Tekst door Phoebe Meekel, beeld door Lesine Möricke
Tijdens het vogelspotten bij de jeugdnatuurwacht hoorde ik als tienjarige Phoebe mijn beste vriendin iets onverstaanbaars roepen. Toen ik uit nieuwsgierigheid dichterbij kwam, zag ik wat mijn vriendin had doen schreeuwen: kittens zonder moeder, in een losse autoband. Mijn hart maakte uit dierenliefde een sprongetje en thuis overtuigde ik mijn moeder om de dierenambulance te bellen.
Ik verheugde me op de komst van de dierenambulance en zag het al helemaal voor me: een grote bus bestuurd door professionals in gele uniforms, die de eenzame kittens redden. Maar tot mijn grote teleurstelling kwam er in plaats van een grote witte bus een kleine rode auto. De professional droeg ook geen uniform, maar saaie alledaagse kleren. Ondanks deze domper, bleef mijn fascinatie voor de dierenambulance voortduren. Ik wilde als tienjarig ukkie dan ook vrijwilliger worden bij de Dierenbescherming zodat ik dieren kon redden, maar helaas was ik te jong.
Gelukkig waren er naast de dierenbescherming ook andere opties om mezelf in te zetten voor flora en fauna. Zo werd ik lid van het WNF toen ik elf werd en heb ik bij de kinderboerderij gewerkt, waar ik veel heb geleerd over gerbils, geiten en cavia’s. Maar na een tijdje zat ook hier mijn leeftijd (ik werd te oud) me in de weg en moest ik mijn dierenliefde op andere manieren uiten.
Tegenwoordig zet ik mij alleen nog maar in voor dieren via een maandelijkse donatie aan het WNF van €2,95. ‘Waar is mijn ambitie voor de bescherming van de natuur gebleven?’ is de vraag die deze dagen door mijn hoofd zweeft, onder andere door het boek Morele Ambitie van schrijver en historicus Rutger Bregman. Hij stelt dat de grootste verspilling van deze tijd de verspilling van talent is, en dat het medicijn hiertegen morele ambitie is. Dit is de wil om bij de besten te horen, maar dan niet met als maatstaf salaris of een deftige titel. Nee, de nieuwe manier om succes te meten is via de bijdrage die je levert aan het oplossen van wereldproblematiek. De laatste tijd voel ik ook steeds meer de drang om daadwerkelijk iets nuttigs bij te dragen aan de wereld. Maar met mijn studie filosofie kan ik alleen maar denken: wat bereik ik hier eigenlijk mee?
Tijdens werkcolleges bespreken we regelmatig de tekortkomingen van filosofen die slechts spreken over onrechtvaardigheden in de wereld, maar vervolgens niets doen om deze recht te zetten. ‘The philosophers have only interpreted the world, in various ways: the point however, is to change it’ is dan ook een welbekende uitspraak van Marx. Maar is het echt zo dat filosofen alleen in hun stoel zitten te filosoferen en verder geen invloed op de wereld hebben? Ik denk van niet. Filosofie laat ons juist kritisch kijken naar zaken waar we gebruikelijk niet bij stilstaan – en dat is belangrijk. Het werk van filosofen kan daarbij wel degelijk veel impact op mensen hebben en hen tot nieuwe inzichten brengen. Zo pleit de filosoof Peter Singer in zijn boek Animal Liberation voor een gelijke afweging van menselijke en niet-menselijke dierlijke belangen en is hij daarom ook tegen de bio-industrie. Zijn werk was monumentaal voor het debat over dierenrechten, maar ook Singer zelf leeft volgens zijn moraal: hij is een veganist. Dit is dus een goed voorbeeld van een filosoof die veel invloed op de wereld heeft en zelf ook in de praktijk leeft naar zijn idealen.
Maar dan toch weer even terug naar mijn dierenliefde. Wat houdt mij nu tegen om me in te zetten voor de natuur? Ik doe misschien geen opleiding die hier een directe relatie mee heeft, maar dat hoeft mij niet tegen te houden om me nu te voegen bij dierenactivisten-bewegingen. Ik denk er bijvoorbeeld over na om later een ranger in Zuid-Afrika te worden, of in een chimpanseeopvang te werken. Toegegeven, dat gaat nu nog niet, aangezien ik mijn bachelor eerst wil afronden en ook nog een master wil doen, maar niemand houdt me tegen om na mijn opleiding te verhuizen naar Zuid-Afrika. Niemand, behalve ikzelf. Ik ben namelijk ontzettend bang. Niet voor de afstand, warmte, of voor het minder luxe leven, maar voor de grote, enge insecten – van die grote giftige duizendpoten en spinnen! Gelukkig heb ik nog een aantal jaar om deze angst te overwinnen. Voor nu focus ik wel op wat ik hier in mijn omgeving kan doen om de natuur te helpen.
