Twee voor de prijs van één

De Lijst is bedoeld als opstapje in de filosofie. Hierin zal kort een filosoof of filosofisch idee worden besproken waarmee je zelf verder aan de slag kunt, mocht je dat willen. Is dit het geval? Onderaan staat een aantal werken die de filosoof of het idee goed representeren of uitleggen. Deze keer: Ludwig Wittgenstein.

Tekst: Arthur Meijer // Beeld: Dorota Dabrowska

Ludwig Wittgenstein (1889 – 1951) was een veelzijdig filosoof. Hij heeft zich beziggehouden met taal, logica en psychologie. Wittgenstein is een hoeksteen van de moderne filosofie maar ook iemand die veel is bekritiseerd en wiens stellingen niet altijd juist bleken te zijn. Zelf had Wittgenstein dit ook door, waardoor er twee periodes in zijn werk te onderscheiden zijn die vaak worden aangeduid met de termen: ‘vroege’ Wittgenstein en ‘late’ Wittgenstein.

De vroege Wittgenstein is de Wittgenstein die de Tractatus logico-philosophicus (1922) publiceerde. De late Wittgenstein heeft onder andere de Philosophische Untersuchungen (1953) uitgebracht. Het onderscheid tussen deze twee periodes heeft te maken met het feit dat Wittgenstein veel van zijn ideeën en stellingen uit de Tractatus later heeft herzien – sommige deels, andere in hun geheel.

In de Tractatus stelde Wittgenstein dat taal één logische essentie had en dat we alle problemen in de filosofie op konden lossen door deze essentie, en daarmee taal, duidelijker uit te leggen. Later gooide Wittgenstein het over een andere boeg: taal was niet iets met één logische essentie, maar een verzameling van ‘taalspelen’ waartussen ‘familiegelijkenissen’ bestonden. Naast deze zijn er nog meer ontwikkelingen te bespeuren in Wittgensteins werken, maar dit artikel zal zich bezighouden met zijn veranderde idee over taal.

Om te beginnen het idee van ‘een logische essentie van taal’: de Tractatus bestaat uit zeven hoofdstellingen, elk ondersteund door stellingen aangeduid met een decimaal (1. Is een hoofdstelling, 1.1 licht deze toe, 1.1.1 licht 1.1 toe). De laatste en meest bekende hoofdstelling is: ‘Van dat, waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen’. Dit houdt in dat men alleen zinvolle volzinnen kan spreken. Een zinvolle volzin is ‘een waarheidsfunctie van de elementaire volzinnen’. Hiermee bedoelt Wittgenstein dat men alleen over het bestaan van zaken kan spreken. Een volzin is een zin die het verband tussen zaken (‘Sachverhalten’) stelt. Volgens Wittgenstein (in de Tractatus) is de wereld niets meer of minder dan deze ‘standen van zaken’. Onze taal heeft dus slechts betrekking tot standen van zaken. Men kan van een tafel zeggen dat hij bruin is, dat hij vier poten heeft, enzovoort.

Hieruit volgt dat metafysische zaken niet besproken kunnen worden: men kan ze niet aanwijzen in de wereld en ze zijn dus geen standen van zaken. Metafysische dingen, zoals religie, zijn dingen die men wel kan voelen, maar niks zinvols over kan zeggen. Men kan slechts spreken over dingen die daadwerkelijk in de wereld bestaan. Alle taal is dus te reduceren tot logica – tot elementaire standen van zaken.

Hieruit volgt ook een van de zaken die Wittgenstein later zal tegenspreken. Als de logica de taal begrenst en ons denken de logica begrenst, dan is het einde van mijn taal ook het einde van mijn wereld. Dit is solipsisme: het bestaan van één wereld: mijn wereld. Dit maakt een privétaal mogelijk, aangezien mijn wereld ook mijn taal impliceert met weer een eigen logica die alleen ik kan begrijpen.

Later, onder andere in zijn Philosophische Untersuchungen, zal Wittgenstein zijn eerdere argumenten voor privétaal weerleggen. Dit doet hij door te stellen dat taal niet iets is wat één logisch fundament heeft, maar dat het bestaat uit een aantal ‘taalspelen’ waartussen ‘familiegelijkenissen’ bestaan. Wittgenstein is allesbehalve duidelijk; hij schrijft enkel in stellingen, laat een volgende stelling als uitleg dienen, werkt ze nooit uit, maar laat dat aan de lezer over. Hierdoor is het beter om een voorbeeld te geven. Eentje die Wittgenstein-lezers bekend voorkomt: een taalspel. Een taalspel kan simpelweg bestaan uit bevelen geven en opvolgen. Een hele simpele variant hiervan speelt zich af op een (mogelijke) bouwplaats. Eén bouwvakker beveelt de ander om een plaat te halen: Plaat, hier! De ander weet dan dat hij een voorwerp moet halen dat afgesproken is om ‘plaat’ te heten en die naar de aangewezen plek ‘hier’ te brengen. Volgens Wittgenstein is dit één van de manieren waarop taal kan functioneren. We kunnen dit voorbeeld ook uitbreiden met kleur: een plaat van een bepaalde kleur moet worden gebracht – alleen als je weet wat afgesproken is om rood te heten, weet je welke plaat gehaald moet worden. Andere taalspelen, zoals taalgebruik op school, thuis, etc., tonen gelijkenissen met dit voorbeeld, maar zullen nooit geheel samenvallen, vandaar de term familiegelijkenissen: net als in een familie kan je gelijkenissen tussen broers en zussen zien, maar ze zijn nooit exact gelijk. Deze familiegelijkenissen impliceren ook dat er niet één logisch fundament kan zijn: het ene taalspel verloopt volgens andere afspraken dan het andere.

Zo gaat Wittgenstein langs verschillende modellen van taalspelen en breidt ze telkens verder uit om aan te tonen dat afspraken in taal alleen gelden als ze voor iedereen gelden. Een privétaal is dus onmogelijk. Een andere manier waarop een privétaal onmogelijk is, is dat er geen onderscheid gemaakt kan worden tussen denken dat je een regel volgt en een regel volgen. Als taal openbaar is, dan is een regel volgen voldoende: wanneer ik iemand zou uitleggen hoe een rekensom werkt, en hij op een telraam de juiste hoeveelheid kralen verschuift, dan weet ik nooit zeker of hij daadwerkelijk de regel volgt, of toevallig het juiste aantal kralen verschuift – de herhaling zal het leren. In een privétaal zou je dus altijd kunnen zeggen dat je de regel volgt: zolang jij dat denkt, zal het wel waar zijn, er is immers niemand om te controleren of de uitkomst juist is. Uiteindelijk is (in taal) alleen de uitkomst openbaar. Zolang die overeen lijkt te komen met de afgesproken regels kan er gebruik worden gemaakt van de taal. Het solipsisme uit de Tractatus is daarmee dus volledig van tafel geveegd.

Zoals eerder vermeld is, had Wittgenstein een allesbehalve duidelijke schrijfstijl. Wanneer je het vak Logica en de Linguistic Turn volgt in het eerste jaar van een bachelor Filosofie (of wanneer je daar zin in hebt) krijg je dan ook te horen dat je niet moet schrijven zoals Wittgenstein doet. Hij wordt door Grayling, de schrijver van het boek over hem in de Kopstukken-reeks, dan ook gezien als iemand die het riskeert om als een charlatan achter retoriek te schuilen, zonder echt iets te zeggen te hebben. Mijns inziens is Wittgenstein dat geenszins, maar wanneer je over Wittgenstein wilt schrijven, snap je wel Graylings punt: wat zegt Wittgenstein nu eigenlijk? Het is lastig, zo niet onmogelijk, om hem geheel te doorgronden. Toch lijk je zijn gedachtegang te kunnen volgen, wanneer je zijn werk leest. Pas wanneer je het boek neerlegt en zou moeten herhalen wat erin staat, besef je je dat Wittgenstein complex, of simpelweg warrig, schrijft.

In het voorwoord van zijn Tractatus stelt Wittgenstein ook dat hij weigert om te refereren aan andere auteurs: het maakt hem niets uit of wat hij denkt al eerder gedacht is. Combineer dit met het weigeren van argumenteren, slechts nog meer stellingen geven, en je stevent af op een flinke onvoldoende in de huidige academische wereld. Dat laat niet weg dat we ons brein nog steeds kunnen breken over zijn cryptische teksten. Mocht je besluiten over hem te schrijven, onthoud dan dat hij een van de weinigen is die met zo’n schrijfstijl is weggekomen. Doe hem dus pas na wanneer je er geen cijfer meer voor hoeft te halen.


Wil je meer leren over Wittgenstein? Kijk dan naar de volgende titels:
  • Wittgenstein, L., 1998, Tractatus Logico-Philosophicus, trans. Hermans, W.F., Atheneaum-Polak & van Gennep, Amsterdam
  • Wittgenstein, L., 1992, Filosofische Onderzoekingen, trans. Derksen, M., Terwee, S., Boom, Amsterdam
  • Grayling, A.C., 1999, Wittgenstein, Kopstukken Filosofie, trans. Bos, T., Lemniscaat, Rotterdam

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s