Lucas in Weimar

Tekst /// Lucas Gortemaker Beeld /// Imke Chatrou

In het kader van het Spring School-programma van de Bauhaus Universität heb ik de zonnigste dagen van maart in Weimar in Oost-Duitsland doorgebracht. Daar volgde ik het vak (re)Thinking Privilege through Filmmaking van filmmaker Nicola Hens voor drie studiepunten. Het was hierbij de bedoeling om met een groepje internationale studenten binnen vijf dagen een korte documentaire te maken. De online lessen voorafgaand aan deze week stelden vanwege hun oppervlakkigheid teleur. Daarom groeide in mij het vermoeden dat de herfstcursussen van de gerenommeerde universiteit onderdeel waren van een ingenieuze wervingscampagne. Hieronder volgt een gefragmenteerd verslag.

Dag één

Er komt een vlinder op mijn hand zitten. De vlinder heeft lichtbruin omrande, oranjerode vleugels met vier schilderachtige, paarse, oogachtig ogende vlekken, die mij indringend aankijken. Voorzichtig drink ik van mijn halve literfles Club Mate op het terras van een Drinkhalle in een buitenwijk van Düsseldorf, waar een groep mannen van middelbare leeftijd zich in de aangename middagzon heeft verzameld om bier te drinken tijdens de voetbalwedstrijd tussen de plaatselijke club Fortuna Düsseldorf en SC Paderborn. Fortuna staat 0-1 voor. In het aangrenzende park krijgt een klas kinderen Trompetenunterricht. Ze repeteren Ode an die Freude uit de Negende Symfonie van Ludwig van Beethoven, waarvan de tekst grotendeels door de dichter Friedrich Schiller in 1785 werd geschreven. 

Ik had mijn lange treinreis naar Weimar even onderbroken. De aanleiding hiervoor was het vluchtige bezoek aan een vriend van de middelbare school. Hij woont hier voor een half jaar in een studio van de gemeente voor buitenlandse kunstenaars, om onderzoek te doen naar subculturele manifestaties van het gebruik van cassettebandjes in Noordrijn-Westfalen tussen 1970 en ‘90. Wegens een hardnekkige hersenschudding moet hij rustig aan doen. Op slag kantelt de stemming van de bierdrinkende mannen op het terras van vreugdevol naar grimmig. Eén van de jeugdige trompettisten blaast een valse noot, waarna de vlinder op mijn hand een hoge vlucht neemt. In de allerlaatste minuut heeft Paderborn de 1-1 gemaakt.

Dag twee
Weimar is een kleine stad in Thüringen met een grote Duitse historie. Zo componeerde Franz Liszt hier zijn Liebesträume (1850) en staan op het centraal gelegen theaterplein bronzen gietsels van twee van de meest legendarische inwoners. Deze inwoners waren de eerdergenoemde Schiller en zijn vriend Johann Wolfgang von Goethe. Goethes tuinhuis in Park an der Ilm trekt, evenals het Bauhausmuseum, veel buitenlandse bezoekers. De ooit grensverleggende ideeën van Bauhaus dienen nog altijd als blauwdrukken voor westerse, hedendaagse beeldende kunst en architectuur. In een beukenbos iets ten noorden van Weimar liggen restanten van donkere kanten van de geschiedenis. Achter de toegangspoort van concentratiekamp Buchenwald hebben zich tussen 1937 en 1945 verbijsterende wreedheden afgespeeld. Letters in typische Bauhaustypografie op het hek schrijven op cynische wijze de spreuk Jedem das Seine.

Gisternacht had ik de stad koud, donker en verlaten aangetroffen. Vanuit haar Hauptbahnhof zag ik in de verste verte een warm lichtje branden. Vanzelfsprekend ging ik erop af. Het lichtje bleek afkomstig van het bierhuis Zum Goethebrunnen. Een meisje met neusring stond buiten roken. Ze heette Slávka en droeg een zwarte hoodie, waarop witte letters een voor haar essentiële vraag stelden: “Where the fuck is Bratislava?” Toevallig wist ik dat je er met de trein vanuit Wenen in ongeveer een uur kan zijn. Circa drie jaar geleden ontdekte ik in deze stad één van de meest interessante tweedehands boekhandels en at ik er heerlijke falafel. Volgens Slávka hadden beide zaken de coronacrisis niet overleefd. Ze nodigde me uit om binnen wat van Das Weimarer Bier te proeven.

De plaatselijke bevolking, die nogal op leeftijd was, leek allesbehalve verheugd met de onvoorziene entree van twee buitenlanders in hun stamcafé. Bovendien weigerde onvriendelijk barpersoneel ons te bedienen, omdat Slávka enkel Engels sprak en ik geen COVID-certificaat kon tonen. Gelukkig ontdooide de barman, nadat ik de moeite had genomen om in het Duits te verklaren dat de batterij van mijn telefoon was leeggelopen, maar dat ik recentelijk was gevaccineerd. Hij kon mijn stroeve poging wel waarderen en vond het daarbij vooral amusant dat deze gepaard ging met de nodige grammaticale fouten. Lachend tapte hij twee glazen Ehringsdorfer.

Slávka was ook deelnemer aan de Spring School. Ze volgde het vak How the (female) body became political in the 70s and 80s en was evenmin te spreken over de online lessen. Ongevraagd werden we vergezeld door een mysterieuze jongvolwassen Duitser met een opgeschoren, blonde coupe. Hij nam niet deel aan de Spring School. Hoewel hij verder niet echt spraakzaam was, begon hij na een tijdje staren zestien duistere Duitse bars te spitten. Zo te horen ging zijn tekst over één of andere aantrekkelijke vrouw, die aan haar linkerhand de verlovingsring van een andere man droeg. De artiestennaam van de blonde Duitser was Young Werther en over zijn verleden liet hij liever niets los. Zo werd het dus toch nog een gezellige avond. Aan het einde ervan klopten de stamgasten bij wijze van een vriendschappelijk gebaar op onze tafel. Ze wensten mij en Slávka een goede nacht toe.

Dag drie
‘s Morgensvroeg staat er een stevige wandeltocht door de dauwdruppels van het Thüringenwoud in Eisenach geboekt. De bestemming is Kasteel Wartburg. Het kasteel is voornamelijk bekend doordat het vijfhonderd jaar geleden diende als toevluchtsoord voor de monnik Maarten Luther, toen hij in de ban was gedaan. Volgens een andere legende vond hier in 1207 een Sängerkrieg plaats tussen de minnezangers Walther von der Vogelweide, Wolfram von Eschenbach en fantasiefiguurtje Heinrich von Ofterdingen. Ruim een half millennium later vormde deze legende de basis voor Richard Wagners Tannhäuser-opera. Het interieur van het kasteel is buitengewoon kitscherig gedecoreerd, wat ik fantastisch vind.

Tijdens de treinreis terug naar Weimar, waar ik ‘s middags met mijn tijdelijke klasgenoot Pavlo in een soepbar heb afgesproken, zit ik tegenover twee knappe Catalaanse meisjes.

Zij gruwelen ervan om voor Spaans te worden aangezien. Trots vertellen ze Catalonië als een onafhankelijke republiek te beschouwen. Thanos, een flamboyante Griekse jongen die op Cyprus studeert, zit naast ons. Hij vertelt over de strikte scheidingslijn die door zijn studiestad Nicosia loopt. Het eiland bestaat sinds decennia uit een Turks en een Grieks deel. De animositeit die tussen Noord- en Zuid-Cyprioten heerst, kwalificeert Thanos als onzinnig.

Mijn klasgenoot Pavlo krijgt de middelgrote kom dampende vleessoep amper op. Zijn gedachten zijn in Lviv en bij de familieleden die daar wonen. Hij studeert al jaren in Malaga in Spanje, maar oorspronkelijk komt hij uit Oekraïne. Vanuit Malaga heeft hij geprobeerd steun voor zijn familie te organiseren. Hij merkte hierbij op dat de Spanjaarden zich in het algemeen vrij laconiek verhouden tot de Russische invasie in zijn thuisland. Hoe anders is dat hier in Weimar, waar Oekraïense vlaggen het straatbeeld domineren. Pavlo noemt de situatie meermaals complicated en spreekt uit dat hij met het idee heeft gespeeld naar Oekraïne af te reizen om daar samen met zijn landgenoten tegen de Russen te strijden. 

Vanuit de kamer die ik onderhuur van een architectuurstudent, kijk ik iets te lang naar de schitterende zonsondergang. UFO-achtige nabeelden leiden een eigen leven op witte wanden. Om te ontspannen sluit ik hallucinante Nederlandse reality-tv aan op een stoffige beamer. Een dikke boer danst met een kringetje vrouwen op een liedje met de tekst: ‘Ik hou van Holland, landje aan de Zuiderzee.’ Nederlandse nationalistische gevoelens vind ik misschien nog wel de lelijkste van allemaal.

De projectweek
Hoewel de projectweek behoorlijk intensief aanvoelde, vond ik deze achteraf gezien het minst interessant. Onze klas was onderverdeeld in vijf kleinere groepen, die allemaal een korte documentaire moesten afleveren. Mijn groepsgenoten waren Madara uit Letland, cameraman Erdem uit Turkije, Marta uit Antwerpen en Débora uit Portugal. Débora studeerde in Finland en kon als gevolg van de uitgebroken Russisch-Oekraïnse oorlog niet meer naar Weimar afreizen. Marta was op het lumineuze idee gekomen om een diner te filmen in de kleinschalige keuken van Hsiao, een Bauhaus-studente uit Taiwan, die graag kippenvoeten at. Op zeer korte termijn hadden we hiervoor vijf mensen uitgenodigd. Dit waren twee innemende Portugese architectuurstudenten, een goedlachse gepensioneerde Oostenrijker, een Chinees meisje uit Amiens en een cameraschuw meisje uit Turkije, dat net als Erdem moeilijkheden had gehad om aan een Europees visum te komen. In Turkije zingt men immers niet mee met de lofdicht aan de vreugde van Beethoven, die in 1985 werd verkozen als volkslied van de Europese Unie. Onze documentaire werd een gedrocht, maar het maakproces was erg fijn geweest.

De laatste nacht
In een innerlijke tweestrijd over meisjes, heb ik uiteindelijk een verkeerde beslissing genomen. Hierdoor kwam ik terecht op een feestje in een tuinhuis vol snuivende Vlamingen in een hoop hondenhaar. Eén van deze Vlamingen maakte mij tot vervelens toe opmerkzaam op onverwachte omwentelingen in de muziek. Daar kwam nog eens bij dat ik rode wijn op mijn beige trui had gemorst. Even hiervoor had ik uitgebreid afscheid genomen van al mijn klasgenoten. Een aantal hiervan overwoog zich volgend jaar in te schrijven voor een master aan de Bauhausuniversiteit. De ingenieuze wervingscampagne heeft dus zichtbaar effect gehad. Pavlo zei met tranen in zijn ogen dat hij ons allen vreselijk zou gaan missen.

Mijn conclusie was dat het feestje in het tuinhuis waarschijnlijk tot niets zou leiden. Daarop besloot ik mijn bed in Weimar voor een laatste keer te gaan opzoeken. Op dat moment wist ik nog niet dat ik de volgende morgen een trein naar Rotterdam zou boeken vanwege de geboorte van Isa, een piepklein en superschattig nichtje. Tijdens deze zoveelste treinreis in korte tijd kon ik terugkijken op een leerzame mini-uitwisseling vol bijzondere ontmoetingen. En de wijnvlekken heb ik later, met de hulp van wat schoonmaakazijn en baksoda, uit mijn trui gekregen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s