Brunette, Blanchette en Marie Antoinette: De boerenfantasie van de Franse koningin

Marie Antoinette is altijd al een betwist historisch figuur geweest, en het onderwerp van talloze verhalen, mythes en geruchten. Die zijn lang niet allemaal waargebeurd: de fameuze woorden ‘Qu’ils mangent de la brioche’ – ‘Laat ze dan taart eten’ – heeft Marie Antoinette bijvoorbeeld nooit uitgesproken. Maar andere verhalen bevatten wel een kern van waarheid. Zo is de anekdote dat Marie Antoinette zich graag als boerin verkleedde en op het landgoed van Versailles tussen haar schaapjes dartelde in de loop van de tijd misschien vertekend geraakt, maar hij berust wel degelijk op de werkelijkheid. Het verhaal van de Hameau de la Reine, het modelboerendorp van Marie Antoinette, laat zien dat de Franse koningin inderdaad niet altijd in touch was met de realiteit – maar ook dat de verhalen die we vertellen over historische figuren soms ingewikkelder in elkaar zitten dan de overlevering ons doet geloven.

Het moet een magische plek zijn geweest, onder de rook van achttiende-eeuws Parijs. Tussen de jasmijn- en rozenstruiken, de fruitbomen en de laurier stonden pittoreske oude huisjes aan de oever van een meer. Een beekje kronkelde door het gras en kwam uit in een gigantische grot, donker en vochtig. In de weilanden graasden Zwitserse koeien en donzige schapen, en in de wijnvelden hingen de druiventrossen laag bij de grond, zo vol waren ze. Het was de hemel op aarde – waarvan de poorten voor maar weinig mensen open zouden gaan. 

Dit was de Hameau la Reine: het modelboerendorp van Marie Antoinette, aangelegd tussen 1783 en 1786 door architect Richard Mique, en de plek waar de Franse koningin vaak wekenlang verbleef. Marie Antoinette zag de Hameau als haar toevluchtsoord, waar ze met haar vriendinnen kon ontsnappen aan het bedrukkende hof en kon genieten van het ‘simpele’ boerenleven. De zware baljurken en torenhoge kapsels werden verruild voor simpele jurken van mousseline en hoeden van stro met een brede rand, en in de Hameau konden gasten zich even op het platteland wanen: wandelen door boomgaarden en moestuinen, koeien en schapen aaien, en in de prachtige gebouwen genieten van melk, roomijs en vers fruit. De Hameau was een zogenoemde pleasure dairy of ferme ornée: het bevond zich op het kruispunt tussen functie en vermaak, een werkende boerderij die óók een lust voor het oog was. Maar met al haar pracht en praal was de Hameau de la Reine een wrange illusie, een lachspiegel waarin de realiteit werd verdraaid en vervormd. Het simpele plattelandsleven waar Marie Antoinette en haar gasten van droomden, bestond namelijk helemaal niet.

Het leven van echte Franse boeren leek in de verste verte niet op het paradijsje van de Hameau. Sinds het aantreden van Lodewijk XVI als koning in 1774 was het bestaan van het Franse volk steeds zwaarder geworden. Dat kwam in de eerste plaats door externe omstandigheden: het was het staartje van de Kleine IJstijd, en door kou en wispelturig weer mislukten de oogsten en stierf het vee, jaar in jaar uit. Maar in deze steeds hachelijker wordende situatie werden ze niet bijgestaan door het bewind van Lodewijk XVI, een vorst die kwistig met geld strooide – niet ten gunste van zijn volk, maar om oorlogen te voeren en het luxueuze leven aan het hof te financieren. Het Franse volk keek met lede ogen toe terwijl de bodem van de schatkist in zicht begon te raken en de honger toenam.

Marie Antoinette wilde dan wel de charme van het boerenleven ervaren, zó levensecht hoefde het nou ook weer niet. Op de Hameau hoefde niemand honger of kou te lijden – het was juist een plek van overvloed en luxe, maar dan wél in een volks jasje gestoken. Om zo ‘authentiek’ mogelijk te zijn zagen de huisjes er enigszins vervallen uit, met muren beschilderd alsof ze uit eeuwenoude, brokkelende stenen bestonden, het hout alsof het door wormen was aangetast. Maar het interieur was met marmer bekleed, het servies was van delicaat porselein met gouden randjes. Het was alle uiterlijke romantiek van het platteland, maar dan zonder de ontberingen van het echte boerenleven.

De bouw van de Hameau was voor het Franse volk dan ook een klap in het gezicht. Voor veel Fransen voelde het alsof Marie Antoinette hen belachelijk maakte: terwijl zij zwoegden in de velden om alle monden te kunnen voeden, dartelde zij rond in haar vergulde dorp alsof het boerenleven een eitje was. Erger nog, een deel van hun belastingcenten werd gebruikt om de Hameau te kunnen onderhouden. Allerlei roddels begonnen in Parijs en daarbuiten rond te waren: dat Marie Antoinette zich zou verkleden als melkmeisje om boerinnetje te spelen, en dat haar schapen geparfumeerd waren en zijden linten om hun nek droegen.

Ergens waren die geruchten ook waar. Marie Antoinette vond het namelijk heerlijk om met haar vrienden toneelstukken op te zetten en op te voeren in de jardin anglais van Versailles. In één van die producties, Two Hunters and a Milkmaid van Louis Anseaume, vervulde Marie Antoinette de rol van melkmeisje Perrette – en had ze dus het bijbehorende kostuum aan. Ook liet de koningin portretten schilderen waarop zij en haar vriendinnen, tegen de pittoreske achtergrond van de Hameau, poseerden in simpele plattelandskleding en zonder make-up. De geruchten waren misschien een overdrijving van hoe Marie Antoinette haar tijd in de Hameau meestal doorbracht, maar ze kunnen ook niet helemaal als een mythe worden bestempeld.

Het gedrag van Marie Antoinette in de Hameau viel niet in goede aarde bij een volk dat toch al niet zo’n hoge pet op had van zijn koningin. Dat was niet altijd zo geweest: aanvankelijk, toen Marie Antoinette in 1770 op 14-jarige leeftijd vanuit Oostenrijk naar Frankrijk verhuisde om met Lodewijk XVI te trouwen, werd ze door de Fransen geliefd en zelfs aanbeden. Maar al snel begon de publieke opinie zich te keren. Als koningin was Marie Antoinette niet erg zichtbaar voor het volk, en ze leek ook weinig met hen begaan. Ze begaf zich zelden buiten Versailles, en áls ze al door het publiek werd gezien, was ze meestal verwikkeld in ‘frivoliteiten’: sleeën, paardrijden, dansen. De gigantische feesten die ze organiseerde in de tuinen van Versailles leverden haar de bijnaam ‘Madame Deficit’ op. Verhalen over de Hameau de la Reine droegen alleen maar bij aan dit beeld van een lichtzinnige, kwistige koningin. Kwaadaardig was Marie Antoinette dus misschien niet, maar ze was ook duidelijk niet de vorstin die haar volk nodig had. 

Marie Antoinette was echter niet zo naïef dat ze geen idee had van de onvrede in het land – de bouw van de Hameau was zelfs bedoeld om haar reputatie een beetje op te krikken. Met haar modelboerderij wilde ze zich presenteren als lieflijk en moederlijk, zorgende voor haar tuinen en schapen zoals ze zich ook om het Franse volk bekommerde. In de Hameau stonden koeien met lieflijke namen als Brunette en Blanchette, en hun melk werd gebruikt voor heerlijke kazen, boter en andere melkproducten – zoiets hoorde toch bij een deugdelijke, zorgzame, en vooral ook vruchtbare moeder?

Over dat laatste bestonden bij de Fransen namelijk veel twijfels. Het duurde acht jaar voordat Marie Antoinette zou bevallen van haar eerste kind, en dat feit bleek een vruchtbare bodem voor allerlei roddels. Lodewijk XVI zou impotent zijn, niet in staat om een erfgenaam te produceren, en er gingen geruchten dat Marie Antoinette zich uit frustratie tot allerlei minnaars had gekeerd. Veel Fransen dachten dat ze de koning alleen maar bespeelde voor het geld — een golddigger avant la lettre — terwijl ze ondertussen bij andere mannen het bed in dook. Zelfs toen ze wel zwanger raakte, geloofden weinig mensen dat het kindje van Lodewijk was: namen van mogelijke vaders werden over en weer geroepen.

Met haar vredelievende boerinnenbestaan in de Hameau probeerde Marie Antoinette deze roddels voorgoed de wereld uit te helpen. Ze wilde zichzelf presenteren aan de Fransen als vruchtbaar, zorgzaam en puur – de perfecte moeder voor het volk. Maar de geruchtenmolen bleef draaien. Het feit dat Marie Antoinette zoveel van haar vriendinnen ontving in de Hameau, terwijl Lodewijk niet eens mocht blijven overnachten – wat deden al die vrouwen daar eigenlijk, als ze geen delicatessen aan het proeven waren of wandelingen maakten? 

Het plan van Marie Antoinette werkte dus averechts: het volk volhardde in zijn beeld van de koningin, en de Hameau deed niets om het leven van de Fransen te verbeteren. Terwijl Marie Antoinette en haar vriendinnen zich in een marmeren melkerij laafden aan zoet fruit en roomijs, werd de situatie in de rest van het landalleen maar benarder. De armoede en honger duurden voort: in de zomer van 1789 moest een arbeider tachtig procent van zijn dagloon afstaan om één brood te kopen. Langzaam begon een vlammetje van revolutie aan de Franse sociale orde te likken, gevoed door de woede over de slechte leefomstandigheden en het gat in de hand van koning Lodewijk. De Hameau de la Reine, als slechte parodie op het dagelijkse leven van miljoenen Fransen, was slechts olie op het vuur. 

Dat vuur zou uiteindelijk volledig ontbranden in juni 1789, toen het Franse volk zich tegen de koning keerde en het startschot voor de Franse Revolutie werd gelost. In oktober 1789 werden Lodewijk en Marie Antoinette door een woedende menigte Parijzenaren uit Versailles gesleurd en naar de hoofdstad gebracht, waar ze toe moesten kijken terwijl hun laatste restjes macht verdampten en Frankrijk een democratie werd. Op 16 oktober 1793 werd Marie Antoinette naar de guillotine geleid en geëxecuteerd. Ironisch genoeg was ze gekleed in een simpele, witte jurk – zo stond ze in haar dood misschien wel dichter bij het volkse leven dan ze in de Hameau ooit had gedaan.

De Hameau de la Reine, een baken van goede bedoelingen – maar vooral van overdadige luxe – droeg zo uiteindelijk bij aan de ondergang van de Franse koningin. De Hameau de la Reine was voor zijn koningin een klein paradijsje, maar voor de Franse boeren die het moest nabootsen was het een belediging – en of het nou helemaal terecht was of niet, het heeft de dartelende koningin uiteindelijk de kop gekost.

Tekst Jiske Benedictus, beeld Ieke Meijer

Plaats een reactie