Poppers tolerantieparadox 

Tekst /// Jens van der Weide Beeld /// Bob Foulidis

Een wapperende kachelpook, slaande deuren en twee gekrenkte ego’s. Dat was het resultaat van een ontmoeting tussen Ludwig Wittgenstein en Karl Popper in 1946. De twee filosofen raakten in gesprek tijdens een bijeenkomst van de Moral Sciences Club in Cambridge. Wittgenstein had de beruchte overtuiging dat alle filosofische problemen slechts taalpuzzels waren en dat ging er bij Popper niet in. Het verhaal gaat dat de gemoederen dermate hoog opliepen dat Wittgenstein met een haardpook begon te zwaaien en vervolgens de kamer uitstormde. Althans, zo haalde Popper het zelf voor de geest in zijn autobiografie. Tot op de dag van vandaag worden elementen van het werk van deze invloedrijke, koppige filosoof gebruikt in politieke discussies. Een van die elementen is de Paradox van Tolerantie. 

Karl Raimund Popper werd geboren in Wenen in 1902 in een Joods gezin. Al van jongs af aan verloor hij zichzelf in boeken. Als tiener sloot hij zich aan bij links-politieke groeperingen en flirtte kort —zoals wel meer linksgeoriënteerde mensen— met het Marxisme. Op de vlucht voor dreigingen uit Duitsland wist hij in 1937 een positie aan de Universiteit van Nieuw-Zeeland te bemachtigen, een jaar voor de Anschluss van Oostenrijk. Hier schreef hij zijn invloedrijke werk The Open Society and its Enemies (1945), dat sterk werd beïnvloed door de oorlog in Europa. De rest van zijn academische carrière speelde zich af op de Universiteit van Londen, gedurende welke hij geridderd werd en een rits aan prestigieuze prijzen in ontvangst mocht nemen.

Ja, de volgende appel zal waarschijnlijk ook vallen, maar het ging Popper te ver om daar nou een wet van te maken

Om Poppers politieke filosofie te begrijpen moeten we beginnen bij zijn wetenschapsfilosofie. Een van de theorieën waar hij in de wetenschap om bekendstaat is het ‘falsificationisme’. Traditioneel begon wetenschappelijke kennis bij een observatie waar vervolgens een algemene theorie omheen gebouwd werd. Een frustrerende methode, vond Popper, want hoe weet je door middel van een paar observaties dat er altijd hetzelfde gaat gebeuren? Ja, de volgende appel zal waarschijnlijk ook vallen, maar het ging Popper te ver om daar nou een wet van te maken. De ‘inductieve gok’ werd breed geaccepteerd en stond voor veel wetenschappers kennisverwerving niet in de weg. Toch stelde Popper voor het om te draaien: we moeten observaties niet gebruiken om een theorie op te stellen, maar om een al bestaande theorie kritisch te toetsen. Als we vervolgens iets vinden dat niet strookt met de theorie, zetten we haar weer in de steigers. Kennis is daarmee niet zeker, maar simpelweg het beste wat we hebben tot het tegendeel is bewezen. 

Kijk uit voor totalitarisme!

Poppers kritiek bleef niet beperkt tot de wetenschap. Zijn sociaal-politieke gedachten, die werden uitgewerkt in The Open Society, waren sterk beïnvloed door het principe van wetenschappelijke falsificatie. In het boek beschrijft Popper zijn ideale samenleving, die botst met de ideeën van Plato, Hegel en Marx. Popper stelde dat de beoogde samenlevingen van deze drie filosofen gestoeld zijn op verkeerde aannames en dat de uitwerkingen ervan gevaarlijk kunnen zijn voor de mens. Plato zag, volgens Popper, de samenleving ten onder gaan en fantaseerde over een antidemocratische utopie met aan het hoofd een filosoof-koning die de wereld zou redden. Hegel en Marx theoretiseerden, allebei op hun eigen manier, over een historische beweging die uiteindelijk uit zou komen op een utopische samenleving. Popper maakte deze theorieën met de grond gelijk. Hij vreesde zelfs dat deze filosofische tendensen Europa hadden klaargestoomd voor totalitaire ideologieën. 

Popper stelde een liberale samenleving voor waarin dergelijke ideologieën niet gerealiseerd kunnen worden. Iedereen met een utopie in zijn achterzak moet zich realiseren dat hij fout kan zitten en dat anderen het anders kunnen zien. We moeten daarom geen samenleving bouwen op basis van een ideale blauwdruk, maar ons richten op stapsgewijze verbetering. De verwerkelijking van zo’n samenleving kan dan enkel tot stand komen als de ideeën en rechten van elk individu gerespecteerd worden, wat Popper de ‘open samenleving’ noemt. Keuzes moeten rationeel en objectief tot stand komen op basis van de beste kennis die we hebben. In lijn met Poppers principe van falsificatie verandert de vraag ‘Hoe bereiken we de ideale samenleving?’ naar ‘Hoe voorkomen we een slechte samenleving?’ Het systeem moet zo gebouwd worden dat fouten, zoals het aanstellen van incompetente leiders, herkend en hersteld kunnen worden. Volgens Popper voorkomen we op deze manier totalitarisme.

In lijn met Poppers principe van falsificatie verandert de vraag ‘Hoe bereiken we de ideale samenleving?’ naar ‘Hoe voorkomen we een slechte samenleving?’

Hoewel de baksteen van een boek kort na de oorlog erg bekend was, is The Open Society and its Enemies tegenwoordig minder populair. Er klinkt kritiek op Poppers uiterst objectieve methode. Politiek filosoof Ivana Ivkovic stelt bijvoorbeeld dat Popper te gefocust was op het verheerlijken van rationele methodes in de politiek. Deze politieke objectiviteit is volgens Ivkovic onhaalbaar en negeert de rol van emoties. Sommige critici stellen bovendien dat Poppers boodschap aan de wereld enorm belangrijk was rond de Tweede Wereldoorlog, maar inmiddels een open deur is. De afgelopen decennia is het invloedrijke boek daarmee langzaam verdwenen uit syllabi van universiteiten. Toch is er een element in zijn werk dat weinig aan populariteit heeft ingeleverd.

Tolerant of intolerant?

Verstopt in de driehonderd pagina’s tellende notensectie – filosofen hebben een vreemde fascinatie voor annotaties – beschrijft Popper de Paradox van Tolerantie. Zoals eerder beschreven dient een open samenleving open te staan voor allerlei uiteenlopende ideeën. Of zoals Popper het zegt: een open samenleving moet tolerant zijn. De vraag is of zo’n tolerante samenleving bestand is tegen gevaarlijke ideeën. Zou de samenleving niet verzinken in een totalitair drama als er ruimte wordt gegeven aan verkeerde opvattingen? Nee, zou Popper zeggen, wijzend naar de paradox. Een tolerante samenleving kan namelijk maar beperkt tolerant zijn. Zoals Popper het zegt: ‘If we extend unlimited tolerance even to those who are intolerant, if we are not prepared to defend a tolerant society against the onslaught of the intolerant, then the tolerant will be destroyed, and tolerance with them.’ 

We moeten dus intolerant zijn tegenover intolerantie. Een beknopt en logisch argument, lijkt het, makkelijk in te kleuren met politieke opvattingen naar keuze. Het argument is daarmee een veel gebruikt middel in discussies om een politieke overtuiging kracht bij te zetten en de mond te snoeren van mensen met een andere mening. Een voorbeeld hiervan is een korte strip die circuleert op sociale media – het is de eerste afbeelding na het intikken van ‘paradox of tolerance’ op Google. De strip geeft overzichtelijk de paradox weer en gebruikt hem als een argument tegen fascisme. Hier wordt gesuggereerd dat we gevaarlijke ideeën met geweld tegen moeten gaan. De rechterflank gebruikt het argument op zijn beurt om de Islam te bekritiseren en zo mogelijk te verbieden. De ‘intolerante’ Islam moet weg en de grenzen dicht, aldus deze lezing van Poppers paradox. Dit is een greep uit talloze fora en opiniestukken die de paradox aanhalen. 

Het probleem is dat zowel de linker- als rechterflank op het politieke spectrum Poppers ‘intolerantie’ verkeerd opvat en het argument onvolledig presenteert. Popper waarschuwt namelijk: ‘I do not imply, for instance, that we should always suppress the utterance of intolerant philosophies; as long as we can counter them by rational argument and keep them in check by public opinion, suppression would certainly be unwise.’ Intolerante ideeën moeten we volgens de paradox dus niet onderdrukken, zeker niet met geweld, maar weerleggen met de rede. Pas als intolerantie gewelddadige vormen aanneemt mogen we, nee, moéten we volgens Popper met geweld reageren: ‘But we should claim the right to suppress them if necessary even by force; for it may easily turn out that they are not prepared to meet us on the level of rational argument, but begin by denouncing all argument; they may forbid their followers to listen to rational argument, because it is deceptive, and teach them to answer arguments by the use of their fists or pistols.’ De echte paradox van tolerantie bevat dus een ander bericht dan vaak wordt gedacht. 

Popper heeft met zijn open samenleving enorme invloed gehad op de hedendaagse Europese politiek. Hoewel de meningen over zijn werk verschillen, worden zijn ideeën tot op de dag van vandaag, goedschiks of kwaadschiks, gebruikt in politiek discours. Toch is het jammer om te zien dat Poppers werk ook op de verkeerde manier gebruikt wordt. Zelf zou Popper hier waarschijnlijk met lede ogen naar kijken. 

Tenzij Wittgenstein gewelddadig werd met zijn pook, moest Popper het doen met rationele overtuiging

Popper accepteerde Wittgensteins visie niet tijdens die ene ontmoeting in Cambridge. Filosofie was volgens Popper niet slechts een spelletje met taal, maar een belangrijk instrument om grote problemen in onze samenleving op te lossen. Popper, eloquent als hij was, bood hiervoor argumenten die Wittgenstein op de kast joegen. Poppers eigen filosofie vertelde hem namelijk niet intolerant te zijn tegenover Wittgensteins ideeën. Tenzij Wittgenstein gewelddadig werd met zijn pook, moest Popper het doen met rationele overtuiging. Gelukkig was hij hier zelf een koning in.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s