Stilte a.u.b.

Tekst: Teske Wortman /// Beeld: Amanda Vlieger

Hard en schel. Voordat ze instapt hoor ik haar al. Op de een of andere manier verbaast het me niet dat ze de trap naar boven neemt om bij mij in de stiltecoupé te komen zitten. Zo iemand is ze gewoon. Wanneer ze luistert naar de persoon aan de andere kant van de lijn, ademt ze hard. Ik probeer op mijn eigen ademhaling te focussen, terwijl ik kijk naar de weilanden waar we doorheen reizen. In de weerspiegeling van het treinraam zie ik hoe haar voeten uit haar teenslippers glijden. Haar gesprekspartner is uitgepraat, dus begint ze een nieuwe tirade. Snaterend zet ze haar blote voeten tegen het nepleer van de stoelzitting tegenover haar. 

Achter gesloten oogleden rol ik met mijn ogen. Mijn kleding zit te strak, mijn stoel voelt te klein en mijn knieën komen tegen de rugleuning van de stoel voor me. De naden in mijn broek maken zielige geluiden en beginnen op sommige plekken los te komen. De stoelleuning kraakt, ik stoot mijn hoofd tegen het plafond en mijn schoenen verpletteren mijn voeten. Ik wrik mezelf uit mijn stoel. Bukkend probeer ik de situatie te verbergen. Wanneer mijn schoenen uit elkaar knallen is ze eindelijk stil. Met gebogen hoofd en met mijn knieën tegen mijn borst, ziet ze me zitten. Terwijl ik het treindak met mijn schouders losduw, kijk ik haar aan. Ons treinstel komt tot stilstand door mijn vlug toenemende gewicht. 

Pas wanneer haar gezicht te klein wordt om duidelijk te zien, kijk ik op. Even neem ik de tijd om van het uitzicht te genieten. Met mijn grote teen prik ik een gat in de grond, waar ik met de coupé met dezelfde teen in duw. Mijn voet laat een gigantische afdruk achter in het weiland. Ondertussen gaat het groeien maar door. Groter en groter. Tussen de wolken is er alleen grijs te zien. Omhoog. Ik moet omhoog. Ik zet me af van de aarde waardoor mijn voeten loskomen en ik zweef. De impact van de sprong duwt de aarde uit zijn baan. Ik blijf doorgroeien en verder weg zweven. Hoe lang ik ronddobber weet ik niet. Er is alleen nog zwart te zien. Ik weet niet of mijn ogen open of dicht zijn. Ik weet niet of ik nog groei. In mijn blootje drijvend door de Melkweg kunnen mijn wenkbrauwen eindelijk loskomen van de frons waar ze in zaten.

‘Kutwijf,’ fluister ik. Of misschien denk ik het alleen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s