Tekst door Teuntje Ott, beeld door Anne Möricke
ze keek altijd een beetje door je heen,
at lippenstift,
smolt disco’s om tot maskers.
jurken droegen haar,
ze vroegen zich af wanneer ze voor het laatst
gelachen had.
ze zei: ‘ik dans mezelf minder bang’
en ik dacht niet langer dat de muren konden
praten
maar ze konden ons wel verstaan.
ze wisten
wie we hadden kunnen zijn in een wereld
zonder anderen.
ik zie dat iemand in mijn lichaam
huilt,
haar huid
huist
in spijkerstof.
ze klonk als water
en opgevouwen was.
misschien waren we altijd al gemaakt van suikerglas.
lachten we
het hardst om onze eigen grappen.
gingen we stuk zonder echt
te breken.
vielen we in elkaars verdriet, stonden we
stil.
we wisten al.
we wisten al
dat we antwoorden gaven op vragen
nooit gesteld.
dat een hart nooit zacht zal klinken als het in
stukjes.
we wisten niet veel en toch
wisten we alles al.
