Alies Pegtel schreef het boek De negen levens van Dilan Yesilgöz, een vurige kritiek op de huidige leider van de VVD. Op zich is daar niets mis mee: op Yesilgöz is van alles aan te merken. Ze omarmde het populisme, flirtte namens de VVD met rechts-radicalisme en zette tegelijkertijd Progressief Nederland weg als gevaarlijke gekken. Toch is het boek onkritisch kritisch, want juist de belangrijkste vragen komen of niet aan bod of worden afgedaan met een schamele alinea.
In opdracht van de VVD schreef Pegtel eerder een biografie over Haya van Someren-Downer, maar toen ze ook haar NSB-verleden wilde belichten, stak het bestuur van de liberale partij daar een stokje voor. Volgens Pegtel is dit kenmerkend voor de partij die een groteske obsessie heeft voor positieve beeldvorming. Discussie wordt gemeden en interne enquêtes onder leden vormen de basis voor beleid. Zelfs op het eerste gezicht heldhaftige beleidsvoorstellen, zoals een vuurwerkverbod, zijn eerst uitgebreid doorgelicht.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste VVD’ers terughoudend waren richting Pegtel om kritisch te spreken over ‘hun Dilan’. Toch is Pegtel geschokt. Uitgebreid en vol nostalgie schrijft ze in haar dankwoord over het begin van de eeuw, toen VVD-Kamerleden haar als journalist gewoon nog te woord stonden zonder ‘angst om uit de school te klappen’. Ik twijfel er niet aan dat de ongekende toename aan woordvoerders, strategen en media-adviseurs het werk van de politieke journalist moeilijker heeft gemaakt, zeker binnen de VVD. Maar dat is geen excuus voor het niet beantwoorden van de interessantste vraag: Wat is de reden van Yesilgöz’ ongekende verrechtsing? Als twintiger werd ze lid van de SP, zette ze zich in voor het lot van de vluchtelingen en was ze vrijwilliger voor GroenLinks.
Beweert Pegtel dan werkelijk dat ook mensen binnen de SP of GroenLinks niet over haar wilden praten? In De negen levens van Dilan Yesilgöz wordt het verhaal van Yesilgöz zelf kritiekloos overgenomen: het slachtofferschap van links beviel haar niet, daarom stapte ze over naar de liberale club. Einde alinea. Maar zoals Patricia Colette in Pegtels boek terecht opmerkt: ‘Ik vind dat ze dat frame uitbuit om te rechtvaardigen dat ze naar de VVD is gegaan.’ Want hoe verklaart Dilan Yesilgöz dan het slachtofferschap binnen haar eigen partij? De VVD gebruikt immers al jaren de vluchteling als bron van alles wat er misgaat in dit land.
Wat levert De negen levens van Dilan Yesilgöz dan wel op? Ten eerste een hoop eindredactionele slordigheidsfouten. In plaats van dat er ‘PVV-minister Faber’ staat, heeft Pegtel het over ‘de VVD-minister’. Verder heeft ze het over ‘disrespectvol’. Dat moet natuurlijk ‘respectloos’ zijn. En sinds wanneer is Martin Bosma kamerlid van de ‘PPV’?
Het boek leest als een collectieve samenvatting van alles wat er in de media is geschreven in de afgelopen twee jaar. Overzichtelijk is dat zeker. En ook ontkom ik er niet aan hier en daar toch nog wat op te steken. Zo wist ik niet dat Yesilgöz dol is op frikandellen. Toch is dit eerder een gebrek aan kennis van mijn zijde dan een journalistieke verdienste van Pegtel. In het programma Een patatje met, waarin Maarten Holla lijsttrekkers in aanloop naar de verkiezingen interviewde, liet Yesilgöz er geen gras over groeien. Bij binnenkomst bestelde ze meteen een frikandel. En daarmee is de cirkel rond. De negen levens van Dilan Yesilgöz laat dezelfde smaak na als dit samenraapsel van afgedankt vlees, de ramsj van de snackbar. Een onbevredigende smaak.
