De cobra in het keukenkastje

Tekst /// Lucas Gortemaker Beeld /// Fiona Triest

Als ik eerlijk ben, wist ik helemaal niets over de Bahama’s. Hier kwam een aantal maanden geleden plotseling een einde aan, toen een langspeelplaat op een kerstmarkt in Brussel mijn aandacht trok. Op de blauwe hoes stond een met pastelkrijt getekende, bewapende figuur. Deze figuur stond naast een bananenplant en vlak voor een klok die op een maan leek en was half mens, half monster. Haar grote, felrode ogen spraken een primitieve energie in mij aan. Dat album móést ik hebben. En dan heb ik het over het album Snake van Exuma.

Ondanks lichte beschadigingen aan het vinyl betaalde ik zonder moeite de twee tientjes die het ding kostte. Tevreden liep ik ermee naar huis. Helaas heb ik geen platenspeler, waardoor ik het voorlopig met de creaties en informatie op en binnenin de hoes moest doen. Exuma is de artiestennaam van Macfarlane Gregory Anthony McKay. Hij werd geboren in 1942 op de Bahama’s, een onafhankelijke eilandengroep in de Caraïben. McKay verhuisde op z’n zeventiende naar New York om daar architectuur te studeren. In die tijd maakte hij ook kennis met een akoestische gitaar. Zijn studie voltooide hij niet. In plaats daarvan begon hij Bahamaanse calypso’s te spelen en van alles te schilderen. De figuur op de platenhoes van Snake, zijn derde album, heeft hij zelf geïllustreerd.

De muziekstijl op Snake leek nogal moeilijk te specificeren. De recensies die ik vond, hadden het over een mix van Afrikaanse volksmuziek, psychedelische rock, carnival, junkanoo en reggae. In de studio werd Exuma’s gitaar bijgestaan door een akoestische bas, een achtergrondkoor, conga’s, shakers, een elektrische bass, viool, koebellen, een triangel, saxofoons, timbalen en een trompet. In 1972 werd het album uitgebracht door Kama Sutra Records. Wat mij verder opviel was de titel van het eerste nummer: ‘Obeah, Obeah, O’.  Obeah is de benaming van een mysterieus stelsel van spirituele en gerechtelijke richtsnoeren, dat werd ontworpen door West-Afrikaanse slaafgemaakten. Het vertoont gelijkenissen met andere religies van de Afrikaanse diaspora, zoals hoodoo. Obeah werd veelal uit opportunisme bedreven om middels bovennatuurlijke krachten en zwarte magie onheil op te wekken of af te wenden. Bovendien diende het als instrument tot verzet tegen tirannie. Vandaag de dag is het uitvoeren van Obeah-rituelen op de Bahama-eilanden illegaal.

Het toeval wilde dat ik een week later tijdelijk de beschikking kreeg over een platenspeler. Dit omdat ik ging catsitten in het huis van een gepensioneerde Brusselse bibliothecaris, die een weekje op vakantie was naar één of ander ver land. Hij woonde in een herenhuis in het centrum van Brussel met stapels boeken en Piet, een pluizige Perzische kat. De kat liet zich overigens, zelfs nadat ik zijn voerbakje royaal had gevuld met luxe kattenbrokken, niet zien. Tussen de stapels boeken in de woonkamer praalde een platenspeler met een diamanten naald, omgeven door een leger luidsprekers. Om het mijzelf gedurende de geanticipeerde luistersessie zo comfortabel mogelijk te maken, zocht ik in de keuken naar iets lekkers. Afgezien van wat droge rode erwten, bitterblad, rotte avocado en een fles rum, vond ik helaas niets. Ik nam plaats in de fauteuil in de woonkamer met een glas water.

Het is altijd spannend om onontgonnen gebied te verkennen. De eerste drie nummers waren alvast hoopgevend. Het album begon als duistere funk, die zowel unheimisch als krachtig aanvoelde. Mijn vluchtig geoogste beeld van de Obeah-tovenarij werd al in het eerste couplet genuanceerd. In Creools-Engels zong Exuma met buitengewoon stemgeluid: ‘Don’t molest nobody, unless they mess with somebody’. Het is blijkbaar nooit de bedoeling geweest andere wezens bij voorbaat kwaad te doen. In het tweede nummer van Snake, ‘Snake’, gaf Exuma mij te kennen dat ik alles zou kunnen zijn wat ik maar zou willen zijn, zolang ik flexibel ben in mijn hoofd. Zo zou ik een cobra of een python kunnen zijn, die krioelt langs gebouwen, grote schone huizen, muren, plafonds, het dak en keukens. De verdere teksten in dit nummer leken mij eigenlijk nogal seksueel getint. Exuma bewees daarnaast dat zijn mond als saxofoon zou kunnen fungeren, hetgeen aanstekelijk werkte. ‘Don’t let go’, het derde nummer, ging over het belang van het behouden van de ziel. Volgens Exuma is die namelijk meer waard dan goud. Bovendien is de ziel, buiten een schoenzool, het enige dat je bezit.

Bij de aankondiging van ‘Attica’, het laatste nummer van de A-kant, gebeurde iets opzienbarends: Piet stapte zowaar de woonkamer binnen. De eerste kalme gitaarklanken leken in ons beiden reusachtige krachten los te weken. Tegelijkertijd voelde ik mij een gevangene van mijn geringe bewustzijn. Want wat was Attica feitelijk? Piet sprong ondertussen op mijn schoot, terwijl ik de woorden van Exuma’s klaagzang zachtjes meezong: ‘How many times must we die, before we are allowed to live?’ Ik had werkelijk geen idee. Het nummer was een ware trip, waarbij in ruim zeven minuten meer verhalen werden verteld dan ik in dat tijdsbestek kon bevatten. Na het laatste radicaal ritmische gedeelte van het nummer, waarin Exuma kreten uitsloeg in allerlei talen, bleef de naald een tijdje binnenin de binnenste groef van de plaat cirkelen.

Aan de B-kant schuilden inspirerende aanbiddingen van verschillende manifestaties van de duivel, metroritjes naar de hel, zomers in New York, tot het in Andros gerezen Atlantis. Piet spinde tevreden. De zeemeeuwen in de achtergrond van ‘Happiness and sunshine’ voerden mij naar de kust van Nassau, waar ik een paar tranen liet. Tony McKay overleed hier in 1997 op 54-jarige leeftijd. Hoewel hij heeft samengespeeld met beroemde musici, onder wie Nina Simone, lijken betrekkelijk weinig mensen hem en zijn wonderbaarlijke muziek te kennen. In ‘Exuma’s Reincarnation’, het laatste nummer, zinspeelde hij al op een mogelijke terugkeer naar aarde. Inmiddels heeft hij zowat een kwart eeuw de tijd gehad om terug te komen als de lucht, een leeuw, elf, bedwants of kattenvlo. Ik geloof dat Exuma er sowieso is geweest. Hij zal er vast altijd al zijn geweest. Toen de bibliothecaris terugkwam van vakantie, waren Piet en ik onderhand beste vrienden geworden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s