Het ‘probleem’ van links

Marco Borsato beweerde in een van zijn nummers dat afscheid nemen niet bestaat. Toch blijkt het tegendeel waar. Ik ben pas 22, maar heb al heel wat dingen in mijn leven achter me moeten laten. Denk aan de rookruimte, premier Jan Peter Balkenende en niet te vergeten: Marco Borsato zelf. En wat dacht je van de bruine kroeg? Ook die verdwijnt langzamerhand van het toneel. De snackbar? Idem. De democratie? Die is op z’n retour. En links? Beter gezegd, politiek links? De sociaaldemocratie, het socialisme. De ideologie van ‘samen delen’, ‘de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten’, ‘spreiding van kennis, macht en inkomen’? Die is op sterven na dood. Slechts 47 van de 150 zetels behoren nog aan een linkse partij. En dan ben ik royaal: D66 en Volt meegerekend. Ter vergelijking: in 2012 had links nog 71 zetels. 

Bij de verkiezingen van 2017 stortte het rode imperium officieel ineen. De PvdA zakte van 38 zetels terug naar 9 zetels. ‘Een bittere uitslag’, constateerde toenmalig lijsttrekker Lodewijk Asscher geheel terecht. Sindsdien heeft de partij zichzelf voortdurend de vragen gesteld: ‘Wat gaat er mis? Hoe zorgen we ervoor dat het linkse verhaal weer aanslaat bij de kiezer?’

Al snel constateerde de burgemeester van Breda, Paul Depla, een ‘Ome Harry-syndroom’ binnen zijn partij: de partij was net zoals de denkbeeldige ome Harry betweterig en had kritiek op alles. Daardoor dropen de partijleden volgens hem af. Daarnaast schroomde Depla niet om meer vergelijkingen met de PvdA te maken. De partij was, net zoals de Dire Straits, blijven hangen in oude ‘muziek’ en moest zich eens vernieuwen. En tot slot: ‘We zijn de ouder die tegen een kind vertelt dat trots thuiskomt met een 8 voor Engels, dat het 2 punten beter had gekund. We zijn de partij die het altijd beter weet’, aldus Paul Depla. 

Ondanks deze ontmoedigende woorden gloeide er in de zomer van 2023 weer hoop aan de horizon voor links. Kabinet-Rutte IV was net gevallen. Er kwamen nieuwe verkiezingen aan. De paringsdans tussen GroenLinks en PvdA verliep uitstekend. De gezaghebbende EU-commissaris Frans Timmermans werd verkozen als nieuwe lijsttrekker van het linkse verbond GL-PvdA. Niets stond GL-PvdA in de weg om de ‘swag weer terug te brengen naar Nederland’, aldus Timmermans. Helaas, in november 2023 ging die hoop alsnog ten onder. Nederland kiest voor de beloofde zon van Wilders.

Na de verkiezingen leek het vertrouwen van links abrupt te zijn weggevaagd. Net zoals in 2017 groeide het debat over de ‘toekomst van links’. De een zei: ‘GL-PvdA is niet links genoeg’. Ad Melkert vond daarentegen dat linkse partijen meer aansluiting moeten zoeken bij het midden. Rood Vooruit, een groep bezorgde sociaaldemocraten, was tegen een verdere fusie met GroenLinks. Kamerlid Habtamu de Hoop vond dat de paringsdans juist wel lang genoeg heeft geduurd. Hij stelde: ‘Tijd voor een volledige fusie’.

Eerlijk is eerlijk: ik, Noam Grunfeld, kan de verdeeldheid, het getwijfel en de onzekerheid niet langer aanzien. GL-PvdA is net een klant die in de supermarkt verlamd raakt door de hoeveelheid keuzes in pakjes boter, en na een urenlange twijfel over de keuze tussen de ongezouten, de geklaarde en de 20% minder vet, maar thuiskomt met de margarine. Ja hallo, zo werkt het niet. 

Na een decennium aan twijfel, hopeloos zelfonderzoek en verdeeldheid, is het tijd dat het grootste mysterie van de 21e eeuw wordt opgelost. Zeker nu het kabinet-Schoof is gevallen en we op 29 oktober opnieuw naar de stembus mogen. Hoe wordt links weer de grootste politieke stroming van Nederland? Om hier antwoord op te geven, spreek ik met Marjolein Moorman. Sinds 2018 is zij wethouder van Onderwijs, Jeugd(zorg), Armoede en Schuldhulpverlening in Amsterdam, waarbij ze zich onvermoeibaar inzet voor gelijke kansen in met name het onderwijs. Onlangs werd bekend dat zij na de verkiezingen vertrekt naar Den Haag. Zo staat Moorman op plek 6 van de lijst van GL-PvdA, waarmee ze de hoogste nieuwkomer is binnen de partij. Als je het Moorman vraagt is het linkse verhaal er allang: het gaat om solidariteit. Daarnaast spreek ik met Paul Slettenhaar, wethouder voor de VVD in Castricum. De Volkskrant beschrijft hem als de lokale rechtsbuiten – een titel die Slettenhaar gretig lijkt te omarmen. Want naast wethouder is hij vicevoorzitter van Klassiek Liberaal, een club die er binnen de VVD voor pleit om de partij meer naar rechts te laten opschuiven. Daarnaast komen ook andere politici aan het woord. Zo spreek ik met Jan van Panhuis, lijstrekker van de SGP in Harderwijk en Ronald van T., PVV Statenlid Noord-Holland, die begin maart in het nieuws kwam nadat hij op een klimaatdemonstrant had ingereden. Voor de goede orde: ik sprak hem voor het ‘incident’. Toen heette hij gewoon nog Ronald van Tiggelen.

Op een vroege dinsdagochtend spreek ik met Marjolein Moorman. Haar werkkamer oogt opgewekt. Overal hangen schilderijen, tekeningen. Zo kan een kantoor er dus ook uitzien. Als ik Marjolein – ze staat erop dat ik haar tutoyeer – vraag of ze moedeloos wordt om weer te moeten praten over het probleem van links, hoeft ze niet lang na te denken. Nee, is het antwoord. ‘Omdat ik denk dat links helemaal geen probleem heeft. Dat is een frame.’ Sterker nog: links heeft volgens haar het allerbeste verhaal. ‘Het is mijn richtsnoer, mijn kompas, mijn houvast, zeker in een tijd als deze.’

In haar politieke autobiografie Rood in Wassenaar snijdt ze in rap tempo de problemen van deze tijd aan. De woningcrisis, de toegenomen kloof tussen arm en rijk, de kansenongelijkheid binnen het onderwijs, de verdwenen solidariteit: stuk voor stuk komt het voorbij. Alhoewel Moorman in de Linker Wang-lezing concludeert dat we er wat dat betreft niet bepaald beter voor staan dan 25 jaar geleden, weigert ze te vervallen in cynisme. Ze verwijst naar Augustinus: ‘Hij leerde ons dat hoop twee dochters heeft: woede en moed. Woede over de dingen zoals ze zijn en moed om te geloven dat ze niet zo zullen blijven zoals ze zijn.’ 

Links maakt zich volgens Moorman boos om de ongelijkheid en wil daar vervolgens iets aan doen. De VVD gaat daarentegen mee met hoe de wind waait en zet zich niet in om de wereld te veranderen. ‘Die zegt: de wereld is zoals ze is. Er is ongelijkheid. Prima.’ Om dit te verduidelijken haalt ze een grap aan die de ronde doet op het stadhuis. ‘De VVD is altijd al na een uur klaar met vergaderen. Dan gaan ze bitterballen eten en bier drinken’. Bij de PvdA moet daarentegen alle wereldproblematiek voorbijkomen om vervolgens te zoeken naar een oplossing. Dat kost niet alleen tijd, maar roept ook weerstand op. Daarom glijdt er volgens Moorman dan ook minder af van linkse partijen. Zo worden ze kritischer beoordeeld. Tegen de stroom in vang je de meeste wind. 

Paul Slettenhaar is het hier pertinent mee oneens. Ik spreek met hem op het gemeentehuis van Castricum. In tegenstelling tot de werkkamer van Moorman oogt de zijne strak en opgeruimd. ‘Brand los!’ roept Slettenhaar aan het begin van het gesprek. Het tegenovergestelde gebeurt: Slettenhaar begint vanuit zichzelf met een aanstekelijk betoog over het probleem van links. Kijk naar migratie! Op dat gebied doen linkse partijen volgens hem helemaal niets om de wereld te veranderen. Dáárom glijdt er volgens Slettenhaar zo weinig af van links. Dat terwijl door ‘massamigratie’ vooral de mensen met een kleine portemonnee ‘worden geraakt door de maatschappelijke schade’. Volgens Slettenhaar oefent asielmigratie namelijk een aanzienlijke druk uit op sociale voorzieningen, zoals sociale huurwoningen. Terwijl: ‘De meeste VVD’ers wonen niet in een sociale huurwoning.’ 

SGP’er Jan van Panhuis is het met Slettenhaar eens. Ook in zijn gemeente, Harderwijk, merkt hij dat het draagvlak om asielzoekers op te vangen laag is. Rechtse partijen die zich openlijk en hard verzetten tegen de komst van een nieuwe AZC scoren in de peilingen. ‘Links heeft dat niet mee.’ 

Dat migratie een belangrijk verkiezingsthema is, verrast niemand meer. Uit een peiling van EenVandaag op 10 oktober 2024 blijkt dat 80% van de Nederlanders wil dat de instroom van het aantal migranten wordt verlaagd. Peilingbureau Ipsos laat zien dat voor kiezers migratie met 29% nog altijd het belangrijkste thema is. Moorman erkent dat migratie hoog op de politieke agenda staat. ‘Ik wil het helemaal niet onder het tapijt schuiven.’ Het is volgens haar vooral een sluwe zet van rechtse partijen om ‘migratie als antwoord te geven op de echte problemen die we hebben in de samenleving’. Migratie verwijst naar een complexer probleem, zoals de gecreëerde woningnood, aldus Moorman.

Toen zij in 2010 in de gemeenteraad belandde, was 60% van de huurvoorraad in Amsterdam nog sociale huur. 15 jaar later is dat aandeel geslonken tot 40%. Dat is geen toeval. De verhuurdersheffing, die van 2012 tot 2023 gold voor woningcorporaties, leidde tot extra kosten voor deze corporaties, waardoor vele sociale huurwoningen moesten worden verkocht. Daarnaast haalt Moorman een lezing van Eric Wiebes aan, van 2010 tot 2014 wethouder voor de VVD  in Amsterdam. Hij pleitte daarin om het aantal sociale huurwoningen te halveren, om zo meer ruimte te bieden voor ‘slimme, innovatieve en ondernemende’ mensen van buiten Amsterdam. Volgens Moorman is deze lezing geen incident, maar deel van het gedachtegoed van de VVD, die van 2010 tot 2023 als grootste partij het land heeft bestuurd. Stef Blok flexibiliseerde als minister van Wonen de huursector. Op de vastgoedbeurs PROVADA sprak hij trots over zijn beleid, dat ervoor had gezorgd dat de huurprijzen weer konden stijgen. Alles leuk en aardig. Maar wat heeft de woningnood te maken met de populariteit van migratie? 

Volgens Moorman maakt de woningnood, waardoor velen van ons geen huis kunnen kopen, mensen terecht moedeloos. Als individu heb je het idee geen grip te hebben op het probleem. ‘Als er iemand dan langskomt die een schuldige aanwijst, is dat een verleidelijke manier van denken: mensen vinden het fijn als iets buiten zichzelf wordt geplaatst.’ Dat zie je nu met de zondebokpolitiek. De migrant krijgt de schuld van de woningnood en rechtse partijen spelen gretig op dat sentiment in. Terwijl diezelfde migranten volgens Moorman helemaal geen rol in hebben gespeeld.

‘Als je schaarste creëert, zet je mensen tegen elkaar op.’ Statushouders en mensen onder modaal inkomen hebben immers beide recht op een sociale huurwoning. ‘Van mensen die het helemaal niet makkelijk hebben, maak je concurrenten.’ Desondanks erkent Moorman dat het een ‘effectieve manier van politiek bedrijven is’. 

Ik vraag haar waar het hebben van idealen ophoudt en onverschilligheid begint. Als het merendeel van de bevolking wil dat migratie wordt aangepakt, in hoeverre helpt het linkse partijen zoals GL-PvdA dan om te blijven herhalen dat Nederland geen asielinstroomcrisis heeft? Dat het probleem ergens anders ligt? ‘Links heeft geen verhaal over migratie’ is een veelgehoord verwijt. 

Moorman: ‘Ik heb daar wel een antwoord op: de sociaaldemocratie en GroenLinks ook.’ Alleen, zoals ze tijdens een interview met Vrij Nederland zegt: ‘Ons verhaal bestaat niet uit twee woorden: grenzen dicht.’ Volgens Moorman richt links zich met name op integratie in plaats van immigratie. Je moet ervoor zorgen dat nieuwkomers de taal leren, aan het werk komen, kortom: mee kunnen doen. ‘Daar heeft links sinds de jaren 70 consequent voor gepleit. Maar ik ben nu al 10 minuten verder. Een oneliner is makkelijker: “Het is de schuld van de linkse elite of de migrant”, aldus Moorman tijdens ons gesprek. 

Waar ligt het probleem (ook al mag ik het niet zo noemen van Moorman) van links dan wel? Met andere woorden: waarom is links nog altijd kleiner dan ooit. Hoe keren we het tij? 

In Rood in Wassenaar schrijft Moorman dat de sociaaldemocratie draait om solidariteit en collectiviteit. Haar motto is dan ook niet voor niets: ‘Het gaat pas goed met mij, als het goed gaat met een ander.’ Als mensen solidair met elkaar zijn, kan de samenleving daar volgens haar enorm van profiteren. Maar Moorman constateert ook: Sinds de Fortuyn-revolte lijkt het alsof we juist die solidariteit zijn kwijtgeraakt. Uit een rondgang blijkt dat verschillende politici dat met haar delen. Jan van Panhuis denkt dat de Nederlander wel voor meer economische gelijkheid is, als diezelfde Nederlander daar maar niet voor hoeft op te draaien. ‘De Nederlander kijkt eerst naar zijn eigen portemonnee.’ Ronald van Tiggelen gaat nog een stapje verder en vindt vooral dat links ‘last heeft van een geestelijke afwijking’. Als ik vraag waar hij op doelt, zegt hij dat linkse partijen ‘voor Sinterklaas’ spelen als het gaat om de opvang van asielzoekers. Volgens hem zijn asielzoekers trouwens geen echte vluchtelingen, maar eerder vakantiegangers. Enfin, dat is een andere discussie. De vraag blijft wel: hoe zorg je ervoor dat die solidariteit, het fundament van GL-PvdA, terugkeert? ‘Door erin te geloven!’ aldus Moorman. Het geloof in solidariteit keert op zijn beurt terug door ‘ongelijk te investeren in gelijke kansen’. 

Onlangs was ze op werkbezoek in Amsterdam-Geuzenveld, waar onder andere vuile straten jarenlang voor overlast zorgden. Uiteindelijk besloot de gemeente extra geld vrij te maken om het probleem te boven te komen. Inmiddels trekken buurtbewoners met de gemeente op, met als resultaat dat ‘het is er spik en span’ is, aldus de wethouder. Alhoewel ik niet inzag wat dit met solidariteit of investeren in gelijke kansen te maken had en de meesten van ons waarschijnlijk niet wakker liggen van een verdwaalde vuilniszak hier en daar, is het voorbeeld volgens Moorman wel degelijk van belang. In buurten waar het geloof in de overheid laag is, kun je met relatief simpel op te lossen problemen laten zien: ‘Er wordt in ons geïnvesteerd, er wordt in ons geloofd.’ Als je extra investeert, juist in mensen die dachten dat de overheid er niet meer voor hen was, kun je volgens Moorman langzamerhand het vertrouwen herstellen. Dan kom je volgens haar pas echt bij de problemen die mensen persoonlijk ervaren. Denk aan schulden, eenzaamheid of zorgen over een naderende huurstijging. Het bestrijden van afvaloverlast in achterstandsbuurten is niet het enige wat het linkse college in Amsterdam doet. 

Een andere maatregel waarmee Moorman als wethouder de ongelijkheid probeert te verkleinen, is de schuldenstop. Ze schrijft in haar boek: ‘Armoede is veel meer dan een gebrek aan geld, het is een gebrek aan perspectief.’ Veel mensen met schulden lukt het niet om die af te lossen. Sterker nog, vaak nemen ze alleen maar toe. Door mensen die zich melden bij de schuldhulpverlening tijdelijk te ontlasten van nieuwe boetes of aanmaningen, ontstaat er rust. Uit de eerste resultaten blijkt dat meer mensen hierdoor sneller tot een effectieve oplossing komen. Juist door solidair te zijn met de mensen die het het hardst nodig hebben, breng je het vertrouwen tussen mensen en de politiek terug. En omgekeerd: door het herwonnen vertrouwen laat je volgens Moorman zien dat solidariteit mensen verder helpt dan onverschilligheid. Deze genoemde solidariteit mist Moorman dan ook in politiek Den Haag, terwijl: ‘Amsterdam kent heel veel problemen waar heel Nederland last van heeft.’ 

Slettenhaar schudt hevig zijn hoofd. Nee nee, niets ervan. Niet de samenleving, maar links is volgens hem niet langer solidair. GL-PvdA is naar zijn zeggen meer bezig met ‘klimaatdrammerij’. ‘Het hele landschap volplempen met zonneparken, daar wordt de gewone man, waar de sociaaldemocratie voor is, natuurlijk gek van.’ Ronald van Tiggelen gaat nog een stap verder. Solidariteit, hoezo? Eerder associeert hij links met bemoeizuchtigheid. ‘Je hebt mensen die van vrijheid houden en beslissen over hun eigen leven en mensen die over de levens van anderen beslissen. Dat laatste is links.’ Vooral de vergaande klimaatpolitiek van GL-PvdA is voor hem een doorn in het oog. ‘Ik leg het altijd simpel uit: hoe kan er nou sprake zijn van een broeikaseffect? Er zit helemaal geen glazen dak op onze planeet.’ Volgens hem hoeven we ons dan ook geen zorgen te maken over klimaatverandering. CO2 is goed voor de aarde! Dat linkse partijen zich desondanks inzetten voor het klimaat, getuigt volgens van Tiggelen niet per se van domheid. Linkse mensen zijn eerder onwetend. ‘Maar onwetendheid is de grootste bron van het kwaad, dat zei Socrates al’, aldus de PVV’er uit Zandvoort. 

Moorman beroept zich liever op Isaiah Berlin, een meer hedendaagse filosoof. Hij maakt het onderscheid tussen twee vrijheden: negatieve en positieve vrijheden. Negatieve vrijheden gaan om het ontnemen van regels, zoals belasting betalen. Positieve vrijheid gaat om het bieden van mogelijkheden om vrijheid te bevorderen. Onderwijs is hier het bekendste voorbeeld van. Maar ook het klimaatbeleid van GL-PvdA sluit daarbij aan. Rond de tachtig procent van het Amsterdamse klimaatbudget gaat naar het isoleren van woningen. Armere buurten, waar huizen vaak slecht gesoleerd zijn, profiteren daarvan het meest. Kortom: een win-win situatie. Je doet ten eerste iets aan het klimaat én je vergroot de vrijheid van mensen, doordat ze geld overhouden door een lagere energierekening. 

Dan nog even over woke. Is links te woke? Jazeker, als je het Slettenhaar vraagt. ‘Ik denk dat het probleem niet nieuw is. Links is dat al vanaf de jaren 70. Maar wat schaart hij onder woke? Dat wordt duidelijk als hij oud-burgemeester Eberhard van der Laan aanhaalt. Slettenhaar had ontzag voor hem. Hij was rechtdoorzee. Pakte problemen aan zonder een heel verhaal eromheen. Tegenwoordig mag je de ‘dingen’ van links niet meer benoemen, alles moet worden gebracht ‘met een voorzichtig sausje eromheen’. Zoals? Preventief fouilleren heet tegenwoordig wapencontrole. Maar ook migranten, wiens cultuur soms ver van die van ons afstaat, worden volgens Slettenhaar onvoldoende bekritiseerd door GL-PvdA. Links moet zich niet langer bezighouden met ‘issues’ als Zwarte Piet of klimaatdrammerij. Volgens hem kan links beter op cultureel niveau een stapje terugdoen. Maar juist aan zo’n sociaaleconomische cultureel-conservatieve partij ontbreekt het volgens Slettenhaar. Want, alhoewel de SP in de buurt komt, is die volgens hem te radicaal. ‘Mensen hebben geen zin in communisten, die gaan te ver.’ 

Is links te woke? Nee, als je het Moorman vraagt. Links is volgens haar altijd al woke geweest! Tijdens de Linker Wang-lezing: ‘We zijn al woke sinds de Rooie Vrouwen demonstreerden op de Dam om baas in eigen buik te mogen zijn en toen burgemeester Job Cohen het eerste homohuwelijk sloot. Laat ons maar vooropgaan in die strijd.’ Ze ergert zich eraan dat woke vaak wordt gereduceerd tot een debat over genderneutrale toiletten. Volgens haar gaat het om iets wezenlijkers: opkomen voor de rechten van een ander. Zie ook hier: solidariteit. Wel verzet Moorman zich tegen identiteitsdenken. Dat je niet ergens iets van mag vinden of je niet ergens in kan verplaatsen als je het nooit hebt meegemaakt. Volgens Moorman ondermijnt identiteitsdenken zelfs de kern van de sociaaldemocratie: solidariteit. Het ‘ontkent dat je je hard kunt maken voor groepen waar je zelf geen deel van uitmaakt’, schrijft zij in haar boek. Waar ligt het probeem dan wel?

Rutger Groot Wassink, wethouder Sociale Zaken, Diversiteit en Digitale Zaken in Amsterdam, verwoordt het tijdens de Linker-Wang-lezing als volgt: ‘We. Zijn. Zo. Braaf.’ Als het aan Groot Wassink ligt, moet links zich veel harder verweren tegen de verrechtsing van Nederland. Ans van Amerongen, VVD-raadslid in Voorst, vindt dat eerst de ‘oude meuk’ moet worden opgeruimd. ‘Onze vriend Timmermans, ga alsjeblieft met pensioen!’ In plaats daarvan pleit ze voor de 27-jarige Habtamu de Hoop. Volgens diezelfde Habtamu de Hoop moet GL-PvdA zich meer richten op de dagelijkse kosten in de supermarkt of bij de benzinepomp, in plaats van zich blind te staren op herverdeling. Of moet links de ‘zes rechtse tactieken’, waaronder liegen, op de man spelen of overdrijvingen overnemen, zoals Marthe van Bronkhorst en Savriël Dilling in De Groene Amsterdammer voorstelden? Goed idee, als je het vraagt aan Jazie Veldhuyzen, fractievoorzitter van de radicaal-linkse partij De Vonk in Amsterdam. Slecht idee als je het vraagt aan Slettenhaar: ‘Links speelt al heel erg op de man: dat gaat links niet redden. Gewoon voor de inhoud gaan, that’s it.’ 

Op dat laatste punt lijken Moorman en Slettenhaar elkaar eindelijk te vinden. ‘Wat ik links wel verwijt, is een gebrek aan trots’, stelt Moorman. Volgens haar is het linkse verhaal er allang: het draait om solidariteit, opkomen voor degenen die het minder hebben. Hans de Waard, fractievoorzitter van de SP in Groningen, is het met haar eens. ‘Blijf consistent, maak je hard voor de alledaagse zaken die mensen belangrijk vinden: het openhouden van ziekenhuizen, het verhogen van de lonen, het verlagen van de voedselprijzen. Dan kan het hard gaan.’ Jan van Panhuis voegt daar nog een eis aan toe: zorg voor een pakkende verkiezingsslogan, ‘zodat de mensen denken: oh daar is de verlosser’. ‘Ik laat het me gewoon niet vertellen dat links een probleem heeft, daar komt het eigenlijk op neer’, zegt Moorman. Ze moet lachen. 

Na mijn gesprek met Moorman neem ik de lift naar beneden. Op de eerste verdieping stopt de lift, een verdieping te vroeg (voor mij dan). Er stapt een vrouw in. Ze groet me. Ik groet haar. Ik herken haar stem en, als ik even later wat beter kijk, ook haar gezicht. Het is Femke Halsema. Ik vertel haar dat ik zojuist met haar collega heb gesproken, over het ‘probleem’ van links. ‘Maar we hoeven ons geen zorgen te maken, links heeft volgens Moorman geen probleem’. Halsema lacht en knikt instemmend. ‘Rechts heeft een probleem’, zegt ze terwijl ze de lift uit loopt. 

In het leven nemen we afscheid. Maar heel veel keert ook gewoon weer terug. Zélfs als je het niet voor mogelijk had gehouden: De cd is bezig aan een nieuwe opmars, Crocs zijn niet langer ‘treurig’.  Misschien geldt hetzelfde wel voor politiek links. Misschien is de politiek ook maar gewoon een trend. Moormans verhaal over links is overtuigend. Het is concreet, maar ook genuanceerd. Idealistisch, maar ook realistisch. Toch blijft een belangrijke vraag onbeantwoord. Hoe kom je boven het geschreeuw van het populisme uit? 

Zolang daar geen antwoord op wordt geformuleerd, is mij één ding duidelijk. Van de rechts-populistische verhoudingen in Den Haag lijken we ook na 29 oktober geen afscheid te nemen.  

Tekst Noam Grünfeld, beeld Groenlinks.nl

Plaats een reactie