Techniek in het theater

Techniek is een essentieel onderdeel van theater. Om licht cues, decor veranderingen en muzikale momenten goed te laten verlopen, gebeuren er voor, tijdens en na een voorstelling een hele hoop dingen achter de schermen. De technici van de theaters Carré, DeLaMar en Frascati weten daar alles van. Zij vertellen wat er achter de techniektafel gebeurt, de ups-and-downs van het vak en hoe de afnemende interesse voor theatertechniek het beroep heeft beïnvloed.

Marco Hartendorf legt in de kantine van Koninklijk Theater Carré uit hoe de taken van technici afhankelijk zijn van het soort theater waarin ze werken. Carré, waar Hartendorf de functie van Hoofd Theater Techniek bekleedt, is een ontvangend theater. Hier worden weinig tot geen eigen voorstellingen gemaakt. In de zaal speelt bijna elke avond een ander stuk, van zowel nationale als internationale makers. De technici binnen dit theater zijn er dan ook meer om de binnenkomende gezelschappen te ondersteunen. Deze assistentie kan vele vormen aannemen, zoals helpen bij het op- en afbouwen van het decor of het ophangen van lampen.

Volgens Melvin Oerlemans, Hoofd Techniek bij DeLaMar Theater, kan ondersteuning ook bestaan uit het verschaffen van informatie of het meedenken met een gezelschap, als er bijvoorbeeld iets veranderd moet worden aan hun scenografie. Dit is soms nodig als de theaterruimte specifieke beperkingen heeft waar het bezoekende gezelschap geen rekening mee heeft gehouden. DeLaMar is bijvoorbeeld geen makkelijk theater voor reizende producties: ‘Onze tonelen zijn net kleiner dan die van de gemiddelde schouwburg in het land, die zijn veel groter. Dus wat onze rol echt is […]: gewoon zorgen dat er informatie is over wat er allemaal nodig is voor de productie.’ Als theatermakers tijdens hun maakproces niet goed rekening houden met de ‘reisbaarheid’ van hun stuk, kunnen ze in de knel komen en moeten er soms aanpassingen worden gedaan aan bijvoorbeeld het decor. Hier helpen de huistechnici dan bij. ‘Maar’, zo zegt Oerlemans, ‘uiteindelijk lukt het altijd.’

 Er zijn ook theaterinstellingen die naast voorstellingen ontvangen ook voorstellingen produceren. De rol van de technicus is in dat geval heel anders. Volgens Sjaak Zegwaard, Hoofd Techniek bij theater- en productiehuis Frascati, kan deze functie verschillende vormen aannemen. Soms is het aan de technici om een licht- en geluidsontwerp te maken of een decor uit te tekenen. Zegwaard beschrijft de technicus in dat geval als een begeleider voor de plannen voor het licht en decor. De technische specialisten zijn dan van begin af aan betrokken bij het maakproces en brengen de ideeën van de regisseur, dramaturg en scenograaf tot leven. Er is daarvoor veel communicatie nodig tussen de verschillende disciplines, alle ideeën moeten voor iedereen duidelijk en uitvoerbaar zijn. Hierbij hoort ook dat technici soms op de rem moeten trappen en de regisseur moeten informeren dat bepaalde ideeën niet, of alleen op een andere manier mogelijk zijn.

Zo zegt Oerlemans, die vroeger mee heeft gewerkt aan voorstellingen bij DeLaMar Producties, dat een technicus altijd met een praktische blik moet kijken naar de plannen die op tafel liggen: ‘Dan ben ik wel heel realistisch in wat kan en niet kan […] En dat wordt vaak vergeten, want als je de kaders niet aangeeft, dan krijg je meestal een heel chaotisch proces. Dan is al het geld op, of de verwachtingen zijn te hoog of je kan iets niet waarmaken. Beter als je dat van tevoren natuurlijk al door hebt in plaats van halverwege.’

Wanneer technici niet de taak hebben gekregen om licht- en geluidsplannen te maken, omdat die door bijvoorbeeld een scenograaf worden gedaan, komen ze later in het proces aan bod om de gemaakte ontwerpen uit te voeren. Dit gebeurt voornamelijk tijdens de montageperiode. Die is meestal aan het einde van het maakproces, wanneer alles is bedacht en alle repetities zijn geweest. De voorstelling verplaatst zich dan van de oefenstudio naar een theaterzaal. Dit is het moment dat de lampen worden opgehangen, de enscenering wordt getest en de overgangen tussen scènes worden geprogrammeerd. Licht, geluid en bewegende decorelementen worden aan elkaar gekoppeld, waardoor alles met een goed getimede druk op de knop precies doet wat het moet doen. Hiervoor hebben technici vaak kort de tijd. Ze moeten hun taken precies en efficiënt uitvoeren. Bij productiehuis Frascati krijgen technici daar ongeveer een week voor, zegt Zegwaard, maar volgens Hartendorf moeten technische teams het bij andere theaters soms in twee dagen voor elkaar krijgen.

Hartendorf gaat verder in op de efficiëntie en moderniteit van de Nederlandse theatertechniek. Zo heeft Carré veel technische snufjes en ook in Theater Delamar, beaamt Oerlemans, zijn ze constant bezig met vernieuwen en moderniseren. Scherpere lampen, betere akoestiek en verdere verduurzaming: technici proberen altijd kwalitatief te verbeteren. Ook op het gebied van digitalisering heeft de theatertechniek flinke stappen gezet. Het beroep bestaat niet alleen maar uit lampen ophangen en decor opbouwen, maar vereist nu ook programmeringskennis en IT-werk van de technici. De licht- en geluidstafel zijn samengesmolten tot een geavanceerd computerprogramma. Dit heeft zeker voordelen, omdat technici zo in staat zijn grensverleggende ensceneringen neer te zetten, maar het heeft ook nadelen. Zo zegt Zegwaard: ‘Het is ook wel weer fragieler. Als dat ding crasht, ben je ook alles kwijt.’

Omdat de theatertechniek in Nederland van zo’n hoog niveau is, kan niet elke technicus zomaar achter de knoppen zitten en een voorstelling goed begeleiden. Alleen de technici die meewerken aan het maakproces, kennen de voorstelling en haar timing op hun duimpje. Dit geldt ook voor de voorstellingen van Frascati, zo beschrijft Zegwaard: ‘Want het is natuurlijk de technicus die haar draait hier in huis, die kent die voorstelling als enige.’ Om die reden gaan technici mee op tour, een van de meest slopende aspecten van het beroep. Zeker vroeger, toen er minder regels en wetgevingen waren in de theaterwereld. ‘Ik weet nog dat ik tours deed, begin jaren 90, eind jaren 80. Vijf dagen was je weg, je start om tien uur met bouwen, je komt ’s nachts om twaalf uur terug, en dat deed je vijf keer en dan had je twee vrije dagen. Één dag was het bijslapen, de andere dag wasjes draaien, boodschappen, en dan ging je weer’, zo beschrijft Zegwaard. De lange dagen zijn sinds die tijd ingekort en werkgevers moeten zich nu aan strenge regels houden. Maar theatertechniek is nog steeds geen luizenbaantje, technici blijven de eerste die aankomen en de laatste die weggaan.

Naast de lange uren is het ook een beroep met een hoge werkdruk. Zeker bij ontvangende theaters, waar elke avond een andere voorstelling getoond wordt, is het aan de technici om snel en efficiënt te werken om op tijd de deuren van het theater te kunnen openen. Oerlemans: ‘Het komt weleens voor dat we het avondeten over moeten slaan en echt door moeten werken om te zorgen dat het doek op tijd open kan. Dat heeft met name vaak met storingen te maken […] of een gezelschap dat zijn zaken niet goed op orde heeft, dat komen we ook tegen.’ Wel beamen de technici van de verschillende theaters dat de steun van het team erg helpt. Ook verschilt het takenpakket van technici van dag tot dag waardoor eventuele druk niet lang aanhoudt: ‘Als je stress hebt; is het de volgende dag weer wat anders’, aldus Hartendorf.

De werkdruk die technici ervaren komt niet alleen door het beroep zelf, maar ook door de grote tekorten waar de theatertechniek mee te kampen heeft. In de laatste jaren blijven er steeds meer vacatures voor theatertechniek openstaan. Op de vraag waar deze ontwikkeling vandaan komt, beantwoorden zowel Zegwaard als Hartendorf dat de lockdowns ten tijde van het coronavirus een grote impact hebben gehad op de theaterwereld. Hartendorf beschrijft hoe de sector volledig dicht was. ‘Er kon helemaal niets. Er waren heel veel zzp’ers die allemaal buiten de boot vielen, dus die gingen allemaal naar een andere branche toe. Dus als je dan naar een baan gaat van negen tot vijf met bijna hetzelfde salaris, of misschien nog iets meer… dan stap je niet zo snel terug.’ 

Volgens Oerlemans komt de afnemende stroom van theatertechnici doordat de passie voor theater bij veel jonge mensen minder is geworden. Theater is aan het vergrijzen. Niet alleen het publiek, maar ook de mensen achter de schermen. Wat ook niet meehelpt is de institutionalisering van de theatertechniek. Zegwaard beschrijft hoe beginnende technici vroeger vooral van elkaar leerden en leerden door te doen, maar nu zijn jongeren bijna genoodzaakt een opleiding te volgen voordat ze ergens aan de slag kunnen. Als jongeren er dan voor kiezen om een opleiding zoals Podium- en evenemententechnicus te volgen, gaan de meeste vervolgens de festivalkant op, zo zegt Oerlemans.

Maar zelfs met de lange uren en onregelmatige roosters zit er nog steeds heel veel liefde en passie in het vak. Zo vertelt Zegwaard uitgebreid over hoe mooi het is om een concept van een maker tot leven te brengen: ‘Een maker heeft een idee– “ik wil over dit onderwerp een voorstelling maken”– en dat je dan met het hele proces, van beginidee tot het eind creatie, meegroeit.’ Ook vindt hij de veelzijdigheid van het beroep een erg grote plus. Voor Oerlemans is de live belevenis en de spanning die daarbij komt kijken een van de hoogtepunten van zijn baan. ‘Je kan het maar één keer doen, je kan het maar één keer goed doen.’ Ook de live reactie die techniek oproept uit de zaal, de energie van het publiek, is volgens Oerlemans ‘echt genieten’.

Theatertechniek is dus een vakgebied met veel variatie, van programmeren tot schroefjes aandraaien, een technicus moet het allemaal weten en kunnen. Daarnaast moet iemand in het vak ook mee kunnen groeien met de snelle ontwikkelingen waar het beroep onderhevig aan is. Theatertechniek blijft zichzelf altijd verbeteren. Het is hierdoor dat de grootse ideeën van regisseurs en producenten werkelijkheid kunnen worden, waardoor er prachtige voorstellingen op het toneel komen te staan. Techniek houdt de theaterwereld draaiende, of in ieder geval goed belicht.

Tekst Hannah Born, beeld Winonah van den Bosch

Plaats een reactie