Stijlvol engagement

Door Sanne Broekhuis, Beeld: Rosa van Triest

REGELMATIG KLINKT EEN OPROEP VOOR MEER ENGAGEMENT IN ROMANS, STANDAARD GEVOLGD DOOR EEN DISCUSSIE OVER VORM VERSUS INHOUD. TIJD OM HET OM TE DRAAIEN: WAT BIEDT DE ROMAN HET ENGAGEMENT?

Een ‘mooi boek’ schrijven was niet zijn doel, een geslaagde roman evenmin. Eduard Douwes Dekker wilde met Max Havelaar (1860) ontsluieren, wakker schudden, roering brengen. Teleurgesteld was hij dan ook, toen critici het werk in de eerste plaats bejubelden om zijn literaire klasse en weinig oog hadden voor waar het de schrijver om ging: de uitbuiting van de inheemse bevolking in Nederlands-Indië. Hij had maatschappelijke en politieke verandering willen bereiken, revolutie en ja, zijn eigen eerherstel, maar allerminst een literaire lofzang. Waarom dan een roman?

P1100488

Terugkerend tumult

Eens in de zoveel tijd klinkt de oproep voor meer maatschappelijk engagement in de literatuur. In 1981 spoorde schrijver en literatuurwetenschapper Ton Anbeek aan tot meer ‘straatrumoer’ en actualiteitsbeschouwingen in de Nederlandse roman. Recenter is het Thomas Vaessens, UvA-hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde, die de bel stevig luidt. In zijn boek De revanche van de roman (2009) rekent hij af met het ‘humanistisch modernisme’ en het ‘relativistisch postmodernisme’, ofwel met het elitisme en de afstandelijke ironie. Literatuur gáát weer ergens over, betoogt hij, dat zie je aan recente romans van schrijvers als Arnon Grunberg, Leon de Winter en Charlotte Mutsaers. De roman als zuivere kunstvorm, l’art pour l’art, heeft zijn beste tijd gehad. Critici zouden zich niet langer moeten buigen over de vraag hoe een boek is geschreven, maar waar een boek over gaat.

Wie de bel zo trefzeker aanzwengelt, wie de diep verankerde opvatting van de roman als kunstvorm zo stellig durft uit te dagen, kan een krachtige symfonie terugverwachten. Die is er geweest. ‘Een aanfluiting’, noemde Arie Storm het revancheboek in De Groene Amsterdammer (april 2009), een eindoordeel dat hij toedicht aan Vaessens’ gebrekkige onderzoeksvaardigheden en simplistische theorievorming. In Trouw (juli 2013) zette Joost van Velden het boek te midden van twee opvattingen, die van schrijver en literatuurcriticus Rob Schouten en Suzanne Holtzer, hoofdredacteur literatuur van De Bezige Bij. Schouten herkent de tendens die Vaessens beschrijft, en geeft aan eveneens sterk de indruk te hebben dat de behoefte aan relativering en ironie voorbij is. Het ‘waardevrije’ dat de romans in het tijdvak van Hermans en Mulisch volgens hem kenmerkte, ziet hij nu onder druk staan. Holtzer gelooft niet in een dergelijke verschuiving: ‘Is De aanslag geen geëngageerd boek dan? En Het verdriet van België? Is dat geen roman die iets zegt over de tijd van Claus?’ Volgens haar is vooral de manier waarop we naar romans kijken veranderd; die zou tegenwoordig vrijwel volledig gericht zijn op het onderwerp, en nauwelijks meer op het literaire, op de esthetiek. ‘Een slechte ontwikkeling’, noemt ze dat.

We kunnen een hele Babel volschrijven over deze discussie, maar die heeft haar hoogtij al gevierd. Feit is dat vorig jaar grote literaire prijzen zijn uitgereikt aan maatschappelijk geëngageerde romans, waaronder De tolk van Java (Libris Literatuur Prijs) en De mensengenezer (ECI Lezersprijs en ECI Literatuurprijs). En ook dit jaar vertoonden de genomineerden voor de Libris Literatuur Prijs een sterke verbintenis met de maatschappij. De uiteindelijke winnaar, Wees onzichtbaar van Murat Isik, werd onder meer geroemd om de wereld die het boek opent; een wereld van het migrantenbestaan in de Bijlmer, die velen alleen maar kennen uit de media.

Feit is echter ook, zo constateert Jann Ruyters in Trouw (juni 2018), dat de shortlist van de ECI Literatuurprijs twee jaar geleden nog hoofdzakelijk uit naar binnen gekeerde ‘kunstenaarsromans’ bestond, met als winnaar Martin Michael Driessens Rivieren: een bundel van drie verhalen over thema’s als het kunstenaarschap, alcoholisme, seksualiteit, dood en liefde. Engagement lijkt, kortom, in golfbewegingen te komen en te gaan. Oeverloos praten over de zegen of vloek van engagement in romans is daarom helemaal niet zo interessant.

Modern engagement

Veel zinvoller is het om na te gaan wat engagement nu eigenlijk precies is, en op welke wijze de roman als hulpmiddel kan dienen om daar invulling aan te geven. Als er iemand is die met deze beide vragen is begaan, dan is het Louise Fresco. Met haar uiteenlopende functies van onder meer (roman)schrijver, landbouw- en voedseldeskundige en voorzitter van Wageningen University & Research staat zij als geen ander met het ene been in de literatuur en het andere in de maatschappij. En mooier is nog: ze ziet deze werelden niet als gescheiden, maar als onderling verweven.

In januari dit jaar kwam De idealisten uit, het derde deel van haar losse romandrieluik over engagement en idealisme; thema’s waar ze zich al van jongs af aan mee bezig houdt en die in al haar werken terugkomen. De idealisten speelt zich af in het fictieve dorp Akuchi in West-Afrika, waar de Zwitserse dokter Benjamin Marcus uit idealisme naartoe is vertrokken. Bij een afgelegen missiepost heeft hij een medische kliniek opgericht, die hij samen met de zusters en de jonge, gehandicapte en blinde dorpsbewoner Ndidi runt. Gedurende het verhaal, dat zich voltrekt in anderhalve dag en vooral bestaat uit flashbacks, omvangrijke gedachtestromen en geanimeerde dialogen, begint de dokter steeds meer te twijfelen aan de zuiverheid en het effect van zijn wetenschappelijke aanpak.

Het boek is kenmerkend voor Fresco’s benadering van engagement en idealisme, die zich vormt rondom twijfel zaaien, complexiteit belichten en voorbij de actualiteit geraken. Aan Babel legt ze uit: ‘Het is niet zo van gaat allen naar Afrika en doe iets goeds. Nee, het heeft veel meer te maken met: wat ís nu eigenlijk engagement? En de boodschap is dan dat je daarover moet nadenken.’ Op de vraag waarom ze daarvoor de romanvorm heeft ingezet, antwoordt ze: ‘Ik geloof dat fictie nodig is om deze onderwerpen te bespreken. De kracht van een roman is dat je veel meer ambivalentie en complexiteit kunt uitdrukken dan in bijvoorbeeld een essay. Je kunt er een soort gelaagdheid in aanbrengen.’

Door verschillende personages op te voeren heeft Fresco de meerduidigheid van de thematiek weten te belichten: ‘Ik heb een aantal polen tegenover elkaar willen zetten, die heb ik gekoppeld aan personen. Maar ik heb van niemand een karikatuur willen maken, dat zou te makkelijk zijn. Elk personage laat je twijfelen op een bepaald punt.’ Haar opvattingen doen denken aan die van Dostojevski, de schrijver die geloofde in de mogelijkheid van perfectie, maar niet in een eenduidige en apodictische benadering ervan. Door (innerlijke) dialoog en meerstemmigheid in zijn romans stelde hij elke overtuiging ter discussie – niet in de laatste plaats die van hemzelf.

Fresco vormt met haar benadering van engagement geen uitzondering. In een discussie in HP De Tijd (2009) klinken gelijksoortige geluiden van de schrijvers Bas Heijne, Christiaan Weijts en Maxim Februari. Allen verwerpen de moraal in de roman, en omarmen het onderzoekende en democratische. Toch heeft engagement in literatuur niet altijd deze vorm aangenomen, bij lange na niet. Max Havelaar was heel andere koek: niets nuance en beschouwing, maar eenstemmigheid, scherpte en activisme. In veel romans van de 18e en 19e eeuw berustten ideeën op rechtlijnige, dikwijls religieus of moralistisch getinte werkelijkheids- en waarheidsbeelden. En de sociaal-realistische romans die in Nederland rond 1930 opbloeiden wilden in de eerste plaats een dwarsdoorsnede van de maatschappij en haar problematiek tonen; de opgevoerde dorpsbewoners vormden niets meer dan het sociale decor.

Handig instrumentarium

In feite vormt de roman, net als elke andere kunstvorm, altijd een (impliciete) uiting van de heersende ideologieën – in elk geval kan hij zich niet onttrekken aan de context waarin die tot stand komt. En op zijn beurt beïnvloedt de roman deze context weer. Onderling verweven, de literatuur en maatschappij. In die zin is Het verdriet van België inderdaad evengoed geëngageerd. Misschien moeten we denken in termen van een continuüm: van onbewust naar bewust engagement. Van het laatste is sprake als de schrijver als doel heeft om maatschappelijke verandering te bewerkstelligen, subtiel en genuanceerd via ons denken of in directere, meer activistische zin.

Modern engagement is niet verkondigen, maar openbreken. Twijfel zaaien en uitdagen. Stimuleren tot nadenken, tot dieper en weidser duiken. De roman kan vervolgens als vorminstrument dienen om deze doelen te bereiken. Zo bezien is er geen reden om te vrezen voor de inhoud of de vorm. Fresco vertelt over het esthetische plezier dat ze haalde uit de natuurbeschrijvingen, en tegelijkertijd benadrukt ze het functionele element ervan: ‘De natuur is ook de drager van de ideeën, namelijk tegenover de mens: de natuur gaat altijd door. Het esthetische, het literaire, én de drijvende kracht van de ideeën liggen voor mij heel dicht bij elkaar. Als het goed is, versterkt het elkaar.’

Murat Isiks Wees onzichtbaar werd niet alleen geprezen om de wereld die het opent, maar ook om de ‘directe, meeslepende stijl’, ‘scherp gefocuste hoofdstukken’, ‘krachtige details’ en ‘treffende observaties’. En Douwes Dekker bereikte naast de literaire sterren uiteindelijk toch werkelijk invloed op de Nederlandse koloniale politiek. Een vruchtbare combinatie, die vorm en inhoud. Nu is het aan ons om die te erkennen en waarderen.