Tekst door Job Korten
Denken we aan de ‘grens van Amsterdam’, dan denken velen aan de Ring. De Ring is in dit opzicht de laatste ‘stadsgrens’, maar in 750 jaren Amsterdam heeft de stad er vele gekend, alvorens de stad er weer in haar honger buiten trad. Laten we even van de fiets stappen, minder haastig van punt A naar B snellen, en ons tussen de toeristen voegen.
De Voorburgwallen
Te beginnen bij het begin. Amsterdam verkreeg haar stadsrechten omstreeks 1300. De stad bestreek toen het gebied tussen de Oudezijds- en de Nieuwezijds Voorburgwal. Hier waren toen – zoals de namen suggereren – aarden burgwallen met houten palissades gevestigd, omsloten door brede grachten. De grachten zouden later worden gedempt, waardoor de Oude- en Nieuwezijds nu opvallend breder zijn dan de straten er tussen in. Deze twee straten, – die toch nauw aan elkaar verwant zijn – leiden tegenwoordig hele andere levens.
Een bijnaam die tijdens het wandelen te binnen schiet: ‘Het Paradoxenpaviljoen’.
Als we alle ideeën, opvattingen, indrukken en werken over Amsterdam in een blender zouden gooien en vervolgens uitgieten in één gracht, zouden we misschien wel iets krijgen wat verdacht veel op de Oudezijds Voorburgwal lijkt. De twee kades en de gracht die hen scheidt dragen alle drie die naam. In hun verloop vinden we een soort greatest hits van wat Amsterdam te bieden heeft. Van de Zeedijk tot Kapitein Zeppos komt men langs rode ruitjes, donkerbruine kroegen, een kerk of twee (eentje op zolder en eentje de oudste van Amsterdam), voetgangerssnelweg de Damstraat en tot slot het universiteitskwartier. Tijdens een wandeling door de Oudezijds in naam van journalistiek veldwerk merkte een vriendin van me op dat er van de Wallen tot de Damstraat een soort ruis te horen was die haar deed denken aan het naderen van een huisfeest, terwijl mij bij het passeren van de Damstraat juist opviel dat er hier een bedachtzame, haast academische stilte uitwaaiert over de stad. Alsof de studieruimtes van de UvA stilte lekken. De Oudezijds doet haar naam eer aan: in haar schamele grootte vinden we een rijk ornaat, een plek waar de oude rafelrandjes nog koortsig standhouden tegen het nieuwe, gegentrificeerde Amsterdam dat zich aan haar opdringt.
Het is alsof de studieruimtes van de UvA stilte lekken.
In het kader van passende namen heeft de Nieuwezijds Voorburgwal dezelfde strijd al enigszins verloren. In de breedte die het ruimen van de wal hier achterliet hebben Meneer Auto en Dhr. Tram de handen ineen geslagen ter onderdrukking van de voetganger. Een bolwerk waar toeristen en fietsers zich in allerijl een weg doorheen proberen te slalommen, op zoek naar een Argentijns steakhouse of pizza&pasta&kebabzaken waar ze even wat kunnen eten. Uit beleefdheid staan tussen die wereldse eettenten dan wel weer historische trekpleisters in groten getale uitgestrooid. Een bijnaam die me tijdens het wandelen te binnen schiet: ‘Het Paradoxenpaviljoen’. Tegenover een oud dispuutspand van het corps bevindt zich een gebouw van glas en ijzer. Iemand heeft er (vermoedelijk) een brand proberen te blussen door turkooizen verf uit een vliegtuig te storten, waardoor het hele gebouw nu die kleur heeft. Ik geloof dat de politie het ‘thuis’ noemt. Ook is er een Albert Heijn gevestigd waar daklozen, verslaafden en anderen die bij vrouwe Fortuna in de min staan dagelijks vergaderen. Deze Albert Heijn ligt dan weer tegenover het Paleis op de Dam, zodat de koning iets heeft om over na te denken als hij een frikandelbroodje wil halen. De Nieuwezijds, de Nieuwe Tijd, die in haar verschrikkingen pas afneemt bij het naderen van het Spui.
De Singelgracht
De uiterste grens van de grachtengordel wordt omzoomd door de Singelgracht. Rond 1660 werd ze als buitensingel aangelegd, ter versterking van de wallen en bolwerken die de stad dienden te beschermen. De haastige fietser zal misschien opgevallen zijn dat de kade van de gracht een erg bochtachtig verloop heeft. Dat is te danken aan de stervormige bolwerken waarop pompmolens gevestigd waren. Een keurige historische smoes voor als je eens te laat bent. Deze stadsgrens heeft het ruim 200 jaar volgehouden, waarna ook zij geruimd werd ten behoeve van nieuwe straten.
De Singelgracht bloedt cultuur en bitterballen. We vinden hier bijvoorbeeld de Haarlemmerpoort; een stukje stadsgeschiedenis met een leuk terras. Café Waterkant; parkeerplaats annex terras, winnaar van de ereprijs voor nomenclatuur. Het Leidseplein; de witte bloedcel van het stadscorpus dat zichzelf opoffert om de nacht elders verdraaglijk te maken. Hier zijn vanzelfsprekend terrassen. Het Rijksmuseum! De Nederlandsche Bank; wier maarschalken van het grootkapitaal ons het Paleis voor Volksvlijt hebben ontnomen. Ze hebben daarbij niet eens een terras. Helemaal aan het Oostereinde, bij de Kazernebuurt, vinden we Brouwerij ‘t IJ. Hier kan men op kraamvisite bij de moeder aller yuppenbiertjes. Terras inbegrepen. De gracht is een constante flux van bootjes, bezoekers en bittergarnituren. Voorbij de Singelgracht verandert de stad. De grachten verdwijnen en men ziet sporen van de negentiende-eeuwse drang tot huisvesting in de vorm van hogere gebouwen met een grotere dichtheid bewoners. West, Zuid en Oost ontspringen uit de bron van deze gracht, en zo ook alles voorbij die wijken.
De Buikslotermeerdijk
Afijn, drie oude stadsgrenzen, drie nieuwe, bruisende straten. Wat nu? Bestaat er nog wel een grens zoals hierboven bestonden? Een harde lijn, waarachter Amsterdam zich uitstrekt en waarvoor de drassige weilandjes breken als groene golven op de stadsbranding. Zoals gezegd: de Ring, de absolute lijn tussen de kosmopolitische kern van het Amsterdamse en de barbarij van daarbuiten. Op weg naar wijsgerig festival DRIFT afgelopen jaar fietste ik over de Buikslotermeerdijk, na het mysterieuze Noord getrotseerd te hebben. Hier tref ik de laatste stadsgrens. Al fietsend ziet u bij het passeren van de Ring aan uw linkerhand Noord-Holland. Een uitgestrekte vlakte, overkoepeld door hoogspanningslijnen en de torens waaraan die gevestigd zijn. Eén of twee huisjes maken de som op van zichtbare bebouwing voorbij de dijk. Aan uw rechterhand zo’n tien kilometer aan Amsterdam. Hier ziet u wat terug van hoe het geweest moet zijn op de wallen die tot drukke staten zijn geworden. Geen barbarij, slechts rust. En toch ook zal dit stukje grens waarschijnlijk moeten wijken voor de havermelkcappuccino’s, elektrische bakfietsen en flessen Aperol Spritz. De stad groeit, en Noord is vermoedelijk de toekomst. Ook de Buikslotermeerdijk wordt misschien een drukke straat. Tot die tijd ligt hier de grens. En het is stil.
