Alleen met het grootste gemak gooit men het in de afvalbak

Door: Cornelis van der Plas
Beeld: Elianne Koolstra

Hoe pas je creativiteit en psychologie toe op gemeentelijk afvalbeleid? Babel spreekt deze maand in Uitgelicht met Daan Goppel, projectleider bij de gemeentelijke afvalverwerking van Amsterdam. Hij weet in zijn werk, door middel van psychologische duwtjes in de rug, mensen beter hun vuilnis te laten verwerken – zelfs zonder dat ze dat door hebben!

Schermafbeelding 2018-12-19 om 14.15.03

Op het eerste gezicht klinkt afvalverwerking niet heel spectaculair, maar Daan weet al gauw uit te leggen waarom het wel boeiend is: ‘Het leuke aan afval is dat het over de hele wereld een probleem is, maar altijd op microniveau wordt aangepakt. Je hebt communicatie nodig om bewoners van een stad hun eigen troep te laten scheiden. En dit geeft me de mogelijkheid om, als ik uitgekeken ben in Nederland, ergens anders op de wereld aan het werk te gaan.’

Jakarta

Voordat Daan aan dit project bij de gemeente Amsterdam begon, liftte hij naar Suriname – die ervaring heeft hij in een boek verwerkt. Daarna ging hij ook nog een tijdje naar Indonesië. Het was in de hoofdstad Jakarta waar hij voor het eerst in aanraking kwam met de cultuur waar hij later verliefd op werd. Maar hij zag er ook wat de congestie van vuilnis met een stad kan doen. ‘De stad gaat echt in je zitten. Dan bedoel ik niet alleen de cultuur, maar ook de bacteriën!’, zegt hij lachend.

‘Toen ik daar was ben ik pas gaan inzien wat een probleem slechte afvalverwerking kan zijn. Mensen gooien alles gewoon op straat of verbranden het.’ Eenmaal terug in Nederland wilde Daan iets betekenen voor Jakarta en haar afvalprobleem. Een project is er uiteindelijk niet van gekomen, maar hij kwam zo wel in aanraking met een stichting die vanuit Nederland deze problematiek in de Indonesische provincie Papoea aanpakt.

‘Met deze ervaring ben ik uiteindelijk terecht gekomen bij de gemeente Amsterdam, om hier aan de slag te gaan met het afvalprobleem.’ Daan heeft voor de gemeente Amsterdam een nieuwe papierbak ontwikkeld die je misschien al in het straatbeeld van de stad hebt gezien. ‘Doordat mensen steeds meer pakketjes via internet bestellen, gebeurt het steeds vaker dat kartonnen dozen naast de vuilnisbakken komen te staan. De kleppen van oude bakken zijn meer gemaakt voor krant- en tijdschriftformaat. Nu mensen steeds meer karton van groter formaat moeten verwerken, wordt er al snel gedacht: “dit is een hoop werk. Ik pleur het er wel naast.”’

 

Open deuren intrappen

Volgens Daan is deze gedachte best een logische reactie, gezien mensen van nature zo min mogelijk energie in dagelijkse taken willen steken. Om dit op te lossen is er een ‘interventie’ nodig in de keten van de afvalverwerking. ‘Negentig procent van al onze handelingen komt onbewust tot stand’ zegt Daan, ‘dus ook afval verwerken’. Als je het middel verandert, dan verandert ook de handeling. Iets heel simpels als een bredere klep installeren, helpt mensen al om onbewust beter hun karton weg te gooien.

Naast onbewuste heb je ook bewuste prikkels nodig om mensen te activeren. Je kunt bijvoorbeeld kleuren gebruiken om aan te geven waar wat hoort. Dit kan ook door het gebruik van dikke pijlen of duidelijke plaatjes van figuren die het goede voorbeeld geven. ‘Misschien klinkt het allemaal als een open deur, maar het is belangrijk om mensen rationeel aan je zijde te hebben als je ze iets wilt laten doen. Je moet even het bewustzijn van mensen activeren.’

Heersende normen

Een valkuil bij het ontwerpen van een papierbak is dat je het te betuttelend of te belerend kan maken. ‘Als je een norm communiceert, dan kan dat weerstand oproepen. Mensen voelen zich dan beperkt in hun eigen mogelijkheden. Het wordt over het algemeen als vervelend ervaren als iets of iemand zich met je gedrag bemoeit.’

Daan probeert deze effecten te omzeilen door in te spelen op groepsgedrag. ’De mens is geneigd om zich te verhouden naar anderen binnen hun omgeving. Zo zie je dat er sneller iets naast de container wordt gezet als anderen dat ook doen. Mensen lezen af aan de omgeving wat ze wel en niet kunnen maken’ zegt hij. ‘Je wordt getriggerd om bewust na te denken als ergens een bepaalde norm wordt gedeeld.’

Dit sluit aan op iets wat Daan aan het begin van ons gesprek zei. Hij vertelde een verhaal van een inwoner van Jakarta die een soortgelijke ervaring had als hijzelf. Toen deze persoon in Nederland was werd hij zich ineens bewust van hoe raar het eigenlijk was dat mensen in Indonesië alles zomaar op straat gooiden. Door te zien dat het anders kon, ging hij zich ergeren aan de troep die in zijn eigen land op straat lag. Zo creëren ook de papierbakken van Daan een omgeving die laten zien dat het anders kan – maar vooral makkelijker. Zie het als een duwtje in de goede richting.

Daan Goppel is sinds 2017 projectleider bij verschillende afval-gerelateerde projecten bij de gemeente Amsterdam. Hier is hij bezig met de optimalisatie van inzamelsystemen en het tegengaan van zwerfvuil in de openbare ruimte. Daarnaast schrijft hij ook nog steeds. Zijn recent uitgegeven boek Knalpot, dat sinds oktober in de boekhandel ligt, geeft een inkijk in het veelkleurige leven van verschillende bewoners van Jakarta.