Tekst door Sybren Sybesma, beeld door Alice Koch
Vertalers zijn essentieel voor literatuurliefhebbers. Zij overbruggen taalgrenzen om ons de mooiste romans en verhalen voor te schotelen. In dit nummer mocht een gesprek met een vertaler daarom ook niet ontbreken. Ik interviewde Mark Leenhouts, die literatuur uit het Chinees naar het Nederlands vertaalt. We spraken af in een Leids café.
Mark Leenhouts begon eind jaren 80 met een studie Chinees in Leiden en raakte al snel aan het vertalen. ‘Ik hield altijd al van literatuur en ik had iets met vreemde talen. Het literaire en de taal kwamen zo bij elkaar en langzamerhand dacht ik: vertalen is eigenlijk ideaal, want dan combineer ik die twee. Het is de intiemste omgang met een roman.’
Inmiddels vertaalde hij veertien romans en verhalenbundels. Eind vorig jaar verscheen zijn recentste vertaling: Notities van een theoreticus van Shi Tiesheng. Twee jaar eerder werd de vertaling van de Chinese klassieker De droom van de rode kamer, waar hij met twee anderen twaalf jaar aan had gewerkt, enthousiast ontvangen. Het trio ontving er de Filter-vertaalprijs voor. (Voor de liefhebbers: het werk ligt binnenkort in een goedkope paperbackuitgave in de boekhandel.)
Weet je nog hoe je voor je eerste vertaling een uitgever vond?
Bij zo’n gekke literatuur als het Chinees, die nog steeds niet zo heel bekend is bij de meeste Westerse lezers – veel mensen kunnen bijvoorbeeld niet zomaar een Chinese auteur noemen – ben je als vertaler ook al gauw iemand die kennis kan leveren of delen. Dat noemen ze dan vaak een ambassadeur, iemand die ook actief met ideeën komt: dit is een goed boek, dat is een goede schrijver. Dus dat heb ik eigenlijk ook gedaan. Mijn eerste boek was iets dat ik zelf had opgeduikeld. Het was iets dat ik in de les had gehoord, toen ik in Frankrijk studeerde. Daar werd en wordt veel meer Chinese literatuur vertaald. Je had daar ook in boekhandels vaak een kast met Aziatische literatuur, en dat had je in Nederland helemaal niet. Dus ik dacht: er is werk te doen. Toen ben ik gaan proberen, echt leuren: synopsis maken, stukje vertalen en praten met uitgevers. De eerste uitgeverij die er echt op inging, was De Geus. Dat is wel heel belangrijk geweest. De man die die uitgeverij leidde, Eric Visser, had een zwak voor China en vond het misschien ook wel leuk, zo’n jong kereltje met zoveel ambities en plannetjes. Dus dat eerste boek was bij hem, en van het een kwam het ander.
Wat mij dwarszit, is dat de Angelsaksische cultuur een model is geworden van hoe een roman eruit moet zien.
Je noemt het een ambassadeurschap. Ben je ook echt een tussenpersoon tussen talen en culturen?
Het is een klein beetje veranderd, omdat de Chinese literatuur iets meer is opgenomen in de literaire wereld. Er zijn bijvoorbeeld meer Chinese schrijvers met een literair agent uit Engeland of Amerika. Dus nu komen uitgevers soms ook met ideeën. Dan hebben ze van een schrijver of boek gehoord en zoeken ze een vertaler. Maar ik ben ook vaak zelf op zoek. Het voelt heel natuurlijk voor mij om er zo mee bezig te zijn, omdat uitgevers eigenlijk geen directe toegang tot die literatuur hebben. Hoewel, nu iets meer dan vroeger.
Denk je ook na over het soort boeken dat je bij uitgeverijen aandraagt?
Het hoort erbij dat je nadenkt over het soort roman dat hier opgepikt zal worden. Voor mijn gevoel is de Chinese literatuur echt wel iets uit een andere traditie. Mensen hebben heel andere ideeën over hoe een roman eruitziet: hoe je iets vertelt of hoe je een personage beschrijft. Daar zitten wel dingen in waarvan ik denk dat een Westerse lezer ze minder snel oppikt. Niet omdat hij het niet zou kunnen snappen, maar omdat hij ook is opgegroeid in een eigen traditie en van kleins af aan dat soort boeken heeft gelezen, en gewend is om een roman op een bepaalde manier te lezen. In Europa willen we vanaf het begin gepakt worden, iets van een verwachting krijgen of spanning voelen. Dat is in Chinese romans veel minder. Het is leuk om over die verschillen na te denken. Zo’n grote traditie, waarin ze al 3000 jaar schrijven, maar misschien op een andere manier. Zou je die helemaal links moeten laten liggen omdat er een ander type boeken uit voortkomt? Het zou de moeite waard kunnen zijn om eens op een andere manier te lezen.
In de Nederlandse Boekengids schreef je dat uitgevers in Amerika soms dingen in Chinese boeken aanpassen.
Er zit toch echt een patroon in Chinese romans; je kunt duidelijk zien dat schrijvers op een andere manier een roman in elkaar zetten. Ze presenteren op een andere manier personages, bijvoorbeeld. Niet meteen diep in de ziel gaan graven, maar het gaat vaak in paren van personages, twee tegenpolen eigenlijk, en die draaien dan om elkaar heen. Daar zit volgens mij hun manier van kunst bedrijven in. Daarin ingrijpen is jammer. Het komt vaak voor dat mensen tegen mij zeggen dat ze Chinese romans liever in het Engels lezen. Daar zit denk ik het idee achter dat je via het Engels meedoet aan een soort grote kosmopolitische cultuur: het zal wel beter zijn, want het Engels is overal.
En dat is niet zo?
Nee, ik vind dat niet zo. In Chinese romans komt het af en toe voor dat Amerikaanse redacteuren een hoofdstuk verzetten, omdat ze vinden dat de spanningsopbouw dan beter is. Er zijn ook wel Chinese auteurs die dat overnemen. Het kwam ook voor bij de Nobelprijswinnaar Mo Yan. Daar vonden ze het eind van een boek niet goed: ze vonden dat de eindjes niet genoeg aan elkaar geknoopt werden. Toen heeft Mo Yan op hun verzoek een nieuw laatste hoofdstuk geschreven, iets wat hem voor het Italiaans en Frans niet is gevraagd. Ik hoor hetzelfde ook wel uit de Arabische hoek – ik ken een vertaalster Arabisch – en die zei dat de echte plot-driven novels uit het Midden-Oosten sneller in aanmerking komen voor een vertaling dan andere. Dat vindt ze ook heel jammer.
Ja, zonde.
Wat mij vooral dwarszit, is dat de Angelsaksische cultuur een model is geworden van hoe literatuur, een roman vooral, eruit moet zien. We zeggen in het Westen heel makkelijk ‘dit is een goed geschreven boek’, maar bijna niemand vraagt dan nog waarom. Toch zitten er wel verwachtingen onder: een plotlijn en karakterontwikkeling bijvoorbeeld. Er zitten allemaal gedachten in van: dit hoort bij elkaar in een goed boek. En die Chinese romans vallen er altijd een beetje buiten. Ze gehoorzamen aan andere wetten heb ik het idee. Dus ik heb wel het gevoel dat het Angelsaksische romanmodel de hele wereld over gaat en het een beetje overneemt, zogezegd. En dat schrijvers uit Vietnam, Japan en Zuid-Korea vaak opgemerkt worden omdat ze eigenlijk meer een nieuwe tak aan de Westerse literatuur vormen dan dat ze echt iets geheel nieuws doen met de roman. Daarvóór had je in de jaren 60 de Latijns-Amerikaanse schrijvers, zoals García Márquez. Bij hen vind ik ook dat ze meer aan de gang gingen met Europese stromingen. ‘Hun’ magisch-realisme komt bijvoorbeeld volgens mij uit België. Die schrijvers zijn allemaal behoorlijk geniaal, daar niet van, maar ze hebben niet iets volslagen nieuws gedaan.
Denk je dat het lezen van een vertaalde roman je een andere cultuur kan leren kennen?
Dat is best lastig. Ik ben zelf niet iemand die denkt: nu wil ik eens iets lezen uit…. Het is meer dat ik het vanuit de roman bekijk. De roman is een kunstvorm die in Europa groot is geworden, dat wel. China had misschien hiervoor niet die romancultuur en door het Westen is men gaan denken: die roman is zo belangrijk daar, eens kijken wat wij hebben in die trant. Of: wij gaan dat ook doen, maar wel op een andere manier. Als je ervan houdt romans te lezen, dan moet je er ook voor openstaan dat er andere manieren zijn om ze te schrijven. Zo zie ik het. Ik zou niemand dwingen om een Chinese roman te gaan lezen. Maar ik vind het wel jammer dat mensen vaak het idee hebben: Chinese romans zijn te anders voor mij, daar kom ik vast niet in. Terwijl ze het dan wel leuk vinden om een Vietnamees of een Maleisische Chinees te lezen die in het Engels is opgegroeid en bij een Amerikaanse uitgever een grote roman publiceert die dan gaat over Vietnam of Maleisië. Dat lezen ze dan wel graag, omdat het een soort ingang is naar iets anders, een andere levensgeschiedenis. Maar voor mijn gevoel is dat dan toch gegoten in een romanvorm die we al kennen. Dat vind ik jammer. Dan is het meer een Amerikaanse of Angelsaksische roman, die tegen een andere historische achtergrond speelt. Ik ben Chinees gaan studeren om te kijken hoe er in China gedacht werd. Als je het hebt over een andere cultuur, is dat niet alleen maar een decor. Dus een roman lezen om een andere cultuur te begrijpen, nee, niet per se. Het is meer: ervoor openstaan dat je anders kan schrijven. Het is voor mij meer een literaire benadering. Romans zijn geen documentaires.
Dus het ambassadeurschap is niet per se op de cultuur gericht, maar komt vanuit de kunst.
Ja, bij mij wel een beetje.
En is er tot slot nog een roman waarvan je zegt: die wil ik heel graag nog eens vertalen?
Dat was 25 jaar lang de Notities van een theoreticus. Nu ben ik nog aan het nagenieten.

Een gedachte