AZC? Wat moet ik er mee?

De heropleving van het conflict tussen Eritrea en Ethiopië en mijn ontmoeting op de AZC open dag

Begin september viel er een brief van de gemeente door mijn brievenbus: “Contract tijdelijke asielopvang in uw buurt wordt verlengd.” Ik schrok. Hoe kon ik hier al zo lang wonen en nu pas ontdekken dat er zich op krap 500 meter van mijn huis een AZC bevond? Wellicht was het door het gebrek aan overlast dat volgens de media onlosmakelijk verbonden is met asielopvang. Toch was ik nieuwsgierig en besloot op de open dag van 26 september eens kennis te maken met mijn niet-zo-nieuwe buren. Het was een kennismaking die mij ontroerde en die mij al snel in de geschiedenisboeken van de Hoorn van Afrika deed duiken. Want de kiem voor het vluchtverhaal van de jongens die ik tegenover mij had, werd al halverwege de vorige eeuw geplant.

Het was 1941 toen de geallieerden de Italianen versloegen en de Britten het ‘beheer’ over de Italiaanse kolonie Eritrea overnamen. Kort na de oorlog werd de verantwoordelijkheid over Eritrea overgedragen aan de VN. Onder de Eritreeërs zelf heerste grote verdeeldheid over hun toekomst: Terwijl de vaak christelijk-orthodoxe Unionisten aansluiting bij Ethiopië wenste, streefde een belangrijk deel van de bevolking (waaronder de Eritrese Moslimliga) naar onafhankelijkheid. Keizer Haile Selassie van Ethiopië negeerde echter die wens en zocht steun bij de Verenigde Staten om zijn eigen claim op Eritrea te realiseren. De Amerikanen hadden op hun beurt, vanwege de Koude Oorlog, strategische interesse in een bondgenoot in de regio (en in het gunstig gelegen Marina-radiostation in Eritrea). En zo geschiedde: na enig gelobby van de Amerikanen verscheen op 2 december 1950 de VN-verklaring dat Eritrea een autonome regio zou worden binnen een federatie onder de Ethiopische kroon.

Maar, zoals wel vaker bij dit soort postkoloniale constructies, werd hiermee de basis gelegd voor wat in 1961 zou uitmonden in een bloedige onafhankelijkheidsstrijd tussen het Eritrean Liberation Front (ELF) en het Ethiopische staatsleger. Zonder mij te branden aan de daaropvolgende dertig jaar aan strijd, is het resultaat ons bekend: Eritrea wordt in 1993 een onafhankelijke staat. Maar, in 1998 sloeg de vlam weer in de pan en volgde er nog twintig jaar aan grensconflicten tussen Eritrea en Ethiopië, totdat de huidige  Ethiopische minister-president Abiy Ahmed in 2018 door het parlement verkozen werd en de banden tussen Eritrea en Ethiopië tijdelijk leken te verbeteren.

Ondertussen zit ik op de Sloterweg, tegenover het resultaat van deze lange en complexe conflict geschiedenis: twee jongens, beiden zeventien jaar oud, zonder ouders in het AZC. De één, Dawit*, komt uit Eritrea en is Christelijk Orthodox, de ander, Hakim, komt uit Ethiopië en is Moslim. Terwijl hun beide thuislanden afgelopen week wederom hun diplomatieke banden hebben verbroken en er Eritrese troepen zijn gesignaleerd in het noorden van Ethiopië, zitten deze twee jongens naast elkaar en laten tijdens de open dag op het AZC samen met trots hun gedeelde alfabet zien. Ze wonen hier pas anderhalf jaar en ondanks hun beperkte toegang tot onderwijs spreken ze beter Nederlands dan menig “expat” die hier al vijf jaar woont. Ze oefenen elke dag, zeggen ze, en Dawit laat enthousiast de YouTube-video’s van juf NT2 zien waarmee hij Nederlands leert. Samen gebruiken de jongens hun eerste schreden in de taal om een verenigd front te vormen:

‘Geloof jij?’

‘Nee ik geloof niet’

‘Zie? Nederlanders geloven nooit!’

‘Wij altijd vragen, iedereen “nee”’

Ik moet lachen en zeg dat ik simpelweg in de mens en goed doen voor een ander geloof. Daar kunnen ze zich wel in vinden, maar ze denken toch dat ik nog gelukkiger zou zijn als ik een religie koos, maakt niet zoveel uit welke. Zijn deze jongens dan die “agressieve alleenreizende mannen” waar zo vaak over gesproken wordt? Hakim werkt bij de Jumbo en wil later graag automonteur worden en ondanks dat ik niet geloof, hebben Dawit en ik muziek uitgewisseld. Beide jongens schudden bij het afscheid mijn hand: “Dag mevrouw.”

Toch vind ik het soms ingewikkeld. Het Rode Kruis heeft recent zijn medewerkers tijdelijk van Ter Apel onttrokken omdat zij hun veiligheid niet konden garanderen. Daarvoor leidde de kaartverkoop in de pendelbus tussen Ter Apel en Emmen tot zoveel agressieve incidenten, dat de gemeente besloot de bus gratis te maken om verdere escalatie te voorkomen. En zelfs als we niet naar anekdotisch bewijs kijken, maar naar recent onderzoek van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum), zijn COA-bewoners oververtegenwoordigd. Hoewel het overgrote deel van de incidenten binnen het COA plaatsvindt, wordt 3% van de bewoners verdacht van een misdrijf, tegenover 0,8% van de gemiddelde Nederlandse bevolking. Vergelijk dit vervolgens met een buurt als Duindorp, waar veel autochtone Nederlanders met een laag inkomen wonen en het percentage verdachten op 4,5%** ligt, dan steekt die 3% onder COA-bewoners juist gunstig af.

En ja, het merendeel van de oververtegenwoordiging zou ook verklaard kunnen worden door het feit dat het veel jonge mannen zijn, en niet zo zeer dat ze een bepaalde nationaliteit hebben. Maar toch, zitten omwonenden van een nieuw AZC te wachten op dit soort relativeringen? Ongeacht of het door hun nationaliteit of hun gender komt, blijft het een grotere risicogroep. Zelf heb ik niets gemerkt van de twee relatief kleine AZC’s in mijn buurt, –als 3% zich schuldig maakt aan een misdrijf doet 97% dat niet– maar dat neemt de bestaande overlast in andere regio’s niet weg.

Desalniettemin, in dezelfde periode dat de Verenigde Staten Eritrea aan Ethiopië toekenden, zodat de Amerikanen (ik chargeer) een radiostation konden houden, heeft de VN ook het Vluchtelingenverdrag getekend waarin de bescherming van vluchtelingen gewaarborgd wordt. Wie A zegt, moet ook B zeggen. Terwijl ik me door alle nieuwsartikelen en onderzoeken gerelateerd aan migratie waad, zie ik door de bomen het bos niet meer. Maar één ding is zeker: Hoe meer men zich gezien en gehoord voelt en hoe meer vriendelijke contacten ze hebben buiten het AZC, des te makkelijker het wordt om mee te draaien in de samenleving. Ik besluit mijn eigen geloof aan te houden en schrijf me in als vrijwilliger bij de Sloterweg: Nederlandse les en muziek. Volgende week is mijn kennismaking.

Wil je ook meer doen en minder denken? Kijk op https://www.coa.nl/nl/activiteit/vrijwilligers-centrale-amsterdam of er bij jou in de buurt een AZC naar vrijwilligers zoekt.

*Om privacy redenen zijn andere namen gebruikt, namen zijn bekend bij de redactie.

** Cijfers opgehaald bij politieregistratie Basis Voorziening Informatie (BVI) door AlleCijfers https://allecijfers.nl/buurt/duindorp-den-haag/.

Tekst: Stella Smals

Beeld: Dune Ketelaar

Geef een reactie