Tekst door Job Korten, beeld door Anne Möricken
In de gemiddelde Europese stad zullen er twee soorten gebouwen zijn waarvan de vloeren geheid versleten zijn: kroegen en kerken. Een hart onder de riem misschien, dat er al vanaf het eerste uur tussen drinkgelag en deïsme gezworven wordt. Op de Wallen vinden we kroegen en kerken in overvloed, maar verborgen achter gesloten gordijnen is ook het bordeel een constante. In rood licht, onder het beieren van klokken, slijten de vloeren op de Wallen almaar door.
Een middag op het Oudekerksplein verraadt op zichzelf weinig van de buurt waarin de bezoeker zich begeeft. Het bescheiden pleintje, geplaveid met kleine granieten kinderkopjes zoals deze op de Dam te vinden zijn, wordt omringd door wat restaurants, een kroeg of drie, en vormt verder vooral een handige overbrugging van de Wallen naar de Warmoesstraat. Vooral het imposante gebouw van de Oude Kerk trekt de aandacht, en de overige invulling van het plein valt daardoor ietwat weg in het decor. Haar door de tijd verweerde lijvigheid is een klein genot van groot formaat. Wanneer de geest op de kerk verkeken is, wendt het lijf zich af. Op hetzelfde plein, ’s avonds, in de schaduw van dezelfde kerk, vangt de ooghoek een rode schemer. Het regent. Buiten het bedehuis schijnt scharlaken licht, lokkend op de muren Gods. Vanachter een venster, dat met bloedrode gordijnen is bekleed, rolt het licht haar loper uit, opgebroken in de duizend druppels water die op de straat voorzichtig tot een fijn waterlaken poelen. Een stap verbreekt de schittering. Er loopt een man naar binnen.
Van hoererij tot prostitutie
Zo’n 650 jaar voordat de man door de deur stapt, snijdt een beul een man zijn oor af. De waard van de badstoof in de Pijlsteeg koppelde eerder een man en vrouw aan elkaar, maar zij waren onghuwd. Iemand heeft hem aangegeven bij het stadsbestuur. De bestuursleden, gespeend op de leer van filosoof en kerkvader Augustinus, hebben in De Ordine uit 385 vermoedelijk gelezen, of anderzijds van hun pastoor gehoord:
“Verwijder prostituees uit menselijke aangelegenheden, en je zult alles ontregelen vanwege lusten; Plaats hen in de positie van matrones, en u zult deze laatsten onteren door schande en onwetendheid. Deze klasse van mensen is daarom door haar eigen levenswijze zeer onkuis in haar moraal; Volgens de wet van de orde is het zeer verachtelijk in sociale omstandigheden.” – De Ordine, boek 2 hoofdstuk 4.
Volgens het bestuur -en Augustinus- is de ‘hoererij’ een noodzakelijk kwaad als bescherming van de kuisheid van de ‘normale’ vrouw (Katholiekerwijs vanzelfsprekend een evenbeeld van de heilige maagd Maria totdat haar man als evenbeeld van God bezit neemt van haar lichaam). Die anders geschonden zou kunnen worden. In de nog jonge stad kan de betreffende man niet weten dat hij een van de eerste gedocumenteerde gevallen zal worden van bestrafte prostitutie.
In 1578, zo’n 150 jaar na het afgesneden oor, laat een bordeelhoudster morgens vaten bier overladen op de kade, van een bootje dat de vracht uit de Zuidelijke Nederlanden aanlevert vanuit het Damrak. Uit de ochtendmist verschijnt een man met een oorkonde van het nieuwe, gereformeerde stadsbestuur. De man uit de mist maakt duidelijk dat zij “het oude ‘onbehoorlick ghebruyck’ van tappen, vrouwen te houden, van aanvanck van haer officie hebben verboden”. De madam verneemt verder dat degenen die zich niet aan de wil van het bestuur houden, geseling en/of verbanning te wachten staan. De meisjes in haar bordeel zorgen voor reguliere klandizie en hun bestaan is afhankelijk van hun vak. De een heeft een man die op verre zeereis is, de ander heeft haar man verloren. De bordeelhoudster geeft geen gehoor aan het bericht. Vele anderen blijken hetzelfde te doen. Honderd jaar later, in 1675, werken er zo’n duizend vrouwen in Amsterdam als hoer.
In 1812 loopt een meisje over de Oudezijds Achterburgwal. Ze heeft zich recent bij het Franse bestuur moeten melden, om zich in te schrijven als “prostituee”. Het is een woord dat haar onbekend was, maar het klinkt sjieker dan “hoer”. Ze is onderweg naar de politiechirurgijn. In haar buidel heeft ze een rode kaart, en de 15 stuivers die ze gisteren van een Franse soldaat verdiende. De rode kaart staat voor haar gezondheid: ze heeft geen ziektes. Ze is een beetje nerveus, en ze laat de stuivers door haar klamme vingers glijden in haar buidel. Als de dokter zou vaststellen dat ze geslachtsziek is, zal haar rode kaart worden afgenomen en zal ze een witte krijgen. Ze mag dan haar vak niet uitoefenen tot het medicijn, dat de chirurgijn haar gratis zal geven, de ziekte verjaagd heeft. Ze loopt iets sneller door.
De geschiedenis van de Amsterdamse prostitutie is er een van het heen en weer tussen de regels en de rosse buurt.
In de 20e eeuw loopt ook de tijd sneller door.
1943: Een vrouw wordt met 550 anderen opgepakt door de zedenpolitie.
1956: Een vrouw wordt opgepakt omdat ze aan een autoraam over haar prijs onderhandelt : tippelprostitutie is sinds vorig jaar illegaal.
1957: Raamprostituee Johanna Machelina Scheide-Oudes, bekend als ‘magere Josje’, wordt vermoord op de Oudezijds Voorburgwal. Het proces wordt maatschappelijk op de voet gevolgd. De vermoedelijke dader, Joop S., wordt vrijgesproken door een gebrek aan bewijs.
1973: Een Surinaams meisje komt als een van de eersten met haar nationaliteit te werken als prostituee op de Wallen.
1985: Vrouwen die in de prostitutie werken organiseren zich in vakbond De Rode Draad. Datzelfde jaar stelt een politierapport dat 50 tot 70% van de prostituees uit Zuidoost-Azië, Zuid-Amerika en Afrika in de stad zijn beland door “vrouwenhandel” en “uitbuiting”. Of deze cijfers ten dele uit de getuigenissen van prostituees voortkomen is niet duidelijk.
1989: De Berlijnse Muur valt, en er is een influx van Oost-Europese vrouwen op de Wallen.
2007: De gemeente Amsterdam en stadsdeel Centrum presenteren het rapport: ‘Grenzen aan de Wallen’, dat prostitutie karakteriseert als activiteit die verdere illegaliteit in de hand speelt.
2013: Door het sterk toenemende toerisme is orde op de Wallen steeds moeilijker te handhaven. Vakbond De Rode Draad is sinds het jaar ervoor failliet.
2019: Door de steeds moeilijker handhaafbare orde schaft de gemeente met ingang van 2020 rondleidingen over het Wallengebied af. De samenstelling van de grofweg duizend mensen die werkzaam zijn in de prostitutie is 90% vrouw, 5% man en 5% transgender.
De stand van zeden
De geschiedenis van de Amsterdamse prostitutie is er een van lichamen, van het heen en weer tussen de regels en de rosse buurt. Het wordt gekenmerkt door de complexe verhouding tussen het enerzijds erkennen van de prostitutie als een ‘noodzakelijk kwaad’, een vak als ieder ander, of een hoeksteen van de Amsterdamse cultuur, en anderzijds de angst voor het écht inlaten met de prostitutie. Alsof het ‘onreine’ van de Wallen de hele stad zal besmetten wanneer ze zich er echt in zou mengen. In onze tijd klagen stadsbesturen en banken over criminaliteit, maar willen ze bordelen geen schoon geld uitlenen zoals ze bij andere bedrijven wel doen, dus komt het geld ergens anders vandaan. Nog altijd is er sprake van dwang en mensenhandel op de Wallen. Dit uitbannen gaat echter niet van een afstand. De politie doet onderzoek over de Wallen, maar spreekt daarbij niet met de sekswerkers zelf. Het aantal Nederlandse hoerenlopers, de ‘vaste klanten’, neemt al jaren af. Het massatoerisme, en daarmee het sekstoerisme, neemt daarentegen al jaren toe, ter bemoeilijking van de handhaving. De aard van het vak verandert en de vakmensen worden steeds vaker gerouleerd. Het voorstel om bij de RAI een erotisch centrum op te bouwen is deels omwille van verbeterd toezicht, wat de veiligheid van de sekswerkers ten goede moet komen. Maar het is ook symptoombestrijding. Als banken geen hypotheken of leningen af willen sluiten met de seksbranche, en sekswerkers ook geen zakelijke rekeningen laten openen, verplaatsen we het probleem zonder acht te slaan op de onderliggende oorzaken. Het is een vicieuze cirkel. Het grote geld houdt zich af omwille van bedenkingen over mensenrechten, witwasserij, en drugscriminaliteit, maar speelt die problemen daarmee onbedoeld in de hand. De oudste vorm van prostitutie die we kennen was in Mesopotamië, 2400 jaar voor Christus. Daar vinden we religieuze prostitutie in naam van de godin Ishtar. Prostitutie is er door de tijd heen in vele vormen geweest, zowel in vraag als aanbod. De versleten vloeren van de Wallen zijn daar ook getuige van. Wat ons resteert, is zorgen dat het in goede banen loopt. Misschien wordt het tijd voor een breuk met de smetvrees voor de Wallen.
In 2025 staat een man op het Oudekerksplein. Het is gestopt met regenen, koud is het wel nog steeds. In het beslagen raam van de deur die achter hem wordt gesloten ziet hij nog net een bekende hand het gordijn sluiten. Hij blijft even staan, badend in het vertrouwde rode licht, tot de lampen uitgaan. Binnen legt een vrouw haar geld bij de rest, en kleedt zich om. Ze wacht op de schoonmaakster, en gaat dan naar huis. Bij het weggaan steekt haar hak tussen het plaveisel, en bij het lostrekken breekt een hoekje baksteen af. Ze zoekt er even naar, maar kan het in het donker niet vinden. De kou hangt tastbaar boven de pas natgeregende klinkers. Terwijl het ochtendlicht de klokkentoren van de Oude Kerk al raakt, loopt ze langs de nog donkere, stille gracht naar huis.
