Aan mijn kameraden die het PCH hebben bezet

Door Jan Daalder

Vorige maand bezetten studenten van Humanities Rally het P.C. Hoofthuis. Wat wilden zij precies bereiken en wat ging er daarbij mis? Dit artikel gaat over de gevaren van sektarisme, consensus, gebrek aan politieke analyse, gesloten organisaties en de beeldvorming daarvan.

DSC03162 (1)

Bezet, blokkeer…

Op vrijdagochtend, 28 september 2018, bezette een groep studenten uit Humanities Rally onder de naam Autonome Universiteit het P.C. Hoofthuis. Hun eisen: ‘de integrale implementatie van het diversiteitsrapport’ dat na de bezetting van het Maagdenhuis in 2015 was opgesteld, de ‘dekolonisatie van de universiteit’, de ‘versterking van de universitaire democratie’, de afschaffing van het 8-8-4 systeem, dat een semester in drie blokken van acht, acht en vier weken onderverdeelt, de verlaging van het aantal verplichte toetsmomenten voor studenten, het faciliteren van een staking op de UvA en de terugdraaiing van de recente bezuinigingen en ontslagen op de faculteiten Geesteswetenschappen en Maatschappij- en Gedragswetenschappen.

Deze actie vond plaats aan het einde van de nationale actieweek waarin studenten en docenten de afbraak van het hoger onderwijs bestreden. In Groningen, Nijmegen, Utrecht, Leiden en Maastricht vonden openluchtcolleges plaats, flyer-acties, debatten en hier en daar een zogenaamde banner-drop: het ophangen van een spandoek op een zichtbare, soms op een locatie waar dat strikt genomen niet mag. Sinds de jaren 80 wordt er namelijk stelselmatig bezuinigd op het hoger onderwijs. Voor de studenten betekende dat concreet een stijging van het collegegeld van 200 gulden naar zo’n € 2000 en de afschaffing van de basisbeurs. Dit allemaal bovenop honderden miljoenen aan kortingen op het onderwijs zelf, met overwerkte docenten, volle klassen en lagere kwaliteit onderwijs als gevolg. Soortgelijke maatregelen waren in 2015 al aanleiding voor Humanities Rally om het Maagdenhuis te bezetten, maar daar komen dit jaar nog ongeveer € 200 miljoen aan bezuinigingen bij. Genoeg om boos over te zijn dus.

En er zijn ook veel mensen boos. Behalve de bezetters binnen, was er een relatief grote groep studenten die buiten meedeed aan een sit-in en de eisen van Humanities Rally werden door een groep van wel 150 docenten gesteund.

Opvallend is dat de nadruk bij de eisen van Humanities Rally niet ligt op de financiële problemen of de neoliberale cultuur die eraan ten grondslag ligt. In het manifest wordt die verbreding wel gezocht, maar in de eisenlijst komt die niet terug. Bij de laatste eis worden slechts de ‘recente bezuinigingen’ genoemd. Vooral het diversiteitsbeleid en de dekolonisatie van de universiteit krijgen veel aandacht. Typerend, zo zal straks blijken, was dat de bezetters het P.C. Hoofthuis omdoopten tot het Postcolonial House.

Behalve die focus viel ook veel mensen, journalisten, mededemonstranten (waaronder ikzelf) en omstanders de houding van de bezetters op. Met zwarte bivakmutsen, dichtgeplakte ramen en gebarricadeerde deuren, was er van een open protest weinig sprake. Geert ten Dam, de voorzitter van het College van Bestuur en de burgemeester, Femke Halsema, werden geweigerd aan de deur. Eerst moesten ze het dreigement om de Mobiele Eenheid het gebouw te laten ontruimen intrekken. Of je het nu eens bent met de eisen van de bezetters of niet, was dit nu de manier om hun zin te krijgen?

 

Fuck plaatselijke consensus en lang leve een landelijke beweging. Toch?

Laten we eerst een stap terug doen: wie en wat is Humanities Rally, de groep waar veel van de bezetters deel van uit maken? Deze protestbeweging met leiders noch leden is begonnen in 2014 en in eigen woorden een ‘non-hierarchical, democratic movement’. Zij doen niet aan afgevaardigden en voor elk besluit moet er sprake zijn van volledige consensus van de aanwezigen op vergaderingen. Dit systeem is de bron van veel problemen. Het maakt de besluitvorming traag en zit de doeltreffendheid van de beweging in de weg.

Daarbij is de beweging minder democratisch dan je zou denken. Hoewel er geen formele hiërarchie en machtsrelaties  zijn, is het een illusie dat er geen informele zullen ontstaan. Sterker nog, dat zal altijd gebeuren en het nadeel daarvan is dat de hiërarchie niet transparant en ongrijpbaar is: officieel bestaat die namelijk niet. Ook binnen een beweging met het consensusmodel, zoals Humanities Rally, zijn er informele leiders die buitensporig veel invloed hebben maar daar geen rekenschap over hoeven af te leggen. De informele machtsrelaties zijn gegrond in bestaande sociale relaties die mensen onderling hebben. Vriendengroepen vormen vaak een blok en oudgedienden hebben buitensporig veel invloed.

Dan de traagheid: de zogenaamde general assemblies van de bezetters van het PCH zijn overgenomen van Humanities Rally waar zich geregeld zo’n dertig à veertig mensen bevinden, wier unanieme instemming noodzakelijk is voor elk besluit. Ieder mag zijn zegje doen en dat levert soms problemen op. Zo stond Femke Halsema voor de deur van het P.C. Hoofthuis om daar binnen te praten met de bezetters, maar werd ze geweigerd omdat ze het dreigement van uitzetting niet op voorhand wilde laten vallen. Het was niet mogelijk om hierover te praten omdat er tijdens het telefoongesprek tussen Halsema en een woordvoerder van Humanities Rally geen tijd was voor een general assembly. Het consensusmodel zit hierin ook doeltreffendheid in de weg: er is geen communicatie mogelijk; afgevaardigden van Humanities Rally hebben namelijk geen mandaat.

Behalve de manier van besluitvorming is er nog iets problematisch: het complete gebrek aan politieke analyse. De nadruk ligt tijdens de general assemblies altijd op actievoeren, actievoeren, actievoeren. Er worden zelden discussies gevoerd over waarom actie moet worden gevoerd en welk doel de actie moet hebben. Ook de brede politieke context wordt genegeerd onder het mom van directe actie die zo hard en radicaal mogelijk moet zijn. Als de beweging echt iets wil bereiken moet er juist meer politieke discussie gevoerd worden, een strategie worden bepaald, bondgenoten worden gekozen en doelen worden gesteld. Dan zouden de methoden vanzelf volgen.

Actievoeren op deze manier; zo hard en radicaal mogelijk, leidde ertoe dat Halsema wegliep en de ontruiming doorging.

Bij de interactie met Femke Halsema gebeurde hetzelfde als bij pogingen tot het vormen van een nationale beweging tegen de roofbouw op ons onderwijs.

Amsterdam is namelijk niet de enige stad waar onvrede is over het beleid. In Groningen (Democratische Academie Groningen), Nijmegen (Changing Perspective) en Utrecht (Nieuwe Universiteit Utrecht) verzetten studenten zich ook. De bron van de huidige crisis van werkstress, flexcontracten die niet worden verlengd en het afschaffen van studies, bevindt zich voor een groot deel in de bezuinigingen die door Den Haag worden doorgevoerd. Samen met Humanities Rally een landelijke beweging opzetten is echter lastig. Hun vertegenwoordigers bij deze nationale beweging hebben namelijk, net als in gesprekken met de burgemeester en het College van Bestuur (CvB), geen mandaat. Elk besluit van de landelijke beweging moet door de Amsterdammers worden goedgekeurd waardoor niet alleen Humanities Rally weinig daadkracht heeft maar de landelijke beweging óók. Bovendien lijkt er niet veel sympathie te bestaan voor het idee van een landelijke beweging. De Amsterdammers zijn voor radicaal actievoeren op lokale schaal. Deze eenzijdige blik en obsessie met directe actie van de Amsterdamse beweging is een obstakel voor landelijke solidariteit die zo hard nodig is.

Goed, Humanities Rally kan dus weinig concreet realiseren en zit pogingen om op nationaal niveau iets gedaan te krijgen ook in de weg. Maar hoe zit het dan met de beeldvorming? Publiek draagvlak, dat is toch waar het echt om gaat?

 

Studentenprotesten in de mainstream media

In de media (en dan heb ik het nog niet eens over GeenStijl of De Dagelijkse Standaard) en onder mijn vrienden, leek de boodschap van de bezetters na en tijdens de bezetting niet duidelijk te zijn overgekomen. Ironisch genoeg nam de media de praktijk van Humanities Rally over: de focus van de verslaggeving lag op acties en vorm, niet op inhoud. En daarbij ging het specifiek over de vorm van minder prettige zaken: het feit dat alle Tony Chocolonely’s uit de kantine waren gestolen, dat er vernielingen aangericht waren, dat het pand een nieuwe naam had gekregen, het ‘Postcolonial House’, zonder dat daar een uitleg bij werd gegeven en dat de bezetters in zwarte bivakmutsen het pand als een vesting verdedigden. En natuurlijk, dat is de framing van de media, maar Humanities Rally speelt dit soort berichtgeving wel in de kaart.

Zelfs tijdens de bezetting viel dat laatste al op. Ik hoorde iemand de situatie met een gijzeling vergelijken om daarna op te merken dat iedereen destijds het Maagdenhuis vrij in- en uit kon lopen. Die geheimzinnigheid, die radicalisering stoot veel mogelijke sympathisanten en zelfs bondgenoten af. De bezetting was waarschijnlijk bedoeld als klapper op de vuurpijl van de landelijke actieweek, maar wellicht was een langere opbouw naar een inclusievere, gemoedelijke bezetting met meer studenten en docenten, waarbij daadwerkelijk gepraat kon worden met bestuurders en burgemeesters, een beter idee geweest.

Daar komt nog bij dat, hoewel Humanities Rally voor inclusiviteit en diversiteit strijdt, hun naam dat streven geen eer aan doet: humanities refereert alleen aan geesteswetenschappen! En dat terwijl de bezuinigingen iederéén treffen, ook de bèta’s op Sciencepark en de gamma’s op Roeterseiland. Dit verklaart waarom daar weinig tot geen rode vierkantjes te bespeuren zijn. De naam was bij de oprichting in 2014 veel relevanter (er werd specifiek tegen hervormingen op de faculteit Geesteswetenschappen geprotesteerd) en de naamsbekendheid van Humanities Rally werkt goed in de media. Maar de bezuinigingen houden niet op bij de geesteswetenschappen en deze naam draagt bij aan het neerzetten van de bezetters als radicale, linkse geesteswetenschappers, terwijl er een brede beweging moet worden gebouwd.

Die ontoegankelijkheid, de geheimzinnigheid en het sektarisme van Humanities Rally is een groot probleem in de strijd tegen bezuinigingen en voor diversiteit. Het CvB weet heel slim de bezetters weg te zetten als een stelletje criminelen dat niet wil praten, dat geen oplossingen wil zoeken, dat slechts wil slopen en vernielen en dat ‘inbreekt’ in het P.C. Hoofthuis. Dat doet de beweging geen goed. Welke eerstejaars denkt nu: ‘Ja, dáár ga ik me bij aansluiten’. Er zijn weinig eerstejaars die enthousiast worden van bezettingen omwille van bezettingen en van brede steun zal het dus niet komen. En dus ook niet van echte verandering. Zo helpt Humanities Rally ongemerkt mee aan de verdeel- en heerstactiek van het CvB.

 

Idealen en hoe ze te verwezenlijken

Bij dit soort kritieken hoor je vaak dat er slechts commentaar van de zijlijn wordt geleverd zonder alternatieven voor te dragen. Ik hoop dat dat hier niet het geval is, de noodzaak voor protest is simpelweg te groot om elkaar onnodig vliegen af te vangen.

Zelf ben ik stellig van mening dat er voor echte verandering een breed gedragen gevoel van onvrede, boosheid én mogelijkheden moet zijn. Dat gevoel, of althans de potentie daarvoor, is er nu. Basisschoolleraren kwamen vorig jaar in verzet (POinActie), docenten in het hoger onderwijs dit jaar (WOinActie), mensen in de zorg, buschauffeurs en zelfs bij de politie rommelde het. Elke student die ik heb aangesproken is boos, ofwel over de bezuinigingen, ofwel over het afschaffen van de basisbeurs of de burn-out van hun docenten. Nu is het moment om pragmatisch te zijn, om de eisen zó te formuleren dat zij breed binnen én buiten de universiteit gedragen worden. Daar is nu helaas geen sprake van.

Let wel: te veel pragmatisme is ook niet goed. Natuurlijk zijn radicale bewegingen van grote waarde om meer pragmatische groepen, zoals WOinActie, te beïnvloeden en het discours te verschuiven, maar ook daar is een grens. Die grens ligt, wat mij betreft, niet bij het bezetten van het P.C. Hoofthuis, noch bij een confrontatie met de ME of het eisen van een inclusieve, diverse, democratische universiteit.

Maar soms is het beter als idealen geen prioriteit hebben, maar je je idealen een beetje verhult, naar de achtergrond drijft. Als je iets gedaan wil krijgen moet je soms een beetje pragmatisch zijn; je moet bij het formuleren van je eisen en je methodes de politieke context en uitwerking op tegenstander, bondgenoot én potentiële bondgenoot in ogenschouw nemen. Pas als je in een positie bent om iets gedaan te krijgen, kan je je radicale eisen tevoorschijn halen. Daar mogen deze studenten nog even goed over nadenken.