Sherlocks handschoen

Tekst /// Riccardo Tosellini Beeld /// Alicia Koch

Op een commode ligt een zwarte, leren linkerhandschoen. De vingers van de handschoen slapen bewegingsloos in het donker. Wijs ligt op zijn linkerzij, Middel ligt dubbelgeklapt, Pinkie ligt op zijn rug en Duim ligt half op Ring, verkleumd door zijn ingedeukte vingertopje. Duim geeft een binnensmondse schreeuw en Ring schiet wakker. Hij ziet Duims deuk en kijkt angstig naar de andere vingers. Duim geeft nog een gesmoorde kreun. Ring duwt Duim met een plof op Pinkie en veinst meteen te slapen. Pinkie schrikt op en kijkt naar Duim. Hij kijkt bang naar de andere vingers. Pinkie werpt Duim hard naar achteren, waardoor die achterovergeslagen naast Wijs komt te liggen, en droomt snel weer weg. 

Een aantal uur later begint het ochtendlicht op de commode te schijnen. ‘EeeEEeeehhh’, kreunt Duim. De andere vingers schrikken tot leven. ‘The fuck?’, zegt Pinkie verbaasd. Duim maakt schuimende gorgelgeluiden. ‘Uitermate zorgwekkend!’, roept Ring met een hete aardappel in zijn keel. Wijs controleert het achterhoofd van Duim en ziet dat het ingeslagen is. ‘Zijn kop heeft een deuk!’, roept hij. De anderen happen naar lucht van de schrik. ‘Is zijn kop bewust ingedeukt?’, vraagt Pinkie. Wijs inspecteert de ingedeukte vingertop van Duim opnieuw en knikt. Het is even stil. Wijs wil een pijp opsteken, maar hij heeft er geen. ‘De deuk heeft duidelijk de afdruk van een vinger,’ zegt Wijs, ‘dit betekent dat een van ons de dader is.’ Middel hapt nog harder naar adem; Ring en Pinkie schudden hun vingertoppen afkeurend. ‘Dit moeten we echt niet door de vingers zien’, zegt Pinkie. ‘Daum dit nit verdiene!’, roept Middel met zijn zware, langzame stem en hij niest zo hard dat hij naar voren schiet. 

De vingers denken na. ‘Laten we met z’n allen de opblaastruc doen,’ zegt Wijs, ‘dan is hij zo weer de oude. Duim heeft waarschijnlijk zelf een vermoeden.’ De vingers houden hun adem in en zetten druk; Duim vult zich op met lucht, zijn vingertop schiet weer in zijn vorm en hij maakt kermende, keelzangachtige geluiden. ‘Ik stel een snellere aanpak voor om de dader te pakken’, zegt Pinkie met een sadistisch toontje in zijn stem. ‘Geavanceerde verhoortechnieken!’, Pinkie staart fronsend naar de andere vingers en kiest Middel uit om een stomp aan te geven. ‘Gha gha, nit mai kietele Pikkie!’, giechelt Middel en hij niest. Pinkie geeft boos een hardere stoot. ‘Heb jij vannacht Duim te grazen genomen Middel?’, vraagt Pinkie met een agressieve toon. ‘Ik Dum pein dun?’, vraagt Middel. ‘Dat moet jij weten Middel, heb je hem gemept?’, vraagt Pinkie. ‘Ik Daum gewept?’, vraagt Middel beteuterd. ‘G-E-M-E-P-T,’ zegt Ring in een ademteug, ‘Deze knul kent zijn eigen Bokitokrachten niet.’ 

Middel staart verdrietig voor zich uit. ‘Ik Uim genept!?’, roept hij snikkend. Wijs bidt voor Middel dat zijn twee neuronen zich activeren, maar Middel barst in huilen uit. ‘Heel tactisch van jullie jongens, heel tactisch’, zegt Wijs sarcastisch. ‘SORRY DAUM!’, schreeuwt Middel. Wijs facepalmt zichzelf. ‘Je was het niet, Middel’, zegt hij en Middel kruist zich met Wijs. ‘Kzweer meende ’t nit!’, zegt Middel huilend. ‘Middel, Pinkie heeft het je gewoon wijsgemaakt’, zegt Wijs. Middel probeert na te denken. ‘Jai zeker?’, vraagt Middel snikkend. ‘Je bent het niet geweest, Middel,’ zegt Wijs troostend, ‘doe maar weer rustig.’ Middel snuit zijn neus aan zijn onderste kootje; de anderen wenden van walging even hun blik af. ‘Elkaar martelen voor een bekentenis is geen goed idee, Pinkie’, zegt Wijs. ‘Tssk,’ antwoordt Pinkie, ‘hoe wil je de dader dán vinden?’ 

Ring wijst naar Duim, die naast Wijs ligt. ‘In deze pose slaapt Duim voortdurend,’ zegt Ring, ‘dus een van jullie, Wijs of Middel, heeft hem voor of na de tik voorover geduwd, want Pinkie en ik kunnen hem alhier niet raken.’ Pinkie probeert Duim onmiddellijk aan te raken, maar komt maar halverwege de palm. ‘Ik DeNk Pikki nit sguldig’, zegt Middel. Ring en Wijs lachen. ‘Ik heb het niet gedaan!’, zegt Pinkie beledigd. ‘Maar ik zou wel bij Duim kunnen komen!’ Pinkie probeert wanhopig bij Duim te komen en geeft plots op. Hij kijkt boos weg van de anderen. ‘De delinquent wil ons als mogelijke verdachte bestempelen’, zegt Ring beschuldigend tegen Wijs en Middel. Er valt een lange stilte. ‘Goed, ik zal toegeven dat ik Duim in zijn slaap naar voren heb geduwd, zodat hij niet meer zo hard naast mij zou snurken,’ zegt Wijs, ‘maar ik was niet zo asociaal om hem in te deuken, dus iedereen blijft verdacht!’ 

Middel schrikt en niest; Pink en Ring brommen chagrijnig. Duim begint weer luid te kreunen. Wijs duwt Duim naar voren, de palm op. ‘Zo was de situatie voordat ik weer in slaap viel’, zegt hij. De anderen kijken elkaar aan. ‘Eeeeeh’, kreunt Duim. ‘Eeeeeh?’, zegt Middel verbaasd na en hij buigt voorover naar Duim. ‘Eeeh Eeh Eh?’, vraagt hij aan Duim. ‘Eueeuewuehee’, antwoordt Duim en Middel begint weer te snikken. ‘Middel, hoe versta jij in godsnaam Duims gebrabbel?’, vraagt Ring. ‘Waarschijnlijk zit Duim nu op Middels denkniveau’, antwoordt Pinkie. ‘Duin… Duim… zegge’, zegt Middel snotterend. ‘Wat zegt Duim, Middel?’, vraagt Wijs. ‘Dat… dat… Ikke!’, Middel niest keihard, knalt met zijn vingertop voorover op Duim en slaat een nieuwe deuk in Duims vingertop. Duim stuitert van de palm tegen het onderste kootje van Ring en begint direct weer schuimende gorgelgeluiden te maken. ‘Dat ikke ’t was!’, roept Middel huilend. Wijs, Ring en Pinkie kijken geschokt naar Middel. ‘Alleen Middel zou zijn vingertop kunnen stoten zonder iets te voelen’, zegt Pinkie. 

Duim kreunt binnensmonds. ‘Dit verheldert de zaak, inderdaad,’ zegt Wijs peinsend, ‘op één ding na, dan.’ Wijs kijkt naar Ring en Pinkie. ‘Wie heeft Duim weer omhooggeduwd en waarom?’ Ring kijkt schuldig naar beneden. ‘Ik denk dat Ring iets te bekennen heeft’, zegt Pinkie naar Ring wijzend. ‘Pinkie’, antwoordt Ring. ‘In persona zag ik hoe je Duim achterover wierp.’ De anderen kijken op van verbazing. ‘Ik deponeerde Duim op jouw schoot’, zegt Ring. ‘Fucking naaier!’, schreeuwt Pinkie. ‘Waarom deed je dat?’, Pinkie trilt van woede. ‘Om dezelfde beweegreden als jij, Pinkie’, zegt Ring. ‘Wij beseffen ons nu pas dat het een kwaad toeval was.’ Pink kijkt Ring intens aan. ‘Jij dacht dus ook dat je geframed werd’, zegt Pinkie en Ring knikt. ‘Aha, en als het een frame was, zou die meteen falen als we wakker werden met Duim op Pinkie’s schoot,’ zegt Wijs terwijl hij paffende geluiden maakt, ‘want Pinkie zou het nooit in zijn eentje gedaan kunnen hebben.’ De anderen knikken semi-overtuigd. ‘Ik zou wel bij Duim kunnen’, mompelt Pinkie chagrijnig. ‘Er is nog een probleem,’ zegt Wijs, ‘waarom zou Duim deze onzinuitleg geloven?’ De anderen hebben geen schouders om op te halen. ‘Hij denkt toch dat Middel het was?’, antwoordt Pinkie. ‘Lekker houden zo.’ Middel kijkt verdrietig naar de anderen. ‘Ik sguldig verklart?’, vraagt hij droevig en de anderen knikken. ‘Probleem opgelost’, zegt Wijs tevreden. ‘En nu een groepsknuffel om het weer goed te maken!’ Wijs, Ring en Pinkie buigen voorover en geven Duim een knuffel. Middel blijft rechtop huilen. 

Plaats een reactie