Grappenmaker

Tekst: Max Rensink /// Beeld: Dorota Dabrowska

Met drie vrienden uit de ‘1E in Damsko’ WhatsApp-groep (samen brugpiepen schept een band) spreek ik af een rondje door het Vondelpark te wandelen. Vanwege corona hebben we elkaar al lang niet gezien: ‘Was de laatste keer op jouw feestje? Dat is anderhalf jaar geleden man!’ Toch voelt het direct als vanouds. We kennen elkaar al sinds we twaalf zijn en de onderlinge interacties zijn in de loop der jaren weinig veranderd. We voelen elkaars grappen onmiddellijk weer aan en nemen elkaar zonder terughoudendheid gelijk op de hak. 

De grappenmaker van de groep maakt bij elke nieuwe begroeting dezelfde flauwe grap: ‘Hé Max, jij ook hier? Wat toevallig!’ Het zet de toon voor een lollige middag. Onze grappenmaker is niks veranderd. Vroeger liet hij ons gieren van het lachen door het bloed onder de nagels van docenten te halen; nu lachen we om het scherpe terugverwijzen naar dat melige pubergedrag. Ook haalt de grappenmaker de eindeloze debatten aan waarin hij en ik zij aan zij streden tegen twee rechts-liberale vrienden – over de hypotheekrenteaftrek bijvoorbeeld. De grappenmaker heeft nog steeds een socialistisch hart.

Maar we merken langzaamaan dat toch niet alles hetzelfde is gebleven. Waar we op achttienjarige leeftijd gelijktijdig de middelbare school verlieten, is onze grappenmaker nu de enige met een volwassen baan. Hij gooit zelfs een balletje op over zijn idee om een huis te kopen. Eén van ons pakt de grap grijnzend op: ‘Is dat wel een goed plan? Hoe is de huizenmarkt nu? Heb je al een makelaar?’

Tot onze verbazing blijkt de grappenmaker geen grap te maken. ‘Ik heb op twee huizen geboden en ga een aantal bezichtigingen doen komende week.’ Het wordt een beetje stil. Dit is voor ons totaal onbekend terrein. Ter vergelijking: ik voelde me vanochtend nog erg volwassen toen ik zelfstandig aan mijn kapotte fiets aan het sleutelen was. Dat gevoel verdwijnt nu langzaam naar de achtergrond. Het repareren is overigens niet gelukt, zelfs niet met hulp van de buurman.

Het is natuurlijk financieel gezien verstandig om in vastgoed te investeren. De huizenprijzen blijven stijgen en de maandelijkse kosten van een hypotheek zijn vaak een stuk lager dan van een gehuurde woning. Maar er bestaat een maatschappelijk probleem: als je veel geld hebt, kun je gemakkelijk je vermogen uitbreiden door een huis te kopen. Het afgelopen jaar stegen de huizenprijzen enorm, met bijna vijftien procent. Voor huizenbezitters is dat fijn, maar wat als je een huis wilt kopen? Mensen uit minder vermogende families en gezinnen kunnen vaak pas later in hun leven een huis kopen – als dat überhaupt al lukt – en lopen constant achter de feiten aan. Zij zullen hun geld veel langer in rook zien opgaan aan de huur. 

Wij, de ‘1E in Damsko’ jongens, zijn blijkbaar toch wat veranderd. De grappenmaker en ik spreken niet meer over de hypotheekrenteaftrek. In plaats daarvan vraagt hij me: ‘Wil je voor me duimen dat ik de hoogste bieder zal zijn volgende week?’ Daar was ik al mee begonnen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s