‘Niet weg te leggen’ of ‘je wilt het boek in één keer uitlezen’. ‘Goede’ boeken worden regelmatig met dergelijke leuzen aangeprezen. Kul, denk ik dan, quatsch. Als het waarlijk een goed boek betreft, wil je dat helemaal niet. Goede boeken wil je juist wegleggen, langzaamaan lezen, syllabe voor syllabe, omdat je anders bang bent een sterrenmaaltijd weg te schrokken als ware het een patatje met. De nieuwe roman van Eva Meijer, Een woord voor, is zo’n prachtboek dat ik met regelmaat weglegde.
In de roman verdwijnt het Nederlands woord voor woord. Uit het vocabulaire van mensen, maar ook uit woordenboeken, krantenartikelen en gevels. Het enige wat mensen rest is een zweem van een herinnering aan het woord, niet meer dan dat. Aanvankelijk verdwijnen woorden die de meeste Nederlanders toch niet gebruiken. Achteloos, archaïsch, ekster. Vlak daarna verdwijnen woorden die meer in zwang zijn. Neuken, geld, dat. Geld wordt vervangen door money, het levert niet al te veel heisa op. Dat wordt die, omdat wordt omdie. De woorden die verdwijnen uit de in de wereld beschreven roman verdwijnen ook uit de roman. Als het woord woord wegvalt, wordt het vervangen voor het in- en inlelijke ‘lettercluster’. Langzaamaan vallen er gaten in de roman. Ondanks die gaten blijft het prettig leesbaar.
De gemoederen lopen hoog op als het woord geel verdwijnt. Er breken rellen uit, sommigen pleiten dat de verdwenen kleur ‘zon’ genoemd wordt, anderen opperen ‘kaas’. Waar Een woord voor aan het begin een linguïstisch experiment lijkt, krijgt het boek al gauw daarna een politieke, filosofische en actuele slinger. Over die rellen wordt puntgaaf opgemerkt: ‘Niemand lijkt zich echt druk te maken om de verdwijning van het kleurwoord, het gaat er alleen maar over wie er gelijk heeft.’ De parallellen met de Nederlandse samenleving zijn snel getrokken.
De roman draait voornamelijk om fictieve politici en om Uma en Mik, twee jongvolwassenen die een poging wagen de taalverloedering tegen te gaan. Mik is non-binair:
‘Hen leerde al vroeg dat er in een klein dorp geen plek is voor wie anders is (je leert pas later dat er eigenlijk nergens plek is voor wie niet past, dat je die plek voor jezelf moet uitbeitelen, als je geluk hebt krijg je daar hulp bij van mensen die het eerder deden, maar je moet het blijven doen, de plek is er nooit voor altijd)’.
Meijer schrijft geestig en geëngageerd, haar vorm en inhoud vallen mooi samen. Het boek waarschuwt voor het verdwijnen van het Nederlands en is tegelijkertijd een ode aan het Nederlands. Het is een waarachtige roman die alle lof verdient.
