wij
en ons
en alles
wat we konden
wie we waren
en misschien
(als we in elkaar zouden verdwijnen)
nog steeds een beetje zijn.
de zon
en ons
en niemand minder dan jij
niets meer dan zijn
zonder te hebben
zonder te weten
hoe b r e e k b a a r
het gras
dat de zachte bloesem van groene toekomstdromen
zo snel zou verwaaien
dat onze handen
van glas,
dat het water aan mijn lippen
tot we contactloos
ik kijk onze schaduw na
en ik blijf hopen
(wellicht een tikkeltje naïef)
dat er tussen jij en ik,
lij- en loefzijde,
misschien een liefzijde.
dat wij ergens nog liefde zijn.
Beeld Kian Moradi
