Op 10 december 2025 werd de winnaar van de P.C. Hooft-prijs voor de 75ste keer bekend gemaakt. ‘Dit kan helemaal niet’, reageerde winnaar Anja Meulenbelt toen zij het nieuws hoorde. En die gedachte is niet vreemd: aanstaande mei is zij de eerste vrouwelijke laureaat die de prijs voor beschouwend proza in ontvangst mag nemen. Niet alleen is dit een prachtige erkenning van een zeer extensief oeuvre, het boekenvak wint hiermee nog iets veel groters.
‘Bewust subjectief’, noemt de jury Meulenbelts werk. Dat is al direct terug te zien in een van haar eerste publicaties en tevens magnum opus De schaamte voorbij, die in 1976 werd uitgegeven en vorig jaar is herdrukt door De Bezige Bij. Door haar leefwereld – inclusief een boel geliefden – hierin openbaar te maken voor het publiek, bouwt ze het fundament voor de rest van haar oeuvre; in elk boek en iedere column klinkt Meulenbelts persoonlijke positie in de maatschappij door. Ze is moeder, activist, politicus, schrijver, feminist, en vrouw. En dat laatste springt in het oog nu zij in het rijtje komt te staan met onder anderen Willem Jan Otten, Bas Heijne, Maxim Februari en Tijs Goldschmidt.
Dat er zeer weinig vrouwen de P.C. Hooft-prijs winnen, viel Meulenbelt zelf ook al op in de jaren 80. Samen met Renate Dorrestein, Caroline van Tuyl en Elly de Waard richtte ze in 1985 de Anna Bijns Prijs op, een oeuvreprijs – tot aan 2005, daarna ging de prijs naar een enkel boek – maar deze keer alleen voor vrouwen. Vergelijkbaar met de emanciperende Annie Romeinprijs, die Meulenbelt zelf in 1987 won, bekroonden ze tweejaarlijks een vrouwelijke schrijver tot winnaar om zo de vrouwelijke auteur uit de schaduw van de man te trekken.
En dat was nodig; van de 38 winnaars die tot 1985 de P.C. Hooft-prijs wonnen, waren er slechts vier vrouw. De genderongelijkheid onder de laureaten van de grootste literaire prijs in Nederland leidde er niet alleen toe dat mannelijke schrijvers meer kans hadden op de vette pot prijzengeld, maar ook vergaarden mannen daardoor meer symbolisch kapitaal dan vrouwelijke schrijvers. Literatuurwetenschapper Sander Bax en collega’s stellen in het artikel ‘Het literaire schema’ uit 2022 dat literaire prijzen een belangrijke functie hebben in de productie van symbolisch kapitaal. Letterkundige Maaike Koffeman maakt dit argument in haar tekst ‘Kapitaalsoorten. De functie van literaire prijzen in het internationale grensverkeer’ concreet door te schrijven dat een laureaat van een hoog aangeschreven prijs erkend wordt als gezaghebbende op het gebied van de literatuur. Ofwel, door prestige te ontlenen aan individuele mannelijke schrijvers, houdt het literaire prijzencircus de algemene mannelijke dominantie in het literaire veld in stand.
De Anna Bijns Prijs stopte in 2016 toen de doelstelling van de stichting werd gewijzigd van het uitreiken van prijzen naar het organiseren van publieksevenementen en discussies. Ze verbreedden hiermee hun focus door niet langer alleen vrouwelijke schrijvers onder de aandacht te brengen maar ook niet-westerse stemmen een podium te geven – maar twee P.C. Hooft-prijswinnaars zijn immers van kleur. Volgens een onderzoek van het Literatuurmuseum uit 2024 staat het met de diversiteit in het literaire landschap toch al een stuk beter voor dan toen Dorrestein, Meulenbelt, Tuyl en De Waard de Stichting oprichtten. Er heeft bijvoorbeeld een omslag plaatsgevonden in de toekenning van poëzieprijzen: de afgelopen tien jaar ging De Grote Poëzieprijs (voorheen de VSB Poëzieprijs) vijf keer naar een vrouw en wonnen wel zes vrouwelijke dichters de Jan Campert-prijs. Zo ook is de uitreiking van de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza aan Anja Meulenbelt een kantelpunt, niet alleen voor haarzelf of voor de Anna Bijns Stichting maar voor het hele boekenvak.
Is het dan nu gedaan met genderongelijkheid in het Nederlandse literaire veld? Als je het aan literair agent Paul Sebes vraagt, zijn we alweer radicaal de andere kant op geslagen. Het boekenvak feminiseert en dat heeft volgens zijn opiniestuk in de NRC tot gevolg dat mannen steeds minder lezen. Zijn standpunt was nog niet zo vreemd geweest, ware het niet dat er van tienermeisjes wel degelijk verwacht wordt Mulisch, Reve en Hermans te lezen én dat de grote literaire prijzen nog steeds merendeels aan mannen worden uitgereikt. Zo zijn maar 15 van de 75 schrijvers die de P.C. Hooftprijs hebben gewonnen vrouw en kent de Libris Literatuur Prijs slechts zes vrouwelijke winnaars. Dat komt niet doordat vrouwen geen goede boeken schrijven. Integendeel, literatuurwetenschapper Corina Koolen toont in haar boek Dit is geen vrouwenboek uit 2020 aan dat vrouwen stilistisch niet anders schrijven dan mannen. Het vermeende verschil tussen de twee wordt daarentegen door de literaire wereld vormgegeven. Als wij immers vrouwen van jongs af aan leren om van jongensboeken te houden, maar jongens niet verleiden tot meisjesboeken, zoals Marja Pruis in De Groene Amsterdammer schrijft, zullen boeken van mannen, zoals blijkt uit de lijst met laureaten, inderdaad hoger gewaardeerd worden.
Maarten ’t Hart schrijft in zijn boek De vrouw bestaat niet uit 1982 over De schaamte voorbij: ‘Als dat vulgaire, egocentrische, banale werk, hét boek was, wat dan nog aan te vangen met het feminisme?’ Nu Meulenbelt een jaar na hem de P.C. Hooftprijs heeft gewonnen, wordt zijn vraag beantwoord. Dat juist de schrijver van dit ‘vulgaire werk’ als eerste vrouw de prijs voor beschouwend proza wint, bewijst dat er verandering mogelijk is. En dit mag best gevierd worden, door de schrijver, de Anna Bijns Stichting, het boekenvak en misschien zelfs een beetje door ‘t Hart.
Tekst Isa Kistemaker, beeld Nationaal Archief
