Moerdijkers over de ongewisse toekomst:  ‘Ik zit niet te wachten om in een spookdorp te wonen.’

‘Fijn dat je er weer bent!’, staat op de muur geschreven van Kapsalon Van Eesteren in Moerdijk. Alhoewel we er voor het eerst zijn – en dus het woordje ‘weer’ niet opgaat – lijkt het de eigenaresse, Nicole van Eesteren, niet te deren. Ze ontfermt zich over ons alsof we elkaar al sinds jaar en dag kennen.

In 1993 nam Van Eesteren de kapsalon over van haar ouders, die op hun beurt in 1958 de zaak openden. Kapsalon van Eesteren is dan ook een begrip. Niet alleen Moerdijkers, maar ook veel mensen van buiten zetten hier een stap over de drempel. ‘Veel klanten die hier niet meer wonen komen alsnog omdat ze mijn vader hebben gekend’, zegt Van Eesteren.

Los van wat inwoners die volgens Van Eesteren bijklussen als knipper in een garagebox is zij de enige officiële kapper in het dorp. ‘Vroeger had je hier sowieso meer’, gaat ze verder. Maar in de afgelopen jaren zijn de slager en de bakker verdwenen. In 2020 hield café de Put op te bestaan, waarop de biljartclub verplaatste naar dorpshuis De Ankerkuil. ‘Jullie komen uit Amsterdam?’, vraagt Van Eesteren opgetogen, terwijl ze de eerste plukken knipt. ‘Wat grappig’. Ze had dezelfde dag nog een anonieme brief ontvangen van een kapper uit Amsterdam. ‘Graag wil ik jullie een hart onder de riem steken’ stond aan het begin. Echter, Van Eesteren ontving niet alleen een brief: sinds een paar maanden gaat de telefoon van de kapsalon onafgebroken. ‘Ik heb al RTL Nieuws, RTL Z, RTL Late Night, de NOS, Telegraaf, Hart van Nederland en Brabants Dagblad aan de lijn gehad.’ Niet voor een kappersafspraak, de reden is simpelweg tragisch: sinds 11 november hangen er donkere wolken boven het dorp.

‘Moerdijk kan verdwijnen’, deelde de Burgemeester Aart-Jan Moerkerke diezelfde dag mee. Het dorp, omringd door water, spoor, de A16 en A17, een industrieterrein en de haven, wordt al sinds de jaren ‘90 bedreigd. Toch lijkt deze keer het woord beklonken. In 2023 wees het Rijk het naastgelegen industrieterrein aan als noodzakelijke plek voor de bouw van twee nieuwe energiestations. Twee jaar later concludeert de gemeente dat hiervoor alleen plek is aan de oostelijke kant; daar waar Moerdijk nu nog ligt. ‘Met ratio in het hoofd, maar met pijn in het hart’ stemde ook het gemeenteraadslid … in met de opheffing van het dorp, ten bate van de industrie. Hij was niet de enige. Achttien anderen volgden hem. Slechts drie raadsleden van Onafhankelijk Moerdijk keerden zich tegen het plan van het College. 

Hans van Brenkelen, gemeenteraadslid voor Onafhankelijk Moerdijk (OM), is daarnaast voorzitter van de Postduivenvereniging Ons Genoegen Zevenbergen. Op zijn website poseert hij lachend met zijn postduif, die  – zoals hij schrijft – in 2024 winnaar was van de Morlincourt RCC-West Brabant 2000, dé postduifwedstrijd van Roosendaal. Zelf woont Van Brenkelen in het naastgelegen Zevenbergen en kent hij geen postduif liefhebbers in Moerdijk. Ondanks dat het verdwijnen van Moerdijk daarmee geen invloed heeft op zijn hobby, stemde zijn partij als enige tegen de opheffing van het dorp. Volgens fractievoorzitter Fens komt het besluit namelijk veel te vroeg. ‘Er is géén besluit van het Rijk. Er is géén wettelijke druk. Er is géén feitelijke noodzaak om nu een mandaat te verlenen’, staat als verklaring op de website van OM. 

De grote consensus binnen de gemeenteraad van Moerdijk staat haaks op de huidige tijdgeest. Impopulaire en ingrijpende besluiten zijn immers een zeldzaamheid verworden in de politiek. Sinds 2019 is Nederland in de ban van de stikstofcrisis, maar in die tijd heeft bijna geen enkele partij zijn handen durven te branden aan dit precaire dossier. Hetzelfde geldt voor het klimaat of de woningproblematiek. ‘Bouwen, bouwen, bouwen’, is het breed gedragen motto in Den Haag. Maar als het gaat om ingrijpende maatregelen zoals afschaffen van de hypotheekrenteaftrek of het belasten van vermogen, haakt het merendeel af. Waarom is Moerdijk een uitzondering op de regel? De plaatselijke VVD-fractievoorzitter Erik van der Linden hoeft niet lang na te denken. Volgens hem is de raad vanaf het begin goed meegenomen in de plannen van het bestuur, waaruit duidelijk naar voren kwam: er is geen andere keuze. Ine Kuijpers, raadslid voor D66, beaamt dat. ‘Het klinkt heel zuur, maar we hebben geprobeerd het beste eruit te halen. ‘Het is een duivels dilemma.’ De uitbreiding van de industrie in een andere richting had nog ingrijpendere gevolgen: dan hadden grotere dorpen zoals Zevenbergen of Klundert, die ook onderdeel zijn van de gemeente Moerdijk, eraan moeten geloven.

Op een grauwe novemberochtend nemen we eerst de trein naar Zevenbergen, dat samen met achttien andere dorpen onder de gemeente Moerdijk valt. Hier staat ook het gemeentehuis. Alhoewel het gebouw van buiten weinig tot de verbeelding spreekt, is het binnen goed toeven Op de verwarming is niet bezuinigd, er is gratis koffie en als kers op de taart: op de balie staat een schaaltje met pepernoten. Even verderop, in de kantine, heerst een ongedwongen sfeer. Er wordt gegeten, gelachen: eigenlijk alles wat je van een typische bedrijfskantine mag verwachten. Verder maakt Zevenbergen, net zoals het gemeentehuis zelf, qua architectuur geen wonderschone indruk. Maar vredig lijkt het er wel. Hier is het ‘Bene Est’, zoals op een gevel staat, dichtbij het station. Hoe hangt de vlag erbij in het dorp twee kilometer verderop, in Moerdijk? Omdat de bus maar eens per uur rijdt, proberen we in eerste instantie de reis liftend voort te zetten. Helaas wordt de opgestoken duim door meerdere automobilisten genegeerd dan wel beantwoord met een gewezen vinger, in de richting van de bushalte. Vijftig auto’s verder, een half uur later geeft eindelijk iemand gehoor aan ons signaal: het is de bus. Bus 218 om precies te zijn. De buschauffeur heeft de radio aanstaan. Hij zingt zachtjes mee met een van de hits van Suzan en Freek. Daarmee is gelijk ook alles gezegd: voor de rest is hij nors, net zoals de andere passagiers. Alsof ze ons mentaal willen voorbereiden op de sfeer die we zo direct zullen aantreffen in het dorp Moerdijk. Hoewel die in eerste instantie bedompen lijkt – aan de gevels hangen rijen met vlaggen halfstok – geldt dat niet voor de opgetogen Moerdijker Bob Spaans. Als we hem aanspreken is hij net bezig houten balken te laden en lossen, om er een nieuwe bak voor de kliko van te maken. Maar de gepensioneerde timmerman heeft alle tijd voor een gesprek. ‘Zolang het niet gaat regenen, vind ik alles best.’ Spaans woont al meer dan een halve eeuw in Moerdijk. Toch classificeert hij zich niet als een ‘echte’ Moerdijker. Daarvoor is volgens hem de geboorte een vereiste, zoals bij zijn vrouw Cocky en zijn schoonmoeder wel het geval is. Spaans’ schoonmoeder is niet alleen een geboren en getogen Moerdijker, maar met vierennegentig jaar de oudste nog levende Moerdijker.

Moerdijk is niet groot en daarom prima bewandelbaar. Of zoals Spaans het verwoordt: ‘Of je nou naar links of rechts gaat, uiteindelijk kom je toch weer op dezelfde plek uit.’ Desalniettemin staat hij erop ons een rondleiding te geven. Niet te voet, maar in zijn grijze Skoda. Als we, eenmaal  ingestapt, onze gordel proberen  vast te doen, kijkt Spaans verbaasd op. ‘Denk je dat we gaan vliegen?’. Hij bedoelt maar: Moerdijkers doen niet aan een veiligheidsriem. Spaans rijdt ons langs de begraafplaats, het dorpsplein, het verlaten café de Put en de haven. Tot slot maken we een uitstapje naar de rand van het dorp. Terwijl Nothing Really Matters van Metallica door de radio galmt, wijst Spaans op een gigantische loods inbouw aan de rand van Moerdijk. De industrie is niet meer ver weg. Ondertussen is de Skoda fanatiek gaan piepen en doet Bob toch maar z’n gordel om. 

Hoe nu verder? Er klinken plannen om voor de inwoners een dorp verderop te bouwen.

 Uit een rondgang onder bewoners blijkt dat vele daar positief tegenover staan. Tegelijkertijd roept het besluit ook veel vragen op. Spaans: ‘We zeuren al zestig jaar voor een fietspad van Moerdijk naar Zevenbergen’. Het fietspad kwam er nooit. Waarom zou het opnieuw bouwen van een dorp dan wel lukken, vraagt hij zich openlijk af. ‘We zijn, voor mijn gevoel, altijd een beetje een buitenbeentje geweest voor de gemeente.’ Dan: ‘Maar ja, dat is mijn persoonlijke gevoel.’ Bovendien stelt Spaans dat de gemeenschap in de afgelopen jaren al flink is veranderd. Natuurlijk, ‘een deel is ten hemelen gegaan.’ Maar, er is ook een groot deel vertrokken, verhuisd naar andere gemeenten. Volgens hem komt dat door de zogenoemde ‘blijf-regeling’, die de gemeente in 2015 in het leven riep. Dit houdt in dat Moerdijkers hun huis te allen tijde voor vijfennegentig procent van de taxatiewaarde aan de gemeente kunnen verkopen. Het idee is om hiermee financiële zorgen bij bewoners weg te nemen en te voorkomen dat zij uit voorzorg hun huis te koop aanbieden. Echter, Spaans spreekt liever van een ‘vertrekregeling’: voor velen was het juist een laatste zetje om het heft in eigen handen te nemen. Een deel van de bewoners wilde niet langer het lot van Moerdijk afwachten en vertrok.

Als je als kind kattenkwaad uithaalde in het dorp, wisten je ouders er al van voordat je thuis was, stelt Joyce Vink, die namens de jongeren sprak op de inspraakavond van de gemeente. Mandy, wiens echte naam bekend is bij de redactie, kan zich hierin vinden. ‘Iedereen kent elkaar en iedereen let op elkaar.’ Mandy hoopt dan ook dat Moerdijk een doorstart kan maken op een andere plek. ‘Het gaat om meer dan huizen. Mijn vrienden van de basisschool wonen hier ook nog steeds.’ Maar er is nog een ander probleem. Mandy werkt bij de viszaak Koman’s. Haar vader is eigenaar. Oorspronkelijk was het idee dat zij, samen met haar broer, op termijn de zaak zou overnemen. Maar, een verhuizing van het bedrijf is praktisch ingewikkeld. Zoals vader Jaco het in BN de Stem verwoordt: ‘We zouden misschien kunnen verhuizen, maar we vissen zelf ook nog vanuit de haven hier, dus daar zullen we niet op vooruitgaan.’ Voor diegenen die – om in Spaans’ vocabulaire te spreken – ‘ter hemelen zijn gegaan’, vormt een eventuele verplaatsing nog een grotere uitdaging. ‘Hier is laatst nog een goede vriend van mij begraven’, zegt Spaans, terwijl hij wijst in de richting van het kerkhof. Volgens het zogenoemde grafrecht mag iemand niet binnen tien jaar worden opgegraven. Hoewel verwacht wordt dat Moerdijk niet binnen die tijd van de kaart verdwijnt, is het de vraag tot wanneer bewoners in hun eigen dorp mogen worden begraven. ‘Ja, dat is wel een dingetje’, geeft ook Van Eesteren toe.

‘Laat dit niet gebeuren!’ Jullie moeten helemaal niets. Het enige wat jullie moeten doen is strijden’, staat onderaan in de brief van de kapper. Een deel van Moerdijk kan zich daarin vinden. Onlangs startte een groep bewoners de petitie ‘Sloop Moerdijk niet’, als laatste noodkreet. Inmiddels is hij al 7000 keer ondertekend. Andere Moerdijkers staan ambivalent tegenover de toekomst. ‘Ik ben niet de eerste die hier het licht uit doet, maar zeker ook niet de laatste’, stelt Van Eesteren. Bob en zijn levenspartner Cocky Spaans sluiten zich daarbij aan. Als we eenmaal thuis bij hen aan de koffie zitten met een Echte Enkhuizer Jodekoek, voor de helft bedekt met chocola, verzucht Cocky Spaans: ‘Ik zit niet te wachten om in een spookdorp te wonen.’ 

Sinds 11 november hangt bij meerdere gevels de vlag halfstok, uit onvrede over het besluit van de gemeente. Wat nu? Mandy haalt haar schouders op. In ieder geval hangt bij haar thuis de vlag niet aan de gevel. ‘Anders lijkt het alsof je je al hebt neergelegd bij het lot.’

Op 1 december maakte de gemeente Moerdijk bekend een besluit over de toekomst van het dorp uit te stellen. Misschien is het woord toch nog niet beklonken in het chronisch bedreigde dorp. 

Tekst Noam Grünfeld en Just Pallandt, beeld Rijksmuseum

Plaats een reactie