BaBul maart

Tekst door Femke de Bruijn en Madelief Stad

In de maandelijkse rubriek ‘Babul’ gaan we met een oud-student Geesteswetenschappen in gesprek over diens scriptie- of projectonderwerp. Wat was de motivatie, en wat waren de grootste inzichten en uitdagingen? Voor deze editie gingen we in gesprek met niet één, maar drie schrijvers: Lotte Nieboer, Sigrid de Boer en Charlotte Neels. Samen met vijftien medestudenten van de master Redacteur/editor schreven zij het boek Suriname roept ons: Luisteren naar verhalen uit de collectie Surinamica.

Het is misschien wel hét hoogtepunt van de studie: een eigen boek schrijven en uitgeven. Elk jaar houden studenten van de opleiding zich ermee bezig. Opgedeeld in een hoofdredactie, eindredactie en een team beeld- en vormgeving werken ze vier maanden lang aan het zogeheten ‘boekproject’. Het resultaat is een essaybundel rondom een maatschappelijk thema, met dit keer als titel: Suriname roept ons.

Voor Suriname roept ons deed de lichting van dit jaar archiefonderzoek naar de relatief onbekende collectie Surinamica van het Allard Pierson. Dat is niet geheel toevallig, want in 2025 viert Suriname vijftig jaar onafhankelijkheid van Nederland. De hoogste tijd om de archieven in te duiken dus, want de collectie is rijk aan onderbelichte onderwerpen. Van abolitionistische verslagen en koloniale beeldvorming in Surinaamse kinderboeken, tot creoolse vrouwenliefde en mythische wezens uit de volkscultuur.

Elke student voerde een eigen onderzoek uit waarin hij of zij een stukje Surinaamse geschiedenis vanuit een nieuw perspectief probeerde te belichten. Vanuit verschillende academische invalshoeken probeerden ze dezelfde vragen te stellen: welke stemmen klinken door uit het archief, en hoe kunnen we écht luisteren? Lotte, Sigrid en Charlotte vertellen hoe het is om antwoorden op die vragen te vinden, en wat er bij komt kijken als je met achttien studenten een boek maakt.

Lotte Nieboer (22) – ‘De evolutie van een archief’

Lotte bijt met haar essay het spits van de bundel af. En dat is niet zonder reden. ‘Mijn essay gaat over de moeilijkheden en gevoeligheden die komen kijken bij onderzoek doen naar koloniale archieven. Veel van die archieven bestaan uit gestolen objecten en bij het onderzoek worden de oorspronkelijke eigenaren niet betrokken.’ Volgens Lotte worden onderzoekers zich steeds meer bewust van deze blinde vlek en zoeken ze nu naar manieren om dit recht te trekken. ‘Tijdens mijn bachelor geschiedenis heb ik geleerd dat geen enkel onderzoek neutraal is. Niet alleen je eigen denkbeelden als onderzoeker, maar ook de objecten die je onderzoekt beïnvloeden de resultaten.’ 

Ze probeert het perspectief dat zij en de andere auteurs hebben aangenomen dan ook te contextualiseren. ‘Als veelal witte studenten is het belangrijk om aan te geven dat we ons bewust zijn van deze pijnpunten.’ Dat belang zag ze ook terug in het interview dat ze hield met Maartje Duin en Peggy Bouva over hun podcast De plantage van onze voorouders. ‘Hun verhaal laat goed het belang van onderzoek naar het koloniale verleden zien, want dat verleden heeft nog steeds effect in het heden. Als lid van de hoofdredactie vond ik het een eer dat ik gevraagd werd hen te interviewen.’

Met achttien mensen een boek maken blijkt niet altijd even makkelijk te zijn. ‘Ik heb geleerd dat er uiteindelijk altijd dingen anders lopen dan je van tevoren verwacht, want een boek maken is echt een dynamisch proces. Soms is dat vervelend, maar soms is het juist ook heel leuk om de kans te krijgen het weer even helemaal anders te doen dan anders.’ En er zaten meer positieve kanten aan. ‘Het was heel leuk om elkaar beter te leren kennen, we hebben als groep echt geleerd op elkaars kwaliteiten te bouwen.’ Over wat ze na de master wil gaan doen hoeft ze niet lang na te denken. ‘Ik wil graag verdergaan met non-fictie. Ik vind alles wat met geschiedenis te maken heeft heel leuk en ik zou dit graag met de rest van de wereld delen!’

Sigrid de Boer (22) – ‘Surinaemske tael, memmetael’

‘Voor mijn essay dook ik in een speciale uitgave van een antiek Fries tijdschrift, De Tsjerne. Hierin werden Surinaamse gedichten in het Sranantongo voor het eerst naar een Europese taal – het Fries – vertaald en gepubliceerd.’ Het Sranantongo, zo vertelt Sigrid, is de meest gesproken taal van Suriname. ‘Het kent een interessante en tragische geschiedenis. Het is ontstaan als contacttaal tussen slaven, werd vervolgens bestempeld als minderwaardig, en streeft sinds de jaren 50 naar volwaardige erkenning.’ De relatie tussen taal en identiteit heeft haar altijd geïntrigeerd. Misschien is het haar Friese achtergrond die haar natuurlijke affiniteit met dit thema verklaart. ‘Toen ik ontdekte dat er een samenwerking had plaatsgevonden tussen Surinaamse dichters en vertegenwoordigers van mijn memmetael, wist ik dat ik hier iets mee moest. Ik vroeg me af waar deze interactie vandaan kwam.’

Sigrid werkte niet alleen aan haar eigen essay, maar was binnen het project ook actief als (hoofd)redacteur. ‘Door deel uit te maken van de hoofdredactie had ik constant overzicht op het project, dat vond ik fijn. De hoofdredactie hield zich onder andere bezig met gastauteurs, marketing en de boekpresentatie.’ De voorbereiding op een carrière in de uitgeverswereld vergt soms wat stressbestendigheid. ‘Het gaat ook gepaard met veel verantwoordelijkheid en stress. Iets lijkt in je hoofd vaak groter dan het daadwerkelijk is. Af en toe probeerde ik stil te staan bij die laatste gedachte, waardoor er weer plaats kon ontstaan voor enthousiasme.’

‘De praktische ervaring die je opdoet met zo’n project is leuk; het voelt als de perfecte voorbereiding op een carrière in de uitgeverswereld. Daarnaast bouw je in korte tijd een hechte band op met je medestudenten, dat vind ik heel bijzonder en waardevol.’ En een toekomst in de uitgeverswereld? Die lonkt onmiskenbaar voor Sigrid. ‘Op de korte termijn wil ik er een betekenisvolle scriptie uit knallen en al m’n vakken halen. Het volgende studiejaar start ik met een redactiestage bij een uitgeverij – ik weet nog niet welke, maar wel dat ik er heel veel zin in heb.’

Charlotte Neels (23) – ‘Het belang van een lamp zijn in andermans huis’

Het essay van Charlotte gaat over het bijzondere leven van de Surinaamse activist Asta Elstak (1917-1994). ‘Na omzwervingen langs drie werelddelen trok ze in de jaren 70 naar de Bijlmer. Activisme was haar tweede natuur: ze verrichtte waardevol werk voor kwetsbaren in de samenleving.’ Veel essayisten kozen één specifiek onderzoeksobject voor hun artikel, maar Charlotte opteerde voor een biografie, waarin een leven van a tot z chronologisch wordt behandeld. ‘Ik koos vooral voor een onderwerp en een structuur waar ik zélf als lezer naartoe gezogen zou worden. Verloren gegane (vrouwen)levens intrigeren me mateloos. Vorig jaar werkte ik aan een stuk over mijn eigen voormoeders. Vanaf een generatie of vier terug weet ik eigenlijk niets meer over hen. Dat ik met dit essay een vrouwenleven ‘in leven’ kan houden beschouw ik als een eer. Bovendien was het waardevol om de geschiedenis van de Bijlmer te onderzoeken; in september verhuisde ik vanuit Vlaanderen naar deze buurt.’ 

Als lid van zowel de hoofdredactie als van team beeld en vormgeving had ze het druk. Vooral met vergaderen, voorstellen uitwerken, compromissen sluiten, enzovoort. ‘Daarnaast bracht ik ook heel wat tijd door in het archief van het Allard Pierson, op zoek naar sporen van Elstaks leven. Ik had het gevoel dat er voor sommige zaken nét te weinig tijd was, zoals bijvoorbeeld voor het omslagontwerp. Maar dat is tegelijk ook de realiteit van een redacteur: zo goed mogelijk presteren in zo weinig mogelijk tijd. Het voelde heel cool om bijvoorbeeld de titel van het boek vast te leggen. En het vasthouden van de eerste druk voelt écht als het vasthouden van je eerstgeborene.’ 

Een toekomst in het boekenvak ziet Charlotte dan ook wel voor zich. ‘Eerst wil ik stage lopen bij een literair fonds waar ik zelf volledig achter sta. Ik manifesteer het hier even schaamteloos: De Bezige Bij.’ En daarna? ‘Redacteur zijn bij een uitgeverij met een fondslijst die min of meer overeenkomt met mijn eigen boekenkast. We zien wel waar de wind me heen blaast.’
Ben je benieuwd of het de studenten gelukt is te luisteren naar de Surinaamse stemmen uit het archief? Suriname roept ons is voor € 17,50 te bestellen op http://www.uitgeverijredacteureditor.nl.

Plaats een reactie