De Belgische sterauteur Dimitri Verhulst ontvangt Babel in Oostende voor een interview, gegoten in een (on)samenhangende monoloog, die doet denken aan de vorm van zijn laatste roman Een verwittigd man is niets waard.
Het zou sneu zijn om de conventies van de roman vast te leggen.
Vanaf het moment dat iedereen doorheeft wat een roman is, stoppen we met lezen.
Ik vind Houellebecq een interessant figuur, omdat het iemand is, hoe je het ook draait of keert, die zijn boeken altijd in het centrum van het maatschappelijk debat weet te wringen.
Dat is niet alleen zijn verdienste, maar ook van de Franse cultuur.
De aarde trilt nog in Frankrijk als er een roman is gepubliceerd, zo nu en dan.
Dat kunnen gebeurtenissen zijn.
Het is niet moeilijk om rechtser te zijn dan ik.
Ik vind dat je de bereidheid moet hebben om iemand met een andere mening te lezen.
Dat is bijna de redding van het democratische denken.
Ik was een onwetende tiener, nu ben ik een onwetende vijftiger.
Heb je nog koffie?
Oostende is een stad met een smoel.
Het is een zeer sociale stad met weinig muren tussen sociale klassen.
De bankier praat met de prostituee, de armen met de rijken, dat bevalt me wel.
Ik ben een rusteloze ziel.
Onlangs heb ik het uitgerekend: ik heb een gemiddelde van om de twee jaar verhuizen.
Ik heb het gevoel dat ik mijn gemiddelde ga opkrikken, ik zit hier goed.
Mijn talent voor vriendschap is niet zo ontwikkeld.
Uiteindelijk leren mensen het wel af om mij graag te zien.
Mijn oudste vriendschap is iemand die ik ken uit de jeugdinstelling.
Wij weten iets van elkaar, dat al onze partners proberen te achterhalen.
Iets is gebroken in je karakter, iets is stukgemaakt in je jeugd en wij kennen dat stuk van elkaar.
Wij waren aanwezig bij elkanders afbraak.
Er is een prijs die ik betaal door mijn onrustig bestaan, ik heb nooit lang op dezelfde plek vertoeft.
Die rekening krijg ik nu gepresenteerd.
Mijn vriendenboekje is dun.
Een housewarming is als een babyborrel voor bakstenen.
Je gilt maar als er koffie in moet.
Normaal gezien komt iedereen hier hyperkinetisch buiten van de cafeïne.
Het is niet modest om te zeggen, maar ik ben geen onaardige kok.
Ik ben te lui om voetbalsupporter te zijn en meer nog dan dat vind ik het verschrikkelijk om geluk te laten afhangen van iemand anders.
Verliezen die kerels, dan moet ik de ganse dag triestig lopen.
Ik weet niet wat dat is, vrije tijd.
Mijn leven is vrije tijd.
De beste tango dans je met iemand wanneer je die voor het eerst danst.
Als je te goed weet welke stap de ander gaat zetten, dan neem je het karakter van de tango weg.
Dat heb ik ook met interviews.
Het Parool wordt toch veel gelezen?
Die kerel (Paolo Sorrentino, red.) kan onwaarschijnlijke shots maken, fucking hell, fucking hell, wat een genie.
Het is een schilder.
Jeroen Brouwers was getrouwd met het Nederlands.
Heel lang geleden heb ik gevraagd mijn boeken niet meer in te zenden (naar literaire prijzen, red.).
Ik ben geen circushond.
Als je een Libris wint, is er altijd een journalist die moet zeggen: hij verdiende ‘m niet.
Ik heb niks tegen 50.000 euro, maar steek het in m’n brievenbus.
Ik wist heel goed in 2007, De helaasheid der dingen, ik besefte het: dit is mijn hoogtepunt.
Wat niet gestolen wordt, is niet geliefd.
Mijn droom is dat er een top 10 komt van gestolen boeken en dat ik daar in sta.
De plank met de letter B woog het zwaarst in mijn kast: dat was Boon en Brouwers.
Ik bleef meneer Brouwers zeggen.
Dat vond ik mijn absolute, verdomde plicht om mijn plek op aarde te kennen en Brouwers te vousvoyeren en dan kreeg ik een pak rammel van hem: ‘JIJ MAG JEROEN ZEGGEN’
Ik kan Jeroen onmogelijk een vriend noemen, omdat die bewondering te groot was.
Ik word niet oud, ik rook als een crematorium, ik heb de centen niet om oud te worden, ik ga geen pensioen hebben.
Het is reteduur, pampers volschijten.
Sparen? Daarvoor moet je eerst iets hebben.
Om te schrijven moet je een gelofte van eenzaamheid en armoede afleggen.
Wil je nog koffie?
Alsof mensen geïnteresseerd zijn in levens, we zitten iedereen kapot te bombarderen, maar je moet wel langer leven door niet te roken.
Ondertussen wordt er geld geïnvesteerd in wapens om anderen te vermoorden.
Iedereen heeft fundamenteel het recht om zijn eigen leven vrolijk kapot te maken, maar ik vind niet dat je het recht hebt om iemand anders leven kapot te maken.
We weten ondertussen wel dat we niet mogen roken.
Ik had keelkanker.
De hele familie Verhulst, de hele tak zit vol kanker.
Van alle venten in De helaasheid der dingen is er een over.
Ik ben niet gelukkig, maar ik heb plezier.
Het is onmogelijk voor mij om gelukkig te zijn, dat zou betekenen dat je dingen negeert.
Je hebt ondertussen een half kerkhof in je leven, een hoop dierbaren die je mist.
Ik ben op een zeer vrolijke manier ongelukkig.
Leven is constant kwetsuren oplopen
Gebutst, gebouwd, gedeukt, het gaat niet anders.
Ik vind het heel ongemakkelijk om mijn boeken te tonen.
Ik heb geen media-training gedaan, dat is merkbaar.
Er wordt gretig gestorven in mijn vriendenkring de laatste jaren.
Je hebt de klassieke kankers: de borstkankers, de prostaatkankers, noem maar op.
Het enige wat ik nooit had voorzien is dat ik een blad zou zijn dat daar hing, terwijl de anderen al begonnen te vallen.
Als je vader maar 37 is geworden… Ik vond het heel bizar toen ik 38 werd.
Ik heb eigenlijk heel veel pijn op dit moment.
Heel concreet vandaag, heel concreet gisteren en heel concreet morgen en volgende week.
De bijl wordt er stevig in gehakt.
Verbazend genoeg begin ik me zeer eenzaam te voelen.
Ik kan het gewoon niet: zo’n begrafenis, ik ga dan wat anders doen.
Dat is een vraag die een pint of tien vergt.
Ik zie er de lol niet van in, onsterfelijkheid.
Pensioen is voor de sukkels.
Ik vind het een uitermate aangenaam idee dat ik altijd zal werken.
Neem de laatste plaat van David Bowie: je ruikt de adem van de dood.
Cees Nooteboom zei altijd: ‘De dood, daar moet ik nu over schrijven omdat het straks niet meer gaat.’
Wil je nog koffie hebben?
Ik ben helemaal niet zo zielig.
Wat vond u eigenlijk van m’n boek?
Ik ben zo blij dat ik eigenlijk geen ouders heb gehad.
Er is best een tijd hier op aarde geweest waarvan ik dacht dat ik benadeeld was, omdat ik in een jeugdinstelling zat, omdat ik pleegouders heb gekend, omdat ik van hot naar her verhuisde.
Als ik mensen hoor vertellen over hun kindertijd met een modale moeder, een modale vader, het modale gezin.
Ik heb zo’n medelijden met hen: dan denk ik fuck hen, wat had ik een zalige jeugd.
Wat een ellende is dat toch: het gezin.
Ik ben een slechte zoon en een slechte vader.
Daar hebben we psychiaters voor nodig maar die krijgen geen geld van me.
Dat is de taak van de interviewer: lastig doen.
Mensen zijn snel geshockeerd, ik vind mezelf niet zo’n shockerende schrijver.
Sommigen hebben het natuurlijk moeilijk als het woord anus verschijnt, om maar iets te noemen.
Er is niets zo zielig als een boekpresentatie.
Dan sta je ergens in een zaaltje slechte witte wijn te drinken en een voor jezelf georganiseerd applaus bij elkaar te klappen.
Ik ga liever minigolfen dan naar een boekpresentatie.
Beeld Patrick Post
