Een lange geschiedenis van vertellende wezens

Schrijfster en filosofe Sylvia Wynter beschrijft mensen als ‘vertellende wezens’: we vertellen niet alleen verhalen over wie we zijn, die verhalen vormen vervolgens ook ons zelfbeeld. Ze beargumenteert dat dit ons mens maakt. Dit is geen gek idee. In het dagelijks leven leiden we allerlei dingen af uit elkaars verhalen: op dates, tijdens sollicitaties, online, of in de politiek. Het narratief dat we over onszelf vertellen, heeft bovendien invloed op hoe anderen ons begrijpen en beoordelen. Dat dit iets heel menselijks is, blijkt uit onze lange geschiedenis van verhalenvertellers. Augustus liet bijvoorbeeld een epos schrijven over het ontstaan van Rome, waardoor zijn keizerschap werd gezien als voorbestemd. Napoleon leefde bijna tweeduizend jaar na Augustus en had, zoals kenmerkend was voor zijn tijd, veel adoratie voor het Oude Rome. Napoleon zag in dat je een verhaal ook kan afbeelden, en liet regelmatig heldhaftige schilderijen maken van zijn militaire campagnes, zoals zijn oversteek van de Alpen of zijn Slag bij de Piramiden. Er zijn uiteraard ook hedendaagse voorbeelden te vinden van verhalenvertellers. Bob Dylan wordt vaak gezien als het soort talentvolle verteller die maar een keer per generatie voorkomt. Hoewel hij geen dictatoriale ambities heeft gehad — voor zover bekend — verzon hij allerlei verhalen over zichzelf. De meest interessante hiervan is misschien wel dat hij bij het carnaval zou hebben gewerkt.

Erving Goffman vergelijkt in zijn boek The Presentation of Self in Everyday Life (1959) menselijke interacties en handelingen met theater. Zo speelt iedereen rollen, of ‘treedt iedereen op’, in het dagelijks leven. Publieke figuren zoals politici en artiesten zijn hier geen uitzondering op. Goffmans punt is niet dat iedereen nep is, maar dat het persona of de identiteit die anderen in iemand herkennen, wordt geproduceerd door bepaalde handelingen en presentaties. De versie die iemand van zichzelf presenteert, is wat er ‘voor de schermen’ te zien is, terwijl men ‘achter de schermen’ de publieke persona tijdelijk kan laten zakken. ‘Het publiek’ bestaat uit degenen die iemands identiteit interpreteren. De persoon op het podium probeert die interpretatie vervolgens te beïnvloeden, vaak met behulp van een team dat helpt de gewenste identiteit neer te zetten.

Ook Augustus, Napoleon en Bob Dylan creëerden voor zichzelf persona’s door hoe ze zich presenteerden aan hun publiek, vaak met behulp van kunstenaars, schrijvers, uitgevers en interviewers.

Een uitverkoren keizer

Augustus staat bekend als de eerste keizer van het oude Rome, de geadopteerde zoon van Julius Caesar en de vijand van Cleopatra en Marcus Antonius. Dr. Roslynne Bell, classicus en archeologisch onderzoeker, legt uit dat klassieke historici Augustus prezen als een goede keizer. Er waren uiteraard veel keizers met een slechte reputatie, zoals Nero en Caligula, maar volgens Bell is Augustus’ positieve imago mede te danken aan de moeite die hij stak in het creëren van zijn levensverhaal via de kunsten.

Het was voor Romeinse keizers en politici gebruikelijk om monumenten, tempels, portretten, standbeelden en munten ter ere van zichzelf te laten maken. Augustus ging een stapje verder. Hij liet munten maken met daarop de tekst ‘divi filius’ — zoon van een god — een verwijzing naar zijn relatie met Julius Caesar. Hiermee benadrukte hij zijn eigen oorsprong en legitimiteit als politiek leider. Op andere munten liet hij zich afbeelden als militair leider of soldaat, waarmee hij zijn militaire successen belichtte. Ook liet hij zijn prestaties als keizer in brons graveren buiten zijn mausoleum in Rome, zodat iedereen kon lezen wat hij bereikt had. Zijn portretten, die gedurende zijn carrière door het rijk werden verspreid, verbeeldden verschillende levensfasen: Augustus als jonge militair, daarna als zelfverzekerde ‘zoon van een god’ en later als machtige man. Zelfs zijn naam en politieke titel droegen bij aan zijn imago. Augustus betekent ‘verheven’ en was de naam die de senaat hem in 27 v.Chr. gaf. Zijn titel als princeps, ‘eerste der burgerij’, benadrukte bovendien dat hij geen koning was — een  taboe begrip in Rome — en wekte een democratisch beeld op, wat juist in Rome werd geprezen.

De keizer mengde zich ook veel met literaire kunsten. Zo droeg hij bekwame dichter Vergilius op een onstaansepos van Rome te schrijven — een project waar hij met zijn neus bovenop zat, zoals wanneer hij Vergilius in brieven vroeg om voorlopige versies. De Aeneis van Vergilius kan worden gezien als een literair voorbeeld van Augustus’ geslaagde poging om een positief imago voor zichzelf te creëren. De Aeneis verbindt geschiedenis, goden en een voorbestemde toekomst met elkaar. Rome werd afgebeeld als een uitverkoren volk, met Augustus als uitverkoren leider. Het verhaal volgt de vlucht van de jonge Aeneas uit Troje en zijn missie om in opdracht van Jupiter een nieuw rijk in Italië te stichten: Rome. Het epos benadrukt de mythe dat Julius Caesar, en dus Augustus, afstammeling van de halfgod Aeneas is. Hij komt in het verhaal een wapenschild tegen met daarop een toekomstbeeld van de iconische slag van Augustus bij Actium. Wanneer Aeneas in het verhaal naar de onderwereld gaat, ziet hij helden die nog moeten worden geboren, waaronder Augustus. Dit zijn twee duidelijke verwijzingen naar Augustus als de noodzakelijke uitkomst van Aeneas’ missie.

Bell geeft aan dat het anachronistisch kan zijn De Aeneis als propagandistisch werk te beschrijven, omdat het begrip propaganda zoals wij dat kennen nog niet bestond in de Romeinse tijd. Toch was het beïnvloeden van de publieke opinie door kunst ook in het Oude Rome een bestaand fenomeen, en Augustus was daarin zeer succesvol. Augustus leek goed te begrijpen hoe hij zich als ‘princeps’ en ‘verheven’ het best kon presenteren, en hij was zich erg bewust van de verschillende props en artiesten die hij hiervoor kon inzetten.

Een leven als uit een legende

Napoleon Bonaparte was militair leider, geniaal strateeg en voormalig dictator van  Frankrijk. Ook hij was sterk betrokken bij het creëren en versterken van zijn larger-than-life imago, zowel tijdens zijn carrière als tijdens zijn ballingschap op St. Helena. Meer dan tweehonderd jaar na zijn dood wordt hij nog steeds gezien als een militair genie met legendarische slagen, Dé geest van zijn tijd — volgens Hegel althans — en volgens IMDb zijn er ten minste 72 films over hem gemaakt. Kortom: een cultureel icoon.

Historicus Dziewanowski legt uit dat Napoleons populariteit tijdens zijn leven vooral te danken was aan zijn indrukwekkende carrière. Hij begreep als geen ander hoe hij emoties kon losmaken en zijn leven als een legende kon presenteren. Zo schreef hij regelmatig bevlogen teksten om het leger en het volk te inspireren, omdat hij wist dat hij geen goede spreker was. Na zijn overwinningen in Italië liet hij pamfletten, spandoeken en standbeelden maken waarop zijn succesvolle campagnes en zijn liefde voor de Italiaanse geschiedenis te zien waren, bijvoorbeeld door hem af te beelden bij het graf van Vergilius. Ook toen Napoleon terugkeerde van zijn ‘pensioen’ op Elba, werden er via pamfletten geruchten verspreid over zijn wonderbaarlijke terugkeer en de invasie van Frankrijk.

Misschien wel zijn meest iconische voorbeeld van propaganda werd gemaakt tijdens zijn expeditie naar Egypte. Hij nam kunstenaars, academici en schrijvers mee om de expeditie vast te leggen. Er werden schilderijen van Napoleon en zijn leger tijdens de Slag bij de Piramiden gemaakt, verhalen geschreven over het leger van Napoleon dat als oefening kanonschoten op de neus van de Sfinx zou hebben afgevuurd, en archeologische vondsten gedaan van het klassieke Egypte die een nieuwe academische discipline hielpen creëren. Via deze mythevorming, kreeg Napoleon een nog legendarischer imago, werden hij en zijn expeditie gezien als van wetenschappelijke waarde en verdwenen zijn nederlagen langzaam naar de  achtergrond. Zijn afgang bij de Slag bij de Nijl, het verlies van zijn vloot, de vele doden en uitbraak van de pest onder zijn leger zijn weliswaar niet onbekend bij historici en geschiedenisfans, maar spelen nauwelijks een rol in het algemene beeld van Napoleons carrière. Eenmaal in ballingschap metselde Napoleon verder aan zijn reputatie door historische en autobiografische stukken te schrijven. Zo zette hij zichzelf neer als belangrijk figuur voor de politieke veranderingen van zijn tijd. Hoewel hij zeker invloed heeft gehad op de imperialistische geschiedenis van de eeuwen na zijn overlijden, was zijn politieke bijdrage aan de democratie lang niet zo direct als hij liet lijken.

Ook Napoleon had een heel team wat hem achter de schermen hielp zijn imago te bekronen: van de kunstenaars die hij meenam op militaire campagnes, tot familieleden zoals zijn oom, die hem bijvoorbeeld hielp bij het publiceren van zijn geschreven stukken in Europa. Napoleon leek inspiratie te hebben gehaald uit de manier waarop Romeinse keizers hun rollen speelden, terwijl hij ook leek te begrijpen dat voor zijn eigen optreden een focus op de huidige politieke trends nodig was.

Verzonnen circustrucjes

Bob Dylan is een Amerikaanse singer-songwriter bekend van nummers zoals ‘Blowin’ in the Wind’ en ‘Like a Rolling Stone’. In 2004 publiceerde hij zijn memoire Chronicles: Volume One, in 2016 won hij de Nobelprijs voor literatuur en met zijn ‘Never Ending Tour’ treedt Dylan al meerdere decennia op. Door de jaren heen heeft Dylan vaak mysterieus uitspraken over zijn leven gedaan en zelfs dingen verzonnen. Zo vertelde hij aan het begin van zijn carrière dat hij als kind van huis was weggelopen, het contact met zijn ouders had verbroken en zich bij de kermis had aangesloten. In werkelijkheid had Dylan een vrij normale jeugd. Hij groeide op in de joodse gemeenschap van Hibbing, Minnesota, in een arbeidersgezin. Hij was niet arm, ging naar school en had vrienden. In zijn memoire houdt hij zijn levensverhaal vaag en open voor interpretatie, bijvoorbeeld door belangrijke mensen niet bij hun namen te noemen en niet-chronologisch te schrijven.

Nik Dobrinsky, somt in zijn blog de verschillende fases en identiteiten van Dylan gedurende zijn carrière op. Hij beschrijft Dylan als een soort ‘kameleon’ met verschillende persona’s, waaronder de folk- en protest zanger,  dichter en schrijver, rockster, mediatrickster en rebel of underdog. Zijn mediatrickster persona leverde Dylan veel kritiek op. Muziekjournalist en muzikant Everett True beschrijft hoe authenticiteit economische waarde krijgt binnen de (rock)muziekwereld. Authenticiteit is verbonden met het idee dat de artiest schrijft en zingt over persoonlijke ervaringen, waardoor het werk ‘direct’, ‘ruw’, en ‘origineel’ wordt. Dat geeft een muziekstuk extra betekenis. True legt uit dat fans graag geloven dat hun idolen en lievelingsliedjes ‘oprecht’ zijn, omdat ze onze persoonlijke identiteit vormen. Tegelijkertijd is elk nummer geproduceerd en nooit een rechtstreeks, onbemiddeld product van de artiest — of dat nou komt door meerdere opname pogingen, het gebruiken van ‘de beste’ apparatuur, reclamestrategieën, of door het simpele schrijfproces. Aan de andere kant heeft Dylan ook veel fans te danken aan zijn mysterieuze imago en oorsprongsverhalen, omdat veel fans zijn excentriciteiten ook juist waarderen.

Er zijn verschillende ideeën over waarom Dylan zo vaak verhalen over zichzelf verzon. Zo speculeert Dobrinsky dat het een manier was voor Dylan om zich te laten inspireren, zichzelf opnieuw uit te vinden en met zijn imago te experimenteren. Het is tevens een manier om zich af te zetten tegen eerdere versies van zichzelf. Cultuurcriticus Lucy Harbron suggereert dat deze verhalen zijn teksten wellicht authentieker maken, doordat ze de indruk wekken dat zijn leven een strijd is geweest. Of misschien stellen ze niets meer voor dan wat kleine leugens, bedoeld om Dylan te vermaken tijdens eindeloze interviews. Bewust of onbewust van de reden voor zijn verzinsels, ook voor Dylan hebben zijn verhalen en vertelstijl bijgedragen aan zijn intrigerende imago. Als een echte performance artist weet Dylan verschillende rollen aan te nemen, en laat hij deze zelfs — vergelijkbaar met Augustus — de fases van zijn leven nabootsen.

Als we kijken naar de persona’s van Augustus, Napoleon en Bob Dylan zien we het idee van een ‘performance’ of ‘optreden’ telkens terugkomen. Met verschillende strategieën presenteerde Augustus zichzelf als een krachtige, militaire en de voorbestemde leider van het Romeinse volk. Napoleon creëerde een larger-than-life imago via pamfletten, schilderijen en verhalen, met een team dat hem zelfs tijdens zijn ballingschap hielp dit imago te verspreiden. Dylan ontwikkelde gedurende zijn  carrière meerdere persona’s waarmee hij optrad, en schepte een mysterieus imago voor zichzelf, wellicht voor creatieve doeleinden, om authentieker over te komen of simpelweg voor zijn eigen vermaak. Juist in de wisselwerking tussen het verhaal dat we over onszelf vertellen en de verhalen die anderen over ons vertellen, wordt zichtbaar wat Wynter bedoelt met de mens als ‘vertellend wezen’. Augustus, Napoleon en Bob Dylan laten daarmee op hun eigen manier zien dat het verhaal dat we over onszelf vertellen nooit los staat van de manier waarop anderen ons zien. Misschien is juist dat wel een van de meest menselijke vormen van zelfpresentatie.

Tekst: Francis-Lynne Raper

Beeld: Bob Foulidis

Geef een reactie