De grenzen van fictie

Schrijven over het oversteken van de Mexicaanse grens als illegale immigrant, mag je dat doen als je die situatie niet hebt meegemaakt? Het is wat auteur Jeanine Cummins deed toen zij American Dirt schreef. Een boek schrijven over een ervaring die je zelf niet hebt gehad, roept de vraag op: wie mag waarover schrijven? Onder die vraag ligt een diepgeworteld probleem dat de boekenwereld al decennialang typeert: het ontbreken van gemarginaliseerde stemmen.

Katten over katten

Wie mag waarover schrijven? Als we in deze moeilijke kwestie duiken, wordt al snel duidelijk dat het antwoord op deze vraag ervan afhangt aan wie je hem stelt. Stel dat we zouden zeggen dat je niet over ervaringen mag schrijven als je zelf niet iets soortgelijks hebt doorgemaakt. Dan valt eigenlijk de essentie van het schrijven weg. Het enige waar je nog over mag schrijven zijn ervaringen en zaken waar je direct mee te maken hebt gehad. Bij non-fictie is deze problematiek nog weinig aanwezig – daar ligt het belang bij expertise en research. Persoonlijke verhalen blijven echter persoonlijk en worden door auteurs zelf – of door een geautoriseerd persoon – verteld. Maar bij fictie lijkt het zogenaamde ‘belichaamd schrijven’ levendiger dan ooit. 

Strikt gezegd mag je dan niet meer schrijven over het leven van een kat – wellicht het simpelste en domste voorbeeld dat er bestaat – omdat je zelf geen kat bent. Maar dit argument is kwetsend, vooral omdat menselijke ervaringen en ervaringen van andere wezens niet te vergelijken zijn. Het leven van een migrant die de moeilijke keuze maakt om zijn land te ontvluchten vanwege oorlog is niet te vergelijken met dat van een dier dat zijn leven doorbrengt in de warme omgeving van een huiskamer. Door te zeggen dat je als schrijver nergens meer over kunt schrijven door dit debat, begrijp je niet waarom het stellen van deze vraag zo belangrijk is. Het huidige debat legt juist een probleem bloot dat zich de laatste tijd pijnlijk duidelijk kenbaar maakt.

Een huid als schild

De complexiteit van de vraag ‘wie mag waarover schrijven?’ ligt niet in het onzinnige antwoord dat je als auteur over niets meer kan schrijven als je alleen over je eigen ervaringen en leven mag schrijven, maar in de onderliggende kwestie die de boekenwereld al jarenlang kenmerkt: het ontbreken van gemarginaliseerde stemmen. Het hebben van een witte huidskleur geeft iemand nu eenmaal een soort privilege dat niet te koop is. Je wordt ermee geboren en het blijft altijd aan je plakken als een soort schild. Huidskleuren zijn ingebouwd met vooroordelen. Het is vaak om deze reden dat een mannelijke, witte auteur eerder gepubliceerd wordt dan een zwarte, vrouwelijke auteur. (Zelfs in de gevallen wanneer de laatstgenoemde meer expertise heeft over een specifiek onderwerp.) Kijk maar naar de klassieke canon, waar namen als Multatuli en Couperus domineren. Vraag je je als lezer dan niet af: waar is de stem van de Javaan die onder het Nederlandse bewind leefde? Wat nou als die stem toendertijd gehoord werd? Desalniettemin hebben de bovengenoemde auteurs bijgedragen aan het bekritiseren van kolonialisme, maar het zijn wel auteurs die dit konden doen vanwege hun geprivilegieerde situatie. Auteurs die als gevolg van hun literaire kunsten, máár ook hun privileges, makkelijk de canon binnenvielen. Dit terwijl er waarschijnlijk een hoop gemarginaliseerde stemmen ontbreken. Maar deze stemmen hebben het veel moeilijker om die lijst binnen te dringen. Ondanks dat het talent van schrijvers als Multatuli en Couperus buiten kijf staat, heeft één kenmerk hun plaats binnen de canon uiteraard onbewust geholpen. Het gaf ze nu eenmaal makkelijker een plek op het podium. Bepaalde kleuren brengen immers privileges met zich mee. 

Iene miene mutte van auteurs

Hoewel de uitgeverswereld al jaren probeert meer diversiteit te waarborgen op de boekenplanken, blijft het een hardnekkig probleem. Het publiceren van boeken over gemarginaliseerde ervaringen door witte auteurs werkt daarbij averechts. Een schrijnend voorbeeld van dit probleem is American Dirt – of Wie omkijkt in het Nederlands – van Jeanine Cummins. Dat een uitgeverij, ondanks Cummins’ controversiële achtergrond en verleden, besloot om dit boek te publiceren is een doorn in het oog van mensen met een Latijns-Amerikaanse achtergrond. American Dirt gaat namelijk over een Mexicaanse vrouw die haar leven in Mexico achterlaat en met haar zoontje probeert te vluchten naar de Verenigde Staten.

Dit is iets waarin veel Mexicaanse latino’s zich in kunnen herkennen. Iets waar Cummins geen persoonlijk raakvlak mee heeft. Iets waarover veel bekende of onbekende latino auteurs over hadden kunnen schrijven. Had American Dirt dan ook niet beter door een andere auteur geschreven kunnen worden? Of, nog schrijnender: waarom is het manuscript van een auteur die de situatie uit American Dirt heeft meegemaakt niet gepubliceerd? Waarom claimt een auteur zo’n persoonlijk en delicaat verhaal als dit eigenlijk niet aan haar toebehoort?

Out of body experience

Waarom is dit boek zo controversieel? Ten eerste is het duidelijk dat Cummins als Amerikaanse met een Spaanse achtergrond nóóit heeft ervaren hoe het is om als illegale immigrant de Mexicaanse grens over te steken. Waarom laat een uitgeverij dit verhaal niet vertellen door iemand die dit daadwerkelijk heeft meegemaakt? Hier kan men beargumenteren dat Cummins gewoon een fantastische schrijver is die deze ervaring perfect in woorden kan vatten. En dat, hoewel ze het niet heeft meegemaakt, ze die pijnlijke ervaring goed kan omschrijven. Maar een ander problematisch aspect is dat ze in 2015 aankondigde dat ze zich identificeerde als een ‘witte vrouw’, maar dat ze nu – door haar geboorte in Spanje en de afkomst van haar oma als Puerto Ricaanse – zich opnieuw probeert te identificeren als latino; iemand van Latijns-Amerikaanse afkomst. (Nóg gecompliceerder, maar Spanjaarden zijn in Amerikaanse context geen Latijns-Amerikaans omdat ze net als West-Europeanen privileges hebben die latino’s niet hebben en bovendien niet uit de juiste regio komen.) Je zou kunnen zeggen dat Cummins worstelt met haar identiteit, maar deze plotselinge omslag komt wel erg dubieus over in combinatie met het verschijnen van haar nieuwe boek over – je raadt het al – een latina uit Mexico. Cummins schrijft dus over een onderwerp waar ze veel onderzoek voor heeft gedaan, maar over een doelgroep die ze zelf niet representeert. 

Maar als ze veel onderzoek heeft gedaan – als ze talloze mensen heeft geïnterviewd, artikelen en boeken heeft bestudeerd en plekken heeft bezocht die relevant zijn voor haar onderwerp – dan is het oké, toch? Nou… dat is gecompliceerd. Hoewel Cummins talloze dagen besteedde aan het bestuderen van dit complexe en gevoelige onderwerp is er één pijnlijk duidelijke overweging die uitgeverijen hadden moeten maken: er zijn talloze getalenteerde latino auteurs die over dit onderwerp hadden kunnen schrijven. Waarschijnlijk liggen er veel waargebeurde verhalen voor het oprapen in de Latijns-Amerikaanse gemeenschap; verhalen die hierdoor nooit verteld zullen worden. Het probleem is dat Cummins een verhaal claimt dat niet van haar is. Het probleem is dat uitgeverijen geen kansen bieden aan mensen met een gemarginaliseerde achtergrond, maar deze kansen eerder weggeven aan auteurs zoals Cummins; een veilige keuze vanwege haar succesvolle carrière en haar connecties binnen de auteurswereld.  

Het boek is helaas gecancelled

Het negatieve gevolg van deze controverses is wat journalist Arjen van Veelen een ‘literaire zuivering’ noemt in zijn essay uit De Groene Amsterdammer. Boeken die gecancelled worden voordat ze überhaupt gepubliceerd zijn. Oftewel, boeken die niet letterlijk ‘gecancelled’ worden, maar aan een online (en offline) schandpaal worden genageld. Boeken waardoor mensen schreeuwen: ‘Lees dit niet!’ En dat terwijl ze het niet eens gelezen hebben. Boeken zoals American Dirt. Van Veelen beargumenteert dat deze cancel culture zorgt voor ‘een literaire biotoop waarin juist, geraffineerde, grensverleggende literatuur zelf als eerste sneuvelt’. Is dit ook echt zo? Wat waren nu de gevolgen voor American Dirt? Het werd alsnog Oprah’s boek van de maand, het werd alsnog een bestseller – slechte publiciteit is ook publiciteit? – en het heeft al een filmdeal. Een ander voorbeeld – het boek Blood Heir van Amélie Wen Zhao – werd gecancelled vanwege kwetsende representatie van slavernij. De auteur verontschuldigde zich, herpakte zich en herschreef de kwetsende passages nadat ze meer onderzoek had gedaan. Het boek kreeg hierdoor ontzettend veel aandacht in de young-adult community en kreeg ook lovende recensies op online platforms als Goodreads. Dat Van Veelen beargumenteert dat deze cancelcultuur zal zorgen voor ‘literaire zuiveringen’ waardoor boeken als American Dirt zouden sneuvelen, is in mijn ogen simpelweg een conclusie die kort door de bocht is en genuanceerd moet worden.

Altijd één stap achterstaan

Het cancellen van boeken loopt vaak uit de hand: dat is waar. Auteurs die te maken krijgen met doodsbedreigingen, wiens boeken nooit meer gepubliceerd worden en die niet meer gelezen worden door de conclusie van één recensent – dat is allemaal niet acceptabel. Dát zijn de gevolgen van het schapengedrag van deze cancelcultuur. Het is echter belangrijk om niet te vergeten dat het aan de kaak stellen van dit soort problematiek een groter probleem blootlegt dat ik al eerder benoemde: er worden te weinig auteurs uit gemarginaliseerde groepen gepubliceerd, en zij krijgen structureel minder kansen dan witte auteurs. Voor iedere auteur met een ‘diverse’ achtergrond zijn er in feite vier witte auteurs. Dit staat ook in verband met het beeld van het boekenvak in het algemeen, waar het personeel vooral bestaat uit witte mannen en vrouwen. Een beeld dat al jaren bestaat en dat waarschijnlijk nog jaren zal standhouden.

Niet alleen krijgen auteurs met een niet-witte achtergrond minder kansen, ze lopen altijd één stap achter. Denk aan Zhao, die haar boek moest herschrijven vanwege passages over slavernij die door Amerikaanse lezers als kwetsend werden beschouwd terwijl haar boek zich afspeelde in een gefantaseerde Aziatische context. Dit terwijl een succesvolle auteur als Sarah J. Maas in haar debuutserie De glazen troon ook slavernij beschrijft, maar nauwelijks op verzet stuit. Zíj hoefde haar verhaal niet te herschrijven.

Tevens denk ik aan een persoonlijke ervaring rondom het boek On the Come Up van bestsellerauteur Angie Thomas. Een aantal lezers zeiden dat Thomas, nadat haar boek opnieuw ging over een Afro-Amerikaans meisje, wel mocht schrijven over iets anders dan ‘dat Afro-Amerikaanse gedoe’. Dat was een schokkende uitspraak. Marginale auteurs hebben eigenlijk altijd een achterstand. Schrijven ze over hun eigen ervaringen en achtergrond, dan zijn ze of repetitief of zogenaamd kwetsend. Schrijven ze over andere ervaringen, dan worden ze wellicht niet gepubliceerd omdat hun werk niet persoonlijk genoeg is. Belichaamd schrijven is dus soms iets om toe te juichen, en soms iets waarvan moet worden afgeweken om een bepaalde verwachting te doorbreken.

Keuzes, keuzes, keuzes

Dus moet je nu dat manuscript verwijderen waarin je schrijft over een moslimmeisje dat leeft in Amerika na 9/11 terwijl je zelf geen moslim, meisje of Amerikaan bent? Nee. Zoals Van Veelen al zei komen we dan terecht in een literaire zuivering waarin niemand meer over iets mag schrijven als het verhaal geen complete belichaming van de schrijver is. Maar moet je als je schrijft veel onderzoek doen? Moet je nadenken over wat je eigenlijk aan het schrijven bent en voor wie? Ja. De vraag ‘wie mag waarover schrijven?’ heeft geen eenduidig antwoord. Dat neemt niet weg dat sommige stemmen geschikter zijn dan andere om bepaalde verhalen te vertellen. Het is daarnaast belangrijk om te realiseren dat schrijven los mag staan van onze eigen levens, en ook dat je door te kiezen waarover je schrijft, je een enorme verantwoordelijkheid bij jezelf neerlegt. Jouw creatie is een extensie van jezelf, maar ook iets dat los van jou bestaat en anderen raakt. Creëren heeft consequenties. Jouw creatie kan de boekenwereld opschudden: op een goede of op een slechte manier.

Hoe het probleem nu wordt aangepakt is wellicht niet de juiste manier, maar het is niet te betwisten dat de stemmen die voorheen het zwijgen werd opgelegd belangrijker zijn dan ooit. Hun geluid heeft, net zoals dat van Zhao, Cummins en Thomas, consequenties voor de literaire wereld. Consequenties die zorgen voor het openbreken van de literaire orde. Consequenties die een impuls kunnen zijn voor een golf van nieuwe stemmen die voorheen niet werden gehoord. Stemmen waarvan nu ein-de-lijk wordt gerealiseerd dat ze een uniek geluid bieden.

Tekst: Elke Cremer // Beeld: Dorota Dabrowska

3 reacties Voeg uw reactie toe

  1. lottevandennoort schreef:

    Goed en krachtig artikel. Ik ben van mening dat iedereen mag schrijven wat hij of zij wilt schrijven. Dit zou altijd een gevoelig onderwerp blijven.

    Like

  2. lottevandennoort schreef:

    Krachtig artikel. Ik ben van mening dat iedereen mag schrijven wat hij of zij wilt schrijven. Je kan het toch nooit voor iedereen goed doen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s