Activisme

on

Stilletjes aan groeit het verzet in de stad. Er is geen rationele actie aan te pas gekomen, noch een weloverwogen overpeinzing. Ik doel niet op het verzet dat in georganiseerde vorm met vlaggen een plein placht te bezetten. Niet de onverbiddelijke, zich door complottheorieën gesteund voelende activist. (Een groep die overigens groter is dan menigeen verwacht had.) Niet de microfoon, niet de op rijm geënte kreet en niet de actie die uitgaat van agressie. Ik doel slechts op de spontane, collectieve burgerlijke ongehoorzaamheid. De parken en grachten die volstromen door zonaanbidders, die snakken naar bier en gezelligheid. 

Het is het soort burgerlijke ongehoorzaamheid waarvan activistische idealisten alleen kunnen dromen. We kunnen die ongehoorzaamheid wel opbrengen als onze festivals afgepakt worden, maar niet voor dringende zaken zoals milieu, arbeid of ongelijkheid. Oftewel: zaken die ónze toekomst gaan tekenen. De demonstraties van de afgelopen twee jaar in het kader van deze thema’s waren klein in vergelijking met de legendarische marsen uit de jaren tachtig, maar wel hoopgevend. Die hoopvolle tijd lijkt nu mijlenver weg. De typisch Nederlandse houding – ‘de regels gelden niet voor mij’ – die tijdens corona weer tot uiting komt, werkt vaak aanstootgevend. Maar juist als je haar nodig hebt, is die in geen velden of wegen te bekennen.  

De film Selma (2014) volgt Martin Luther King Jr. gedurende het jaar 1965. In 1964 ontving King de Nobelprijs voor de Vrede. Tegelijkertijd konden Amerikaanse mensen van kleur in de praktijk niet stemmen, ondanks dat het een in de grondwet vereeuwigd recht was. Wat me raakt aan deze film is dat je Martin Luther King ziet twijfelen, aarzelen en afwegen, om uiteindelijk in zijn doel te slagen. King probeerde zijn medestanders te overtuigen van moed en standvastigheid, hoewel hij die zelf niet meer ervaarde. Zelfs wanneer demonstranten in de straat in elkaar werden geslagen en vermoord. 

Martin Luther Kings eloquente preken en de groeiende publieke verontwaardiging over de wrede behandeling van Afro-Amerikanen leidden in maart 1965 tot protestmarsen, de ene nog groter dan de andere, totdat een tachtig kilometer lange mars van Selma naar Montgomery bij de derde poging ten slotte vreedzaam kon worden voortgezet. In het geval van Martin Luther King en zijn volgers was burgerlijke ongehoorzaamheid de dapperste en meest onbaatzuchtige vorm van actie die ze konden voeren. Het kostte een deel van de demonstranten hun leven. In augustus 1965 werd door president Lyndon B. Johnson de ‘Voting Rights Act’ ondertekend: een wet die expliciet discriminatie bij de reglementen rondom stemmen verbiedt.

Een film zoals Selma wijst mij erop dat actievoeren net zo goed noodzakelijk als beangstigend is. Dat het een morele plicht is om je uit te spreken. Dat onrecht benoemd moet blijven worden. Dat actief druk zetten door collectieve actievoering helpt en nodig is om wetgeving te veranderen. Ik hoop dat we weer leren erkennen dat burgerlijke ongehoorzaamheid ook kan worden ingezet voor iets anders dan je directe eigen belangen. Het is nog niet te laat.

Tekst: Rosa Uijtewaal // Beeld: Amanda Vlieger

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s