Een zeer kleine geschiedenis van een heel groot podium

Tekst /// Sonja Buljevac Beeld /// Jolan Lammertink

We leven in een tijd waarin we overspoeld worden met vermaak. Op Pathé Thuis, Netflix en Videoland springen nieuwe series en films als paddenstoelen uit de grond; YouTube is een oneindig zwart gat van amusement – elke malloot met een microfoon maakt een podcast over zijn obscure hobby’s of visie op spiritualiteit – en voor degenen die écht back to basics willen bestaat er altijd nog zoiets als een boek. Kortom: meer dan genoeg redenen om op je bank te blijven liggen. Maar voor wie na deze lockdown toch weer een keer de benen wil strekken, is er natuurlijk nog één vorm van ultiem, live entertainment: het theater.

Tegenwoordig is het misschien moeilijk voor te stellen dat je voor een romantische komedie of dramatische tranentrekker de deur uit moet. Toch is het eeuwenlang niet anders geweest. Als je je wilde verliezen in een verhaal, ging je naar het theater. Voor veel mensen is de schouwburg nu een plek waar je af en toe eens komt; met kerst, de jaarlijkse familiedag of als er toevallig een cabaretier langskomt waar je fan van bent. Maar zeker in ons eigen Amsterdam speelde het theater lange tijd een grote rol in het dagelijks leven, en ook nu is het nog een bruisende plek vol verrassingen.

Het oudste podium van Nederland

In januari 1638 opende de Amsterdamse Schouwburg – toen nog niet aan het Leidseplein, maar aan de Keizersgracht – haar deuren voor het publiek. In zijn boek Podium van Europa onderzoekt Frans Blom, docent aan de Universiteit van Amsterdam, de geschiedenis van de Schouwburg, die de eerste in haar soort was voor het Nederlandstalige gebied. Voor de feestelijke opening creërde Joost van den Vondel, bekend dichter en toneelschrijver, het stuk Gijsbrecht van Aemstel. Misschien heb je je (net als ik) voor je leeslijst op de middelbare school met moeite door dit Oudnederlandse script heen geworsteld, maar destijds was het stuk een ware sensatie. Het bevat meer actie en geweld dan de gemiddelde Spiderman-film van tegenwoordig en werd volgens Blom ‘een lieveling van het publiek en […] het succesvolste repertoirestuk van het Amsterdamse stadstheater’. Misschien toch een gevalletje: bijzijn is meemaken.

Gijsbrecht trok in elk geval een groot aantal bezoekers die tot alle lagen van de samenleving behoorden. Blom zegt dat ‘iedereen die maar een kaartje kon betalen welkom was’, en als die kaartjes beginnen bij vier stuivers per bezoek, is het niet gek dat ook het ‘gewone’ volk massaal de Schouwburg bezocht – natuurlijk wel onder minder luxe omstandigheden dan de rijke burgers. Even ter vergelijking: als je nu naar de Schouwburg aan het Leidseplein wilt, betaal je al snel € 45 voor een kaartje, hoewel je als student gelukkig flinke korting krijgt. In kleine theaters kun je een voorstelling bijwonen voor aanzienlijk minder geld, maar zo toegankelijk als het theater toen was, is het nu helaas niet meer.

Wie op zoek was naar een liefje, hoefde slechts een tactische avond uit te kiezen om de schouwburg te bezoeken.

In de zeventiende eeuw was het theater namelijk niet alleen een plek om je culturele horizon te verbreden, het was ook een broedplaats voor opbloeiende romances. Wie op zoek was naar een liefje hoefde slechts een tactische avond uit te kiezen om de Schouwburg te bezoeken. Blom beschrijft hoe uitvoeringen van romantische stukken ook de romantiek in de zaal aanspoorden, want ‘het spel op het toneel bespoedigt het spel in de werkelijkheid’. Mocht je liefdesleven dus stokken na eindeloze wandeldates met snel afkoelende koffie-to-go in je hand: probeer het theater eens!

Actie en reactie

De originele Schouwburg aan de Keizersgracht was dus een belangrijk element in het stedelijke leven van de zeventiende en achttiende eeuw. Maar de Amsterdamse Schouwburg zoals we die nu kennen, aan het Leidseplein, werd pas in 1894 geopend, nadat het pand aan de Keizersgracht meermaals afbrandde.

Een tijdlang bleef het in de Nederlandse theaterwereld relatief rustig, maar na een aantal decennia blijkt dat cultuur en maatschappij onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Steeds meer jongeren begonnen zich in de jaren 60 af te zetten tegen het heersende gedachtegoed van de oudere generatie en de studenten aan de Amsterdamse Toneelschool waren hierop geen uitzondering. Ze vonden het theaterlandschap te elitair en verweten acteurs dat zij ‘zonder maatschappelijke inzet’ speelden, rapporteert het Limburgsch Dagblad in januari 1970. De jonge generatie wilde artistieke vrijheid, ruimte voor experimenten en wilde politiek engagement op het toneel zien. In 1969 startten ze hiervoor een ludiek protest: Aktie Tomaat. De boze studenten schaarden zich in het publiek van verschillende voorstellingen, en als die te stoffig of ‘bourgeois’ aandeden, werden de acteurs bekogeld met rotte tomaten. Dit fenomeen beperkte zich niet tot Amsterdam, maar verspreidde zich ook naar steden als Den Haag, waar – geheel in het kader van artistieke vrijheid – met rotte eieren werd gegooid.

Hoe bizar dit protest ook lijkt, het had wel effect. In 1970 werd de actie opgeheven en in de jaren daarna ontstond er steeds meer ruimte voor kleine, experimentele theatergezelschappen. Ook de overheid luisterde naar het protest – blijkbaar kon dat toen nog – en richtte in 1965 het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk op waarmee ze cultuur toegankelijker wilden maken voor een breed publiek.

The show must go on

Het zal niemand ontgaan zijn dat theaters, net als andere culturele instellingen, het vooral de afgelopen jaren zwaar te verduren hebben gehad. Waar de Theaterkrant in 2019 rapporteerde dat theaterbezoeken in het voorgaande jaar juist met acht procent waren toegenomen, betekenden de coronajaren 2020 en 2021 een ramp voor de hele culturele sector. Met name de schrikbarend lage waarde die de overheid aan cultuur toekent is aan het licht gekomen. Toen zo’n zeventig theaters op 19 januari van dit jaar hun zalen beschikbaar stelden als kapsalon om te protesteren tegen de coronamaatregelen waarin cultuur continu het onderspit delft, stond handhaving in no time op de stoep. Terwijl een jaar eerder mocht een menigte voetbalfans in Deventer ongestraft hossen en brullen, omdat de burgemeester op voorhand al aangaf niet in te zullen grijpen.

Gelukkig voor makers en toeschouwers mogen de schouwburgen sinds de nieuwste versoepelingen weer open. Maak dus eindelijk gebruik van je studentenkorting en ga eens naar een voorstelling. Wie weet hou je er nog een leuke date aan over.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s