Jur Scherpenzeel, de iconische uitbater van het oudste blues- en rockcafé van Amsterdam, Maloe Melo, is dit jaar 83 geworden. Al bijna veertig jaar staat hij immer met sigaar achter de bar op de Lijnbaansgracht. Het doet de ronde in de stad dat de eigenaar het stokje binnenkort aan een nieuwe partij zal overdragen – aan wie is nog onbekend. Daarom blikken wij met Babel terug op vier decennia aan muziek, burenruzies en benefietavonden in het muziekcafé.
Nadat bleek dat het plan van de vorige eigenaar om, volgens Het Parool, alleen nog maar muziek van Frank Zappa te draaien minder omzette dan gehoopt, nam Jur Scherpenzeel in 1984 het café Maloe Melo in de Jordaan over. Vanaf dit moment begon de kersverse kroegbaas met het organiseren van een dagelijkse muziekavond, waarvan hij er zelf minstens zes in de week aan het werk was. Niet alleen startten veel beginnende Nederlandse artiesten zoals De Dijk en The Fatal Flowers hier hun carrière, ook kwamen internationale groepen waaronder Dire Straits en Mother’s Finest na afloop van hun shows in grotere Amsterdamse zalen naar het muziekcafé. Maloe Melo werd steeds bekender; volgens het Algemeen Dagblad was het in de jaren 80 zelfs al in de Amerikaanse muziekbladen en Finse reisgidsen terug te vinden.
Typerend voor Maloe Melo was het laagdrempelige karakter. Niet alleen is het nooit Scherpenzeels bedoeling geweest om veel geld te verdienen – een ticket kostte slechts vijf euro en nog steeds vind je hier een van de goedkoopste biertjes van Amsterdam – maar ook fungeerde de bluesbar als een woonkamer voor muzikanten waar gasten werd aangezet om iets nieuws te proberen. ‘Iedereen moest in de kroeg zijn ei kwijt kunnen’, vertelde de Nederlandse gitarist André Duet tegen het AD. ‘Of je nu twintig jaar of vijf weken een instrument bespeelde, er werd niemand van het podium afgekeken.’ En dat had tot resultaat dat de avonden kwalitatief enorm varieerden van verrassend goed tot ontzettend slecht. ‘Maar leuk waren ze altijd’, aldus de gitarist.
Halverwege 1988 ontstond er echter een kink in de kabel; op 2 juli dat jaar berichtte Het Parool dat Maloe Melo van de gemeente geen live-muziek meer mocht programmeren. Naar aanleiding van jaren aan geluidsoverlast werd Scherpenzeels vergunning ingetrokken. ‘Dit café heeft een live-reputatie van bijna twintig jaar. Ik begrijp niet dat de gemeente dat nu van de een op de andere dag kan verbieden’, zei de uitbater tegen de verslaggever van de krant. Uit een onderzoek bleek immers dat alleen zijn bovenburen last zouden kunnen hebben van het geluid. En die woonden er toen al zo lang; ze vonden het volgens de kroegbaas geen enkel probleem.
Op 21 juli werd met een ingezonden brief in Het Parool op de verbazing van de eigenaar van Maloe Melo gereageerd. De berichten van ‘de heer Scherpenzeel’ over de maatregelen schetsten volgens de anonieme schrijver een onjuist beeld van de daadwerkelijke situatie. De beslissing zou niet van de een op de andere dag gemaakt zijn, zoals Scherpenzeel deed blijken. Integendeel, in de brief stond dat het buurtcomité al sinds 1982 overleg voerde over de geluidsoverlast op de Lijnbaansgracht. Er werd gesteld dat er bovendien niet met de kroegbazen te praten viel. ‘Een van de bovenburen moest verhuizen na het toebrengen van ernstig lichamelijk letsel’, schreef de briefinzender – wellicht wat overdreven. Een andere buur zou zelfs ‘gemolesteerd’ zijn door een van de vroegere eigenaren van Maloe Melo.
Een nieuwsbericht uit juni 1984 van dezelfde krant ondersteunt dat deze discussie al langer gaande was. Daarin stond dat, als er nog maar één klacht van de buurt zou komen, de discotheken Maloe Melo, De Kroeg en Fantasy Island op de Lijnbaansgracht alle drie hun deuren zouden moeten sluiten. De clubeigenaren waren het er logischerwijs niet mee eens. Een van hen reageerde zelfs in een gepubliceerd weerwoord dat de kroegen lang niet altijd de daders van de overlast waren. ‘Vaak zijn het echter de bewoners die hun ramen open hebben staan met de speakers op de vensterbank’, werd gezegd.
De buurtbewoners kregen toch hun zin; Scherpenzeel investeerde tachtigduizend gulden in het isoleren van Maloe Melo. Om geld in te zamelen voor deze dure verbouwing, werd op 31 augustus 1988 in Paradiso een benefietconcert georganiseerd. Desondanks kondigde de pianist, accordeonist en eigenaar van Maloe Melo Jerry Pennelety – waarschijnlijk een pseudoniem van Scherpenzeel – twee jaar later in Het Parool aan dat hij zijn pand dreigde te verliezen. Naast dat er ‘op een slinkse, achterbakse manier gesjoemeld is met het huurcontract’, had de gemeente opnieuw zijn muziekvergunning ingetrokken. Op 14 februari 1990 vond er in Paradiso wederom een benefiet plaats – de Maloe Melo-bluesnacht – met als doel het grote publiek warm te draaien voor Nederlandse bluesbands.
Scherpenzeel hield het hierna nog een jaar uit. Maar toen, op 26 maart 1991, prijkte in de kunstbijlage van het AD in grote dikgedrukte letters midden op de pagina de dreigende kop: ‘Einde van muziekcafé’. Op 1 april moest de ‘voormalige’ eigenaar de deuren van de bar sluiten, juist toen hij de week ervoor eindelijk zijn vergunning voor livemuziek weer terug had verdiend. Het definitieve einde werd grotendeels veroorzaakt door ‘het slinkse, achterbakse gesjoemel met het huurcontract’, zoals al werd benoemd in het eerdere bericht in Het Parool. Dat zat zo: de huurbaas, J. van Kalsbeek, had, zonder dat Scherpenzeel dit wist, een hypotheek afgesloten bij een bank voor de koop van het pand waarin Maloe Melo huisveste. Hij mocht de ruimte daarom eigenlijk niet onderverhuren, vooral niet als hij dit de bank niet tijdig liet weten – wat hij, zo bleek, niet had gedaan. Toen hij failliet ging en het pand werd doorverkocht aan de firma Ruska, een bedrijf dat handelde in automobielen en -onderdelen, moest daardoor ook Scherpenzeel het pand onmiddellijk verlaten. ‘Als ik dat had geweten, had ik een ander contract opgesteld,’ zei hij tegen de Volkskrant.
Er werd, bovendien al nooit veel geld verdiend met Maloe Melo, liet Scherpenzeel het AD weten. Hij vertelde: ‘Muzikanten onder elkaar: dat is één grote vriendenwereld. Je keek niet op een slok wanneer je hier achter de tap stond. Nu het echt afgelopen is, heb ik een onwezenlijk gevoel. Alsof er iemand is overleden…’ Op zaterdag 23 maart gaf hij een laatste feest, de week erna werd het pand leeggeruimd. Die volgende dinsdag werd nog een benefiet georganiseerd om Scherpenzeel uit de schulden te helpen die hij overhield aan de verbouwing. Zonder hier een vergoeding voor de vragen speelden deze avond onder anderen Herman Brood, Freddy Cavalli en Rosa King in Paradiso. De volgende dag stond er een stuk over het feest in Het Parool. De totale opbrengst van de kaartjes bedroeg ongeveer twaalfduizend gulden, schreef journalist Claudia van Tongeren.
Jarenlang werd er in de kranten niets meer gezegd over Maloe Melo of Jur Scherpenzeel. Pas op 12 oktober 1995 stond er weer een artikel over de kroegbaas in Het Parool. Het nieuws luidde dat hij in het oude jazzcentrum op de Lijnbaansgracht, De Kroeg, de nieuwe Maloe Melo zou openen. ‘Ze hebben nog geprobeerd van De Kroeg een soort yuppencafé te maken, met marmeren tafeltjes en veel licht. Hadden ze natuurlijk nooit moeten doen. Iedereen bleef weg,’ zei hij tegen de krant. Om te voorkomen dat de oude problemen met de buurt opnieuw de kop zouden opsteken, hield Scherpenzeel zich vanaf het openingsfeest op 13 oktober strikt aan de regels. Hij vertelde de verslaggever: ‘De ruimte voldoet aan alle voorschriften van de geluidshinderwet.’ Helaas verhoogde dit de huur wel iets, voegde de uitbater hieraan toe.
Vanaf dit moment vonden er elke maandag, dinsdag en donderdag jamsessies plaats in het café – tegenwoordig elke woensdag- en donderdagavond. Op de overige dagen bleven grote artiesten zich aanbieden. Zo speelde op 26 november 2005 Patti Smith achter in de nieuwe ruimte van Maloe Melo (met Scherpenzeel op de accordeon) en bezochten ook The Rolling Stones en Chet Baker het muziekcafé. En zelfs toen wist de eigenaar met een hart voor muziek de ticketprijs onder de twintig euro te houden.
Helaas bleef het financieel bijspijkeren. In Het Parool stond dat, wederom na gezeur van buren, er in 2016 opnieuw een benefiet werd georganiseerd om Scherpenzeel te helpen met het bekostigen van een advocaat en verdere geluidsisolatie. Na acht jaar was er namelijk een nieuwe bovenbuurman ingetrokken die vond dat de muziek veel te hard stond en dat de bezoekers te veel geluid maakten voor de deur. Ten gevolge werd er een meting gedaan in de woning van de aanklager; hieruit bleek dat de ‘overlast’ nog net binnen de wettelijke geluidsnormen viel. Scherpenzeel reageerde op het voorval – terecht en gelukkig met bijval van vele muzikanten en gasten van de bluesbar – dat hij het nogal vreemd vond dat deze meneer boven een muziekcafé was gaan wonen als hij zo aan zijn rust gehecht was. Maloe Melo bleef opnieuw voortbestaan.
Gedurende de coronapandemie kende de tent net als vele andere horecazaken opnieuw een lastige periode. ‘Eigenaar Jur Scherpenzeel betaalt al een jaar geen huur omdat er niets wordt verdiend’, schreef een redacteur van AT5 op 1 mei 2021. In een interview met de Amsterdamse nieuwszender zei de kroegbaas: ‘Het is natuurlijk altijd wel een beetje een moeilijke tent geweest.’ Na een jaar af en aan verplicht gesloten te zijn tijdens de lockdowns, vreesde de bar op dat moment, ondanks de flexibiliteit van de huurbaas, opnieuw voor zijn voortbestaan. Met deze reden startten muzikanten en stamgasten een crowdfunding voor Maloe Melo. Volgens Rob Derlage, een van de initiatiefnemers van de geldinzameling, was een actie als deze broodnodig. Het verlies van zo een bijzondere tent, waar niet alleen grote artiesten op het kleine podium hebben gestaan maar ook veel jong talent een start heeft gemaakt, zou een enorme tegenvaller zijn voor Amsterdam. Hij argumenteerde: ‘Naast The Waterhole zou ik niet weten waar hier nog blues of rock ’n roll gespeeld wordt.’
Binnen twee weken was er wel negentienduizend euro opgehaald met de crowdfunding. Volgens de initiatiefnemer waren er mensen bij die meer dan duizend euro hebben gedoneerd. ‘Dat geeft wel aan hoe het speelt hier in Amsterdam’, zei hij tegen AT5. Hij voegde hieraan toe: ‘De mensen willen echt dat Maloe Melo blijft bestaan. Want het is echt een heel bijzondere plek.’ Deze conclusie werd bevestigd door de enorme som geld die uiteindelijk is opgebracht. Op de Voordekunst-pagina, die nog steeds te bezoeken is, staat de teller inmiddels met behulp van wel 699 donateurs op 29.011 euro.
En dit is slechts een begin van het verhaal. Scherpenzeel heeft zoveel betekend voor de stad, muzikanten, en bezoekers dat de geschiedenis van Maloe Melo in een kort artikel niet valt samen te vatten. Bezoek de tent op de Lijnbaansgracht vooral zelf nog eens. Zeg gedag tegen Jur Scherpenzeel en proost op een mooie overdracht aan de volgende partij die Maloe Melo zal overnemen – als ze maar onthouden wat er met De Kroeg is gebeurd toen ze er een yuppencafé van probeerden te maken.
Tekst Isa Kistemaker, beeld Anne Möricke
