Oude dijken en dorpen in grootsteedse kledij

Op een koude zondagmorgen in januari, niet lang voordat de sneeuwbuien het land platlegden, trok ik eropuit met een gewaardeerde fotograaf aan mijn zijde. Wij bezochten de dorpen die in de loop van de jaren ‘10 en ‘20 van de vorige eeuw door de stadsuitbreiding van Amsterdam zijn opgeslokt – degenen, althans, waarvan nog iets te zien is. Zo legden we vast hoe de kerken en klokgevelhuisjes zich met een stille plechtigheid in hun lot leken te berusten. 

We zijn nu halverwege de twintiger jaren van de 21e eeuw en het heeft er alle schijn van dat dit decennium in het teken zal staan van internationale onrust. Drie grootmachten hebben het kadaver van het imperialisme nieuw leven ingeblazen en azen op grondgebied. Zal Rusland de Donbas van Oekraïne kunnen afnemen, China het lang begeerde Taiwan kunnen buitmaken, en de VS hun fastfoodketens op Groenland laten vestigen? Alleen de tijd zal het leren.  

Ondertussen werpen we een blik op de twintiger jaren van de vorige eeuw. Ook toen stond inlijving op de agenda en wel in de omstreken van Amsterdam. De oppervlakte van de hoofdstad aan het IJ verdriedubbelde bij de annexatie van 1921; de gemeenten Watergraafsmeer, Sloten, en delen van de gemeenten Ouder-Amstel, Nieuwer-Amstel, Oostzaan, Westzaan en Zaandam werden bij de gemeente Amsterdam ingelijfd. Destijds lagen de dorpen die tot deze gebieden behoorden buiten de grenzen van de stad, maar inmiddels zijn enkele ervan als het ware opgeslokt door het gulzige Amsterdam.

Buiksloot

Buiksloot is een oud dijkdorp ten noorden van het IJ. In vroeger tijden was het omringd door poldergebied. Wanneer dit overstroomde, bood de Buiksloterdijk bescherming tegen het water. Tegenwoordig is Buiksloot omgeven door de gezellige laagbouw van Amsterdam-Noord.

Het dorp verzocht reeds in 1913 zelf om ingelijfd te worden. De meeste Buiksloters werkten in die tijd toch al voor Amsterdamse bedrijven en keken met jaloezie naar de luxe, moderne woningen die de gemeente Amsterdam elders in Noord neerzette. Bovendien bespaarde de gemeente Buiksloot zich de groeiende administratieve rompslomp door zich op te heffen en het bestuur aan Amsterdam over te laten. 

Buiksloot bestaat uit een reeks oude huisjes, gebouwd op de Buiksloterdijk. Enkele van de woningen zijn eeuwenoud, met naar voren hellende gevels die met geverfd hout zijn beslagen. Het doet me denken aan een middeleeuwse burcht, iets hoger gelegen dan het cluster huizen waarop zij neerkijkt. Dit cluster, zo je wilt, is Floradorp, en de binnenste citadel is de sobere, doch schone Buiksloterkerk (1609), die achter de dijk verborgen ligt en door water is omgeven. De Buiksloterdijk is de ereplaats op de tribune bij het Floravuur, dat jaarlijks plaatsvond op het veldje ertegenover en sinds afgelopen nieuwjaar is vervangen door knokpartijen met de politie. 

Nieuwendam

De Nieuwendammerdijk, iets ten zuidoosten van Buiksloot, is twee kilometer lang en is volgebouwd met huizen in velerlei stijlen. Het oeroude dijkdorp zelf is gecentreerd rond een sluis, waarnaast befaamd café ‘t Sluisje staat, dat met diens gezelligheid menig Jordanese kroeg overtreft. 

Nieuwendam heeft meerdere kerken, waarvan de 150 jaar oude Sint-Augustinuskerk de meeste indruk wekt. Deze neogotische kolos torent boven de 17e-eeuwse houten huisjes uit. De kerk biedt een vervaarlijke aanblik, al te meer omdat hij in verval is geraakt. Glas-in-loodramen zijn stuk, de tuin is overwoekerd en er hangen bordjes die waarschuwen voor vallende stenen. Er ligt een plan om de kerk om te bouwen tot een appartementencomplex, maar buurtbewoners houden dit tegen. Zij voelen zich ongehoord door de gemeente en hebben zorgen over bouwoverlast op de smalle dijk. Ook de drie eigenaren van het gevaarte schijnen onderling ruzie te hebben gekregen. Als liefhebber van de gothic novel uit de tweede helft van de 19e eeuw kan ik alleen maar verwonderd vaststellen dat de vervloekte horrorkerk aan de Nieuwendammerdijk een product van zijn tijd is. 

Ook dient de haven van Nieuwendam te worden benoemd. Deze deed dienst voor de graanhandel en de walvisvaart in de 17e eeuw. Twee eeuwen later werden er op de scheepswerf klippers (grote, snelle zeilschepen) gebouwd. De pakhuizen bergen nu appartementen en de handelsschepen zijn verworden tot jachten.  

Schellingwoude

Iets ten oosten van Nieuwendam treffen we nog een dijkdorp aan. Eigenlijk ligt Schellingwoude buiten de stad, maar omdat het zo’n beetje tegen de grens ligt, verdient het een plekje in deze reportage. Schellingwoude heeft, naast oude huizen op een dijk, een voetbalclub en een erg knus, lagergelegen woonwijkje naast de Oranjesluizen. 

 De geschiedenis van dit derde dijkdorp is een treurig verhaal. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vernietigden de Spanjaarden Schellingwoude en vermoordden zij diens inwoners. Daarnaast is het dorp meermaals geteisterd door vloedgolven en dijkdoorbraken. Het bevolkingsaantal nam door de eeuwen heen af en de armoede groeide. In 1921 sloot Amsterdam ten slotte haar zachte armen om het weerloze en vermagerde Schellingwoude. 

De straatnamen Hoyerpad en Bavinkhof refereren aan het korte verhaal Buiten-IJ van Nescio uit 1914. Hierin betrekken twee Amsterdamse jongens, Bavink en Hoyer, een huisje aan de dijk in Schellingwoude. Zij drinken en roken en wijden zich aan het schilderen. De ik-figuur maakt gewag van de treurnis in en rond het dorp; ‘Eenzaamheid kroop op uit ’t grasland buiten den dijk, tegen ’t oosten; aan ’t eind er van lag een poel met bruin riet aan de kanten, de verlatenheid zelf.’ Aan het slot van Buiten-IJ wordt Bavink na verloop van tijd weer gespot op de Kalverstraat – ‘In Schellingwou was zelfs geen brood meer voor hen te krijgen geweest.’

Sloterdijk

Oud Sloterdijk, wat hebben ze je toch aangedaan? Wie de geschiedenis van dit eens bedrijvige dijkdorp kent, zal kortstondig sentimenteel worden wanneer zij zich haast om de trein te halen en vanuit een ooghoek de kerktoren aan zich voorbij ziet gaan. 

In de middeleeuwen ontstond Sloterdijk, een eind ten westen van het huidige centrum van Amsterdam, als een kleine nederzetting op de plaats waar de zijrivier de Slooter in het IJ uitmondde. Dankzij de Haarlemmertrekvaart en later de tramlijn naar Haarlem groeide het dorp uit tot een belangrijke post. Op zijn grootst bestond Sloterdijk uit een stationsbuurtje met enkele fabrieken, waaronder de Coca-Colafabriek, en een kronkelende weg, waaraan vele woningen en de Petruskerk (1663). 

In de jaren 60 kwam de A10 als een grote grijze gordel uit het hemelrijk vallen. Deze vaagde twee derde van het dorp weg. Er lag een plan om Sloterdijk geheel met de grond gelijk te maken om plaats te maken voor een bedrijventerrein. De Stichting tot Behoud van de Petruskerk en omgeving Oud Sloterdijk heeft dit noodlot kunnen afwenden. Nu rest ons slechts de kerk, het kerkhof en een handjevol huizen. Klein begonnen, klein geëindigd. 

Sloterdijk is meer dan de andere opgeslokte dorpen het slachtoffer geworden van de stadsuitbreiding. Amsterdam sloot zich niet warmpjes om het dorp heen, maar verdelgde het omwille van economie en infrastructuur. Op het grasveldje Molenwerf, waar zich vroeger het stationnetje van Sloterdijk bevond, herinnert het standbeeld De verdwenen boer (2005) aan de oude tijd. 

Sloten

Columbus vroeg zich ooit af wat er zou gebeuren als hij almaar westwaarts zou blijven varen. Een Amsterdammer met eenzelfde ontdekkingsdrang zou op de fiets kunnen stappen en almaar naar het westen kunnen blijven fietsen. Hij zal dan India noch Amerika vinden en terechtkomen in Sloten. 

Sloten, dat diep in Nieuw-West ligt, is twee eeuwen ouder dan Amsterdam en gebouwd rond een terp, een kunstmatige woonheuvel die tegen omliggend water beschermde. Het beschikt over meerdere kerken, een molen en een dorpsplein met een snoezig politiebureau.  

De annexatie van Sloten was controversieel. De inwoners van de voormalige gemeente hebben nog lang het gevoel gehad te zijn verraden door hun wethouder, Willem Hendrik de Buisonjé (1878-1952). Hij had het sterke verzet dat er onder de inwoners heerste gebagatelliseerd in de Tweede Kamer, wat ertoe bijdroeg dat Amsterdam de gemeente Sloten in zijn geheel inlijfde, in plaats van slechts een deel ervan. Deze actie van De Buisonjé was onderdeel van de neerwaartse spiraal waar de wethouder in beland was, zo blijkt uit Jan Loogmans boek De verrader van Sloten (2025). De Buisonjé was directeur van een uitgeverij en organiseerde beurzen. Nadat zijn ‘Reclame- en Grafische Arbeid-Tentoonstelling’ in 1919 geen succes werd, belandde hij in de schulden. Hij fraudeerde met geld van de uitgeverij, vluchtte naar Berlijn en werd, toen hij een paar jaar later terugkeerde, direct van oplichterij beticht. Door zijn optreden als wethouder van Sloten kwam er bovendien een einde aan zijn politieke loopbaan. Jaren later blijkt hij ook nog eens te hebben gewerkt voor uitgeverij Westland, die nazipropaganda verspreidde tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Oorlog. Ware het niet voor deze droevige figuur, dan had Nieuw-West mogelijk nooit bestaan en had het trotse Sloten, evenals Ouderkerk en Diemen, wellicht zijn zelfstandigheid behouden. 

Ondanks de inlijving bij Amsterdam heeft Sloten zijn dorpse sfeer niet verloren. Het heeft immers nog steeds de warrige structuur, de oude huizen en de landelijke omgeving (aan één kant). De fotograaf en ik worden zelfs meermaals begroet door mensen op straat!In tegenstelling tot de dorpen in Noord, zaten de bewoners van Sloten en omgeving niet op Amsterdamse uitbreiding te wachten. Een gedenksteen, in 2022 geplaatst naast het politiebureautje, vat het sentiment samen met een citaat uit de antirevolutionaire krant De Standaard uit 1920; ‘Waarlijk, het platteland wordt er niet mooier en beter op wanneer het wordt omhangen met grootsteedsche kledij.’ 

Bronnen:

Heijdra, T. (2010). Amsterdam Nieuw-West. De geschiedenis van de Westelijke Tuinsteden.

Loogman, J. (2025). De verrader van Sloten. 

Lutgert, J. (1996). Als Amsterdam zich over ons ontfermt, de geschiedenis van de inlijving bij Amsterdam van de gemeenten Buiksloot, Nieuwendam en Ransdorp in 1921.

Meershoek, P. (2020, april). Het verhaal van Willem de Bousonjé, de man die Sloten veraadde. Het Parool. 

Toeppoel, J. (2021, januari). Nieuwendam keek jaloers naar de overkant van het IJ, tot 1921. Het Parool

Van Zoelen, B. (2025, november). De plannen zijn er, maar de Sint Augustinuskerk staat nog altijd leeg – en nu hangen er zelfs waarschuwingsbordjes. Het Parool

https://web.archive.org/web/20150619111411/http://members.chello.nl/p.visser11/Familieweb/Verhalenpag/Oudsldijk.htm

https://mforamsterdam.com/nl/oud-sloterdijk/

Tekst Riem Smakman, beeld Jens Rummens

Plaats een reactie