het niet om naar iets eenvoudigers dan een leuk weetje te vragen. En stel dat je wel in het traditionele vragenrondje zit, dan kan je altijd nog een onvergetelijke indruk achterlaten door te zeggen dat je een kleine pink (of pik) hebt.

Plaats een reactie