Deze zomer bespraken rapper Sef en journalist Tim Hofman in BOOS Grote Gesprekken de betekenis van radicale ideeën. Naar aanleiding van zijn eigen songteksten, die luisteraars vaak als provocerend ervaren, omarmde Sef hier het radicaliseren: ‘Het woord radicaal (…) wordt gebruikt als synoniem voor extreem, maar wat het betekent is dat je dingen vanaf de wortel aanpakt.’ De oorsprong van het woord “radicaal,” zo stelt hij terecht, ligt in het Latijn, want via het Frans is ons gebruik van “radicaal” ontleend aan “radicalis”: ‘betrekking hebbend op de wortel, fundamenteel’. Het hedendaagse gebruik van radicaliteit reflecteert deze oorsprong alleen niet, vooral in de politiek. Zo noemde VVD-leider Dilan Yeşilgöz in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in 2025 de achterban van GroenLinks-PvdA (nu Progressief Nederland) radicaal. Ook links zet de rechterflank van het politieke spectrum graag weg als radicaal. Om deze tactieken van zwartmaken te overstijgen, pleit ik hier voor een herwaardering van oorsprong in radicaliteit.
Gewelddadig radicaal
Zoals Sef stelde, heeft “radicaal” de laatste jaren een sterke connotatie van “extreem” gekregen. In het Nederlands is deze associatie vooral traceerbaar naar radicaliserende IS-jongeren, die zich rond 2015 afkeerden van hun omgeving en afreisden naar het kalifaat. Als 14-jarig kind werden deze termen als vanzelf onderdeel van mijn referentiekader. Want, hoewel het volgens de AIVD om circa 300 uitreizigers ging, werd hier gretig over bericht in het nieuws en aan talkshowtafels (keek ik toen al naar talkshows?). In diezelfde periode pleegde IS aanslagen in West-Europa, zoals die op het Parijse theater Bataclan in 2015. Zodoende werd in de samenleving de koppeling tussen religieuze radicalisering en extreem geweld verstevigd.
Tegelijkertijd bleven “radicaal-”rechtse politieke partijen islamhaat voeden, tevens de oorsprong van geweld rondom (toekomstige) azc’s. In het publieke debat is een strikt onderscheid ontstaan tussen radicaal-rechts en extreem-rechts. Waar radicaal-rechts vrij gebruikt kan worden, is extreem-rechts pas geschikt voor antidemocratische en fascistisch georiënteerde partijen. Echter, dit onderscheid is niet zo duidelijk als het lijkt. Bijvoorbeeld als de eenmanspartij de PVV – door de NOS aangeduid als radicaal – aanzet tot azc-rellen: ‘Jullie zijn de baas in deze stad en niet de burgemeester. (…) Ik vraag jullie: willen jullie met mij in deze stad, in dit land, in verzet tegen nog meer azc’s?’ Verder wil PVV-leider Geert Wilders graag alleen regeren zoals Trump. Als ik het idoliseren van een autoritair leider en het ondermijnen van burgemeesters naast bovenstaande extreem-radicale meetlat leg, is dit behoorlijk extreem-rechts. Geen wonder dat de betekenis van extreem en radicaal in het populaire discours vaak door elkaar loopt.
Als we Sef’s definitie hanteren, zien we ook bij azc-relschoppers en IS-gangers toewijding aan oorsprong. Op zoek naar de wortels van de islam, handelen jihadisten vanuit een fundamentalistische opvatting van de islam. Deze principes zijn in strijd met bijvoorbeeld gelijke mensenrechten, en daarom voor IS een legitimering van geweld. Terrorist-spelende azc-demonstranten zoeken de oorsprong van maatschappelijke problemen, van woningcrisis tot femicide, volkomen onterecht bij immigranten. Beide zijn ernstige dwalingen in een zoektocht naar de oorsprong van sociaal-maatschappelijke problemen.
In plaats van extremisme als antwoord op de wortel van een probleem, zou ik, in lijn met Sef, willen oproepen tot een zoektocht naar de oorsprong van extremisme. Radicaal blijft dan weliswaar verbonden met geweld, maar dit keer als strategie om het te voorkomen. Natuurlijk is deze oproep niet nieuw: al in 1951 schreef Hannah Arendt over de oorsprong van radicaal kwaad in The Origins of Totalitarianism.
Ook radicaal: van fascismestudies tot Twin Peaks
De titel van haar werk zegt het al: Arendt gaat op zoek naar de oorsprong van totalitaire regimes en hun misdaden tegen de menselijkheid. Arendt refereert in haar analyse ook aan radicalisme. De Holocaust als systeem omschreef zij in eerste instantie als een ‘radicaal kwaad,’ iets dat ons eerder niet bekend was. Zo radicaal dat het geen historische maatstaf kende. Deze definitie van radicaliteit bevat, naast geweld en wortel, een belangrijke toevoeging: een ongeëvenaarde kracht.
Toegepast op de kunst is dit een positieve connotatie, en bovendien mogelijk productief. Radicale kunst is waardevol, omdat innovatieve vormen bestaande normen kunnen opschudden, opschorten en mogelijk kunnen hervormen. Kortom, de droom van menig avant-gardekunstenaar.
Een goed voorbeeld van een radicale kunstenaar is David Lynch, die bovenstaande logica toepaste in zijn gelauwerde tv-serie Twin Peaks (1990-1991), waarmee hij het moordmysteriegenre vernieuwde en zelfs tv-series als geheel. Waar moorden tot dan toe meestal in dezelfde aflevering werden opgelost – alsof het achterhalen van een dader iets ‘oplost’ aan de moorddaad zelf – werd de moord op Laura Palmer in Twin Peaks nooit volledig doorgrond. Sterker nog, bij tijd en wijle werd het plot zo occult of absurd dat zelfs het hoofdpersonage, de wereldwijze special agent Dale Cooper, het niet volgde, laat staan de nietsvermoedende tv-kijker. Zo gaf Lynch, als gerenommeerd filmmaker in die tijd, het aloude genre een nieuwe twist. Een aflevering zonder opgeloste moord aan het einde betekende ook de opkomst van het fenomeen van de cliffhanger. Extra meedogenloos ten tijde van lineaire televisie, stel je voor: een week wachten voordat je weet of Cooper een schotwond overleeft.
De radicaliteit van Twin Peaks gaat zelfs nog verder, want ik heb het nog niet eens gehad over Twin Peaks: The Return, dat maar liefst een kwart eeuw later volgde op de aangekondigde cliffhanger uit het tweede seizoen: ‘I’ll see you again in 25 years.’ Kijkers hoopten op een terugkeer van favoriete personages zoals Agent Cooper, maar kregen een bezeten versie van hem, die werkte voor een radicaal kwaad. De ontvangst was daarom wisselend; het grote publiek was teleurgesteld, maar critici waren enthousiast.
Echter, hoe radicaal vernieuwend Twin Peaks ook is, over het fundament van het centrale probleem geeft Lynch geen eenduidig antwoord. Het kwaad in de cultserie is grotendeels definieerbaar als femicide. De moord op Laura Palmer is gemotiveerd door jaloezie en controle: BOB – de kwade entiteit die leeft in andermans lichamen – wil Laura voor zichzelf hebben. Maar deze interpretatie brengt je niet volledig tot de oorsprong van dit absolute kwaad. Hierbij mijn poging tot een tracering van de herkomst van het kwaad in Twin Peaks: Laura Palmer wordt misbruikt en vermoord door een man. Dat lijken eerst haar highschool-drugsdealers te zijn, maar later blijkt het toch haar vader Leland te zijn, terwijl hij bezeten is door BOB, de entiteit die door een personage omschreven wordt als ‘The evil that men do.’ BOB lijkt aanvankelijk zijn oorsprong te hebben op Lelands vakantieadres aan Pearl Lakes, in de belichaming van familievriend Robertson. Uiteindelijk wordt in de meest surrealistische aflevering in The Return die oorsprong nog eens op zijn kop gezet: BOB zou zijn ontstaan uit de ontploffing van een atoombom. Maar ook dit wordt weer in twijfel getrokken, door de introductie van parallelle werelden en buitenaardse inmenging.
We hebben het hier over een radicaal kwaad, vanwege geweld en slechtheid tot nu toe ongekend. Twin Peaks was ooit een klein, rustig dorp dat nu plotseling wordt geteisterd door drugs, moord en occulte verschijnselen: een dorp waar het kwade voor het eerst infiltreert.
Een harde kracht die nieuw en onbekend is, zonder duidelijke aanleiding, is in dat opzicht vergelijkbaar met Arendts beschrijving van een radicaal kwaad. Ook zij draagt namelijk niet één oorzaak aan die direct leidde tot de Holocaust: deze kent volgens haar immers geen historische maatstaf. Op zoek naar de wortels van het kwaad beargumenteert Arendt dat antisemitisme en boze menigten ontstaan in de context van racisme, imperialisme en de afbraak van de natiestaat en klassenmaatschappij. Een causaal verband tussen radicaal kwaad en één concrete oorsprong bestaat niet, niet in The Origins of Totalitarianism, en niet in Twin Peaks. Daarom is een radicale aanpak van een radicaal kwaad een paradox – maar wel een constructieve paradox. De zoektocht naar een complex fundament levert geen eenvoudige antwoorden op, maar wel inzichten voor preventie. We hebben het allemaal weleens gehoord, de Italiaanse schrijver Primo Levi, die na de Holocaust in The Drowned and the Saved waarschuwde: ‘It happened so it can happen again.’ Maar wat als ‘nooit meer’ nu is? Moeten we dan niet juist nu kijken naar het ontstaan van nieuwe variaties van radicaal kwaad, zoals de genocide in Gaza?
Nu het fascistische gevaar opnieuw is ontkiemd, is radicaal onderzoek hoognodig. Volgens Arendt kan het terugkijken naar de wortels van de totalitaire regimes pas achteraf plaatsvinden, omdat deze alleen dan zichtbaar worden. In haar nieuwste boek End Times Fascism: And the Fight for the Living World spreekt journalist Naomi Klein deze aanname tegen. Zij stelt dat we niet alleen in de achteruitkijkspiegel moeten blijven kijken om hedendaags fascisme te begrijpen, omdat het is veranderd. Anders dan de totalitaire regimes in Duitsland en de Sovjet-Unie die Arendt analyseerde, is volgens Klein hedendaags fascisme veel meer verweven met individueel ondernemerschap en minder met discipline: impulsieve oorlogen en samenwerkingen lijken op het najagen van clicks en het initiatief van collabs. Neem bijvoorbeeld Trumps laatste dieseldeal met Poetin, die heeft als doel een populariteitsimpuls en het beter runnen van de ‘bv’ de Verenigde Staten. Vanwege deze veranderingen stel ik voor om radicaal denken breed op te vatten: zowel zoeken naar fundamenten tot ver terug in de geschiedenis, als het dieper analyseren van hedendaagse machtsstructuren.
Voorlopig blijft ‘radicaal’ verbonden met geweld. Maar zoals Sef zei: wie zoekt naar de wortel van geweld of andere maatschappelijke problemen, is net zo goed radicaal. Juist bij een kwaad zonder duidelijke oorsprong is dat zoeken nodig, in de wetenschap, maar ook in muziek, film en tv. Zo wordt het onbegrijpelijke iets begrijpelijker, en komen we verder dan verwijten over en weer. De wortel van een probleem kunnen zien: dat is pas echt radicaal.
Tekst: Ian van Asch
Beeld: Jo Kreulen
