Het beloofde land laat zijn sporen achter

Door: Vincent Kupers

De filmmaker Wout Malestein (1983) keerde terug naar zijn geboortegrond voor de persoonlijke documentaire Het beloofde land. In deze film weet hij het karikaturale beeld van het dorp Bunschoten-Spakenburg zorgvuldig onderuit te schoffelen. Wat motiveerde hem om dit verhaal te vertellen en hoe is het om op te groeien in een gesloten gemeenschap?

Malestein had vanaf zijn achtste levensjaar al de aspiratie om filmmaker te worden. Hij wist dat Bunschoten-Spakenburg dit niet ging faciliteren en ging op zijn achttiende de wijde wereld in om zijn droom waar te maken. Ik zoek hem op in zijn huidige woonplaats Amersfoort, een stad die maar twaalf kilometer is verwijderd van zijn geboortedorp.

Voordat het gesprek goed en wel begonnen is, gaan de gedachten van Malestein al uit naar het vissersdorpje. ‘We hadden natuurlijk ook in Bunschoten-Spakenburg kunnen afspreken.’ Deze uitspraak blijkt toch vooral een roekeloze ingeving te zijn. ‘Ik ben bang dat het weinig zal toevoegen aan het interview,’ vertelt hij. Volgens hem geeft de documentaire al een veelzijdig beeld van het dorp en daarnaast zijn er maar een paar locaties die in het oog springen. In een enkele zin vat hij het dorp samen: ‘Naast de haven en de voetbalvelden bestaat het dorp voor 80 procent uit twee-onder-een-kapwoningen – dat is een beetje hoe het eruit ziet’. Al vrij snel bekruipt me het gevoel dat we er goed aan gedaan hebben om te kiezen voor efficiëntie en af te spreken in een café op loopafstand van station Amersfoort.

 

Gedoemd om te mislukken

Malestein maakt met zijn film Het beloofde land zijn serieuze debuut in de Nederlandse documentairewereld. Na een lange tijd opgesloten te hebben gezeten op een willekeurig zolderkamertje om te werken aan het script, kon hij eindelijk de artistieke leiding nemen bij de productie van zijn eigen film. Hij heeft het idee van de documentaire een lange tijd bij zich moeten dragen, maar volgens hem was dat het absoluut waard.

De documentaire vertelt het persoonlijke verhaal van Marijn en zijn vriendin Gerdien. Zij verruilden Bunschoten-Spakenburg vijf jaar geleden voor de stad. Hun relatie was goed, maar door verschillende opvattingen over het wonen in een dorp of een stad, zijn ze met pijn in het hart uit elkaar gegaan. Marijn voelde zich buitengesloten in de stad en voor Gerdien was het precies andersom.

Marijn had het gevoel dat hij niet gezien werd in de stad. Hij verlangde naar zijn vrienden, familie en de dorpsgemeenschap: een plek waar hij onderdeel was van een groter geheel. Gerdien ervoer de gesloten dorpsgemeenschap als beklemmend en was inmiddels al verliefd geworden op de anonimiteit van de stad. Door de tegenstrijdige toekomstvisies ging het koppel een sombere toekomst tegemoet. Bij elkaar blijven zou betekenen dat één van de twee doodongelukkig zou worden. Het onvermijdelijke gebeurde: ze gingen uit elkaar.

 

Het Spakenburg van Malestein

De jonge filmmaker bracht zijn jeugd door op een boerderij in Bunschoten-Spakenburg. Hij was de jongste in een gezin van vier jongens. Omdat hij nu eenmaal het laagste stond op de ontologische trap, was hij vaak het haasje tijdens de stoeipartijen, vertelt Malestein. Door een overvloed aan het mannelijke geslacht in het gezin heerste er een bepaalde machocultuur. Dit kwam volgens hem naar voren in de posterkeuze in de slaapkamers van de jongens. Op de muren hingen posters van de bokser Rocky Balboa, de hoofdrolspeler in de legendarische film Rocky. In deze filmklassieker is Rocky voortdurend op zoek naar erkenning en respect, iets waar de jongens misschien ook naar verlangden. Ondanks dat Malestein vaak aan het kortste eind trok, voelde hij zich op zijn gemak in het dorp. ‘Het was veilig, voorspelbaar en overzichtelijk, en absoluut een fijne omgeving om in op te groeien.’

Op een bepaald moment kreeg Malestein de drang om ‘buiten de lijntjes te kleuren’ en ervoer hij hetzelfde beklemmende gevoel als Gerdien. In het gezin werd deze behoefte openhartig ontvangen door zijn moeder: ‘Mijn moeder heeft altijd tegen mij gezegd dat ik geen schaap moest zijn.’ Malestein vertelt dat zij hem indirect de boodschap gaf dat het verstandig zou zijn om op een gegeven moment het dorp te verlaten. Hij wilde filmmaker worden, maar Bunschoten-Spakenburg was geen vruchtbare bodem om deze ambitie na te jagen.

In zijn achttiende levensjaar besloot hij de boodschap van zijn moeder op te volgen: ‘Met een groepje jongeren verliet ik Bunschoten-Spakenburg om te gaan kraken in Amersfoort. Daar begon ik met de opleiding Fotonica aan het Technisch College Ede.’ Toen hij de opleiding had afgerond overleed zijn broer. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld bij Malesteins keuze om de creatieve kant op te gaan: ‘Mijn broer moedigde me altijd aan om filmmaker te worden; door zijn overlijden leek het me goed om even rust te nemen’. In deze periode vertrok Malestein naar Mexico om te reizen: ‘iets wat men tegenwoordig een tussenjaar noemt’. Deze fase heeft haar vruchten afgeworpen – Malestein herpakte zich en zette zijn droom door aan de Hogeschool van de Kunsten in Utrecht (HKU). ‘Ik wilde doorgaan met films maken, maar ik moest mezelf even resetten.’

 

Tegen de stroom in

Nadat Malestein zijn opleiding had afgerond aan de HKU, ontstond het idee om een film te maken over het karikaturale beeld van een kleine gemeenschap. Om zich te laten inspireren schakelde hij zijn jeugdvrienden uit Bunschoten-Spakenburg in: ‘Ik heb met mijn vrienden gezeten en geluisterd naar hun verhalen, hierdoor wist ik van de bijzondere relatie tussen Marijn en Gerdien.’ Volgens hem was deze relatie een interessant uitgangspunt om zijn verhaal mee te verbinden. Marijn en Gerdien hebben een verschillend beeld van Bunschoten-Spakenburg, die in de documentaire worden uitgelicht. Op deze manier geeft Malestein twee visies over het dorp nauwkeurig weer, zonder partij te kiezen. Volgens hem was dit een van de belangrijkste redenen om de film te maken.

Malestein was daarnaast ook geïnteresseerd in het verhaal van Marijn, omdat hijzelf had gekozen voor de tegenovergestelde richting. De redenen waarom hij terugkeerde naar het dorp, waren voor Malestein de redenen om het dorp te verlaten. Marijn miste het groepsgevoel, het gevoel waar hij zich juist aan stoorde. Hij vertelt dat het voor hem slecht voelt om niet de verantwoordelijkheid te nemen als individu en te schuilen achter het woord van de groep. ‘Groepsdenken tast mijn individualiteit aan en daar kan ik heel moeilijk mee omgaan.’

De terugkeer naar een dorp is volgens hem een onderbelicht onderwerp in de Nederlandse filmwereld: ‘Het is minder interessant om een documentaire te maken over iemand die van een dorp naar een stad verhuist, dat is al zo vaak gedaan.’ Door dit verhaal te vertellen wordt het karikaturale beeld over jongeren in een dorp getackeld, vindt Malestein. Volgens hem worden ze gezien als een groep die zich koste wat het kost probeert vast te houden aan tradities en minder ruimdenkend is dan jongeren in de stad. ‘Dit beeld kan mede komen door een bepaald cynisme onder de jongeren; het is belangrijk om door dit cynische schild te kijken om te zien wat er werkelijk wordt gezegd.’

 

Het dorpse cynisme

Malestein voelt zich meer thuis in de stad, maar is in de loop der jaren wel gaan inzien waarom mensen hun geluk vinden in Bunschoten-Spakenburg. ‘In eerste instantie kon ik het moeilijk begrijpen dat mijn vrienden daar bleven wonen, maar nu begrijp ik het beter.’ Volgens Malestein heeft dit te maken met een drang naar overzicht, voorspelbaarheid en rust. ‘Zij willen contact blijven houden met hun wortels, terwijl mijn persoonlijkheid juist aangeeft dat ik mijn wortels achter me wil laten en op avontuur wil gaan.’

Elk jaar zoekt hij zijn jeugdvrienden op om af te reizen naar het festivalterrein van Lowlands. Daar vertelde Malestein voor het eerst aan zijn vrienden dat hij bezig was met de documentaire, een belangrijk moment in zijn carrière. Het antwoord was: ‘Betekent dit dat je nu eindelijk werk hebt?’ Volgens hem is deze opmerking een schoolvoorbeeld van het dorpse cynisme. Hij heeft inmiddels een schild gebouwd voor dit soort opmerkingen en prikt er moeiteloos doorheen. Ze zeggen: ‘Wat leuk voor je, maar ik ga je niet omhelzen.’ Hij vindt het ergens ook wel weer aandoenlijk. ‘Het lukt ze niet om zich kwetsbaar op te stellen door bijvoorbeeld te zeggen dat ze het tof voor me vinden.’

 

Het moment van de waarheid

Er wordt geen eenzijdig beeld gegeven in Het beloofde land. Door verschillende perspectieven uit te lichten, weet Malestein een weloverwogen indruk te geven van Bunschoten-Spakenburg. In eerste instantie vreesden de Spakenburgers voor een film waarin een eenzijdig beeld werd neergezet, maar het tegendeel bleek waar te zijn. Malestein vertelt tevreden dat hij vooral positieve reacties heeft ontvangen van de Spakenburgers. Zijn jeugdvrienden vonden de film ook ‘mooi’ en lachten voornamelijk om hun eigen grapjes.

Wel had een handjevol Spakenburgers moeite met de ‘gestileerde beelden’ van de vrouwen in klederdracht. Volgens Malestein heeft hij dit zo neergezet om te illustreren hoe Gerdien Bunschoten-Spakenburg ziet. ‘Ik heb het in mijn hoofd zo glashelder mogelijk proberen neer te zetten, maar helaas begrijpt niet iedereen de strekking van de film.’ Malestein blijft realistisch en vertelt dat hij nooit iedereen tevreden kan stellen: ‘Als iedereen het een goede film vindt, heb ik iets fout gedaan.’

Wout-Peter Malestein (1983) studeerde in 2014 af aan de opleiding Audiovisual Media aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Hij heeft zijn debuut gemaakt met de documentaire Het beloofde land. De film is onder andere te zien op NPO Start.