Zoals het thema van de Babel-editie in je handen ‘wende’ luidt, ligt de sleutel tot een politieke wende eveneens in je handen. De verkiezingen komen eraan: het democratisch feest kan worden gevierd. Dat is een hele verantwoordelijkheid, en vraagt om een onderwezen keuze. Een onderwezen keuze vereist op zijn beurt het juiste onderwijs. Laten we daar eens naar kijken. Wat zien de partijen als ‘juist onderwijs’?
Allereerst lijkt het een gekke coalitie te gaan worden, hoe het ook mag lopen. Er zal flink gehusseld moeten worden met partijen en visies om tot de benodigde meerderheid van 76 zetels te komen. Zo stellen veel partijen niet met de Wilders te willen samenwerken, maar neemt zijn partij wel een groot deel van de zetels in. Een meerderheid kan worden bereikt door bijvoorbeeld een sociaal-liberaal kabinet met een oog op de kerk (GL/PvdA, CDA, VVD en D66), of een rechts-conservatief megakabinet (PVV, VVD, JA21, BBB, SGP, CU, FvD en NSC), maar die rieken al naar een vroege kabinetsval. Dat geldt eveneens voor de overige combinaties. Of er nu over links of rechts geformeerd wordt, de partijen die vijf of meer zetels lijken te behalen zullen de komende vier jaar (als het niet klapt) inspraak hebben op de koers van het onderwijs.
De PVV: Tien (min)punten
Het partijprogramma van de PVV is lekker kort, en zoals gebruikelijk niet nagerekend noch rijmbaar met de grondwet. De PVV stelt dat ‘links-liberale seksuele indoctrinatie’ (lees: les over gender en transseksualiteit) niet thuishoort in het onderwijs. De partij wil ook terug naar de binaire man-vrouw verdeling. In het kielzog daarvan ambieert Wilders een stop op onderwijs over klimaat en andere ‘linkse indoctrinatie’. Het programma stelt verder dat alle Bacheloropleidingen weer in het Nederlands gegeven moeten worden en het aantal internationale studenten maximaal beperkt moet worden. Voor de lezers die aanwezig waren op de UvA-protesten van mei 2024: je wordt het land uit gezet als je buitenlands bent of ontslagen als je een Nederlander bent. Stel je hebt een dubbele nationaliteit: pech, dat mag niet meer van de PVV, dus één van de twee. Gezien het ontbreken van een PVV-gunfactor wordt je waarschijnlijk uitgezet.
Hoewel de PVV stelt dat het met deze aanpassingen een goedkoper onderwijs bewerkstelligt, verhoogt de partij ook de btw op kunst en cultuur naar 21%. Dat zal in de literatuurkosten terug te zien zijn. Voor de student die vindt dat er nog best wat aan de grondwet gesleuteld mag worden en dat de uitbanning van asielzoekers een redelijke manier is om hun kansen op een kamer te vergroten, zou hier best iets in kunnen zitten.
GL/PvdA: Geld Leveren, Party voor de Academie
De sectie ‘onderwijs’ van het partijprogramma van de GL/PvdA valt kort samen te vatten als: we gaan het onderwijs tot de nok toe volpompen met geld. De betreffende euro’s dienen grotendeels van de sterkste schouders te worden gelicht, zoals bedrijven en rijken.
Wat extra last op deze sterke schouders helpt het onderwijs volgens GL/PvdA op verschillende manieren. De universiteitsfinanciën zullen bijvoorbeeld minder af hoeven te hangen van het aantal uitgereikte diploma’s. Ook voorziet het studenten van meer studiebeurs, wat tot minder hypotheekproblematiek door studieschuld leidt. De stagevergoedingen kunnen er ook mee worden verhoogd. GL/PvdA wil ook een terugdraaiing op de bezuinigingen van vorige kabinetten en een behalen van de Lissabon-doelstelling; het investeren van 3% van het nationaal inkomen aan onderzoek en innovatie.
Op papier is er zeer weinig dat de student niet zal bevallen in dit partijprogramma. De belofte van het te investeren geld is alleen nog niet nagerekend, en de toename van belastingen en afname in belastingkortingen voor de rijksten zullen zichzelf nog moeten uitwijzen. De liberale dreigementen met betrekking tot het vestigingsklimaat voor grote internationals zullen ongetwijfeld het gevolg zijn van een verwerkelijking van dit partijprogramma.
CDA: Regeling voor de regio
Het CDA ziet een case-by-case behandeling van de behoeften van universiteiten en studenten voor zich, waarin per regio gekeken wordt naar wat deze nodig hebben. Zo dienen de student-huisartsen en student-tandartsen meer verspreid te worden over het land. Verdere aandacht aan de regio wordt besteed in de vorm van huisvesting. Zo wordt de kostendelersnorm (als er meerdere volwassenen in een woning zitten is de kans op verlaging van je bijstandsuitkering groter) voor hospita’s en jongvolwassenen afgeschaft en tijdelijke contracten opgesteld met de gemeente. Volgens het CDA is een onderwijsinstelling deel van regionale kennisecosystemen, ‘waarin ieder doet waar hij goed in is’. Nu zou ik niet uit kunnen leggen wat het CDA bedoelt met ‘kennisecosysteem’, maar dat doet ze zelf ook niet.
Er zal ook gekeken moeten worden naar de regionale behoefte aan internationale studenten; de ene regio heeft meer ruimte voor de toegenomen druk op voorzieningen en huisvesting dan de ander. Tussen de regels door: Amsterdam op de rem, Maastricht lekker laten. Meevallers voor de student komen in de vorm van een beursprogramma voor excellente studenten en in het behalen van de Lissabon-doelstelling. Daarbij ziet het CDA toekomst in een verplichte cursus Nederlands als onderdeel van de propedeuse voor studenten uit het buitenland. Het onderwijsveld en werkgevers bepalen bij voltooiing hoeveel van deze studenten na hun studie in het land mogen blijven werken.
VVD: Oog op de (studie)bank
De VVD wil de trend van snellere doorstroom naar de arbeidsmarkt, met name tekortberoepen (ingenieurs, verpleegkundigen et al.), doorvoeren en versnellen. Net als de PVV willen ze een vermindering van het aantal internationale studenten, maar in plaats van ‘maximaal’, slechts een numerus fixus op het toegestane aantal. Ook hier dient de bachelor in het Nederlands onderwezen te worden, behalve als Engels vereist is voor de arbeidsmarkt, het vakgebied of de samenleving. Deze numerus fixus dient om ‘briljante’ studenten in Nederland te laten blijven, te zorgen voor instroom van de academische crème de la crème, niet voor iedereen die het simpelweg leuk en leerzaam vindt om in Nederland te gaan studeren. Daarbij wordt voor niet-EER-studenten (Europese Economsiche Regio) een ondergrens aan het instellingscollegegeld ingevoerd, want betalen zullen ze dan ook. Of dit dan niet geldt voor de ‘briljante studenten’ buiten de EER wordt niet geëxpliciteerd. De VVD wil verder het onderwijs beschermen tegen onvrije regimes (Yeşilgöz noemde UvA-demonstranten tegen de banden met Israël ‘puur tuig’) en het behoud van de basisbeurs. De partij wil ook beter informeren op baankansen, goedkoper collegegeld voor tekortberoepen en meer openheid over de onderzoeksfinanciering.
Al met al lijkt de VVD vooral gericht op de student zo kort mogelijk student te laten zijn, en zo snel mogelijk een werkkracht voor de arbeidsmarkt. Minder puur tuig, meer werktuig.
D66: de Bermudadriehoek van engagement
D66, vaak aangehaald als ‘onderwijspartij’, komt in haar programma met ‘vijf grote doorbraken’, waarvan de tweede ‘onderwijs op maat’ behelst. Bij D66 vindt de lezer vooral een gematigder versie van dat van PvdA/GL, met iets minder woorden en iets meer becijfering. Althans, naast de 86 pagina’s van het partijprogramma is er ook nog het ‘concept uitwerkingsprogramma’, wat het geheel meer richting de 200 pagina’s duwt. Een goed concept, maar de uitwerking is wat droog. Als je de inhoud van het gemiddelde boek van De Correspondent top vindt, maar het graag neergepend zou zien in een droger, meer puntsgewijs format, is dit partijprogramma op maat voor je gemaakt.
De onderwijspartij heeft daadwerkelijk plannen die de student goed zouden doen. Zo wordt de basisbeurs verhoogd met 166 euro. Het perfide leenstelsel (niet vergeten: mede mogelijk gemaakt door Deonderwijspartij66) wordt ook onder handen genomen: de rente op studieschuld wordt vastgezet op maximaal 2.5% en bij de pechgeneratie wil D66 überhaupt geen rente rekenen op studieschuld. Een andere opsteker is een beoogd wettelijk minimum op de stagevergoeding. Dat scheelt slokken op meerdere borrels.
Ook krijgen onderwijsinstellingen een ‘zorgplicht’. Ter bevordering van het mentale welzijn van de student wordt met het versoepelen van de regels rondom het huren en delen van woningen een toename van het aantal studentenhuizen gerealiseerd. Tegelijkertijd krijgen MBO’ers dezelfde toegang tot huisvesting, dus voor de WO-student een toename in zowel het aantal huizen als concurrenten op de woningmarkt. Overigens wil D66 net als vele partijen een hervorming van de universiteitsfinanciering: instellingen ontvangen minder geld per ingeschreven student in ruil voor een hoger vast bedrag. Tenslotte zullen liefhebbers van de gesloten ambiance die de spiksplinternieuwe UB heeft balen: D66 gooit de poortjes open onder het mom van universele toegang. Studenten zullen binnenkort niet meer alleen onderling hoeven vechten om plek, een heel leger van vreemde tegenstanders schuilt achter de horizon.
JA21: De relatietherapeut van PVV en VVD
JA21 lijkt voor veel teleurgestelde (centrum)rechtse stemmers het juiste antwoord te worden op de vraag: wat nu? Daarmee is de vraag wat JA21 nu met het onderwijs wil. Maar liefst twee van de drie pagina’s in de sectie ‘onderwijs, cultuur en wetenschappen’ betreffen het hoger onderwijs.
Allereerst een riedeltje dat we inmiddels kennen: de moerstaal centraal. Ook JA21 wil Nederlands horen weerklinken door de collegezalen. Daarnaast willen ze een financieringsmodel op basis van kwaliteit, relevantie en maatschappelijke impact. Die laatste twee worden verduidelijkt als ‘maatschappelijke behoefte of vraag vanuit het bedrijfsleven’. Wie dan ‘relevantie’ of ‘maatschappelijke behoefte’ invulling mag geven blijft onuitgewerkt. Maar niet getreurd! Ook als Joost Eerdmans de financiering van je pretstudie torpedeert omdat hij deze ‘irrelevant’ acht, blijft er als het goed is wat geld over met het ongedaan maken van de bezuinigingsplannen van het vorige kabinet. De Nederlandse student kan ook rekenen op voorrang bij inschrijving en huisvesting. Dat alles koop je voor de luttele prijs van ‘activisme-vrij’ onderwijs, waarin ‘de docent zijn persoonlijke of maatschappelijke overtuigingen niet aan zijn studenten opdringt’. Helaas zullen we nooit weten welke overtuigingen dit zijn, want het stuk wordt snel opgevolgd door een reeks strafmaatregelen bij schending van deze nieuwe standaard en een verloochening van het ‘zwichten’ van de universiteiten wanneer ‘druk wordt uitgeoefend om banden met Israëlische onderwijsinstellingen op te schorten of te beëindigen’.
Wat is relevant? Welke overtuigingen, maatschappelijk of persoonlijk, zijn de verkeerde? Gezien het juiste antwoord uitblijft moeten we maar zeggen dat Joost het mag weten. Was het allemaal maar zo doorzichtig als zijn bril.
SP: Studenten verenigt u!
Ach, de SP. Het laatste bastion van klassiek socialistsich gedachtegoed, waarvan het bestaansrecht in Groningen als aardgas uit de grond gepompt lijkt te worden. Ook dit jaar doen de socialisten mee, en willen ze met een dikke, rode marker het systeem op de kolenschop gooien.
Met de hamer wordt op de studieschuld rente ingeramd tot deze 0% is, terwijl de sikkel het leenstelsel terug naar de studiebeurs snijdt. De partij ziet een ‘ruimhartige compensatie’ voor de vervreemde pechgeneratie voor zich. Aan de huidige studenten wordt er een hogere basisbeurs gegeven . De SP wil ‘onderwijs voor de 21e eeuw’, waar iedereen gratis zal kunnen studeren.
De SP meent dat ‘de grootste doorbraken uit de onverwachte hoek komen’, en dus wil de partij ongericht onderzoek beter financieren, met minder concurrentiedrang en meer focus op vrijheid en nieuwsgierigheid in onderzoek. In dat straatje wil de SP ook dat het grote geld uit de collegezalen verdwijnt, zodat er zonder belangenverstrengeling onderzoek kan worden gedaan. Hiervoor wordt een onafhankelijk fonds opgericht. De wetenschappelijke publicatie zal ook onvervreemd in handen blijven van de betreffende wetenschapper. Verder wil de SP naar een universitair verdienmodel dat niet afhankelijk is van de internationale werving van studenten, en Nederlands de academische voertaal maken. Tenslotte wordt er in de heilstaat van de SP een minimum stagevergoeding vereist en de democratische zeggenschap van studenten in de universiteit vergroot.
Al met al is er ook veel winst voor de student bij de SP, al zal er voor intrede in een coalitie met mildere partijen wat glasnost nodig zijn.
BBB: Buik Boven Brein
Met één been in de Tweede Kamer en het ander op de groentemarkt, werkt de BBB aan ‘HBO en wetenschappelijk onderwijs met wortels in de praktijk.’ Nu weet ik niet wat HBO en wetenschappelijk onderwijs met wortels aan moeten, maar het zal de boeren vast goed doen om een nieuwe afzetmarkt te hebben.
Op pagina 106 lezen we: ‘BBB wil: Haatdragende demonstraties en vernielingen’. Tot dusver niets nieuws, we kennen ze natuurlijk van de boerenprotesten. Het lijkt echter op een ongelukkige keuze in het format, want in de kleine letters daaronder legt de partij uit dat er sterker en sneller optreden verwacht wordt van de onderwijsinstellingen die dit soort demonstraties ondergaan. Een praktisch idee, maar men kan zich afvragen wat de BBB doet als de trekkers richting de Oudemanhuispoort trekken. Afijn, een dergelijke botsing van belangen blijft waarschijnlijk uit. Overigens zijn er wel nog meer aandachtspunten voor de BBB-eindredactie (‘wij stimuleren grensoverschrijdende samenwerkingen tussen onderwijsinstellingen’). Misschien dat de onderwijsplannen van de partij dit soort kleinigheidjes kunnen voorkomen.
Zo wil de BBB wil meer Nederlands in het hoger onderwijs, een stop op de inhuur van ‘allerlei externen’ (consultants en beleidsadviseurs) zonder directe toegevoegde waarde aan het onderwijs, onderzoek naar een prijsplafond op de studieschuld van de pechgeneratie en verder onderzoek naar een numerus fixus op het aantal internationale studenten.
Opvallend is dat de ‘W’ van ‘WO’ het nogal te verduren krijgt in de plannen van de BBB. Dat komt niet geheel uit de lucht vallen voor een partij die opgericht is op basis van een stellig ‘nietes’ van boeren tegenover het ‘welles’ van klimaatwetenschappers. Dat leidt in zwart op wit tot ietwat bizarre en gevaarlijke maatregelen. Zo lezen we: ‘Wetenschappelijke modellen kunnen ter ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek en politieke besluitvorming nuttig zijn. Menselijke besluitvorming moet echter altijd leidend zijn en de uitkomsten van modellen moeten altijd door mensen op hun waarde worden getoetst.’ Dat gebeurt natuurlijk al. De manier waarop de BBB dit bedoelt lijkt waarschijnlijk meer op ‘mensen ervaren een asielcrisis’ à la Dick Schoof. Mensen kiezen altijd de waarde van een wetenschappelijk model, omdat mensen – wetenschappers – het maken en publiceren, en de menselijke besluitvorming gebruikt wordt in het kiezen waar daadwerkelijk onderzoek naar wordt gedaan. Wat de BBB bedoelt is dat wetenschap getoetst moet worden aan het onderbuikgevoel. Het ‘Mensen ervaren geen klimaatprobleem’ à la Caroline van der Plas.
Mocht je een nietsontzeggende liefde hebben voor de veestapel, een hekel hebben aan de wetenschap en de spelfout een charmant gegeven vindt, dan is er voor de student een warm nest in de brakke, dichtgeslibde en met algen bedekte slootjes van de BBB.
Stemmen
Het lijkt er op dat we – in welke coalitie dan ook – met zekerheid kunnen zeggen dat er in de komende coalitie aandacht besteed zal worden aan het Nederlands in de collegezalen, de pechgeneratie een vorm van tegemoetkoming wacht en de hoeveelheid internationale studenten omlaag wordt gehaald. De partijen hierboven zijn het daar redelijk over eens. Maar wie precies de details mag gaan vormgeven, en op welke manier is aan jou. Uiteindelijk is het zo dat de partijen zich steeds meer wenden tot de eindeloos grijzer wordende demografische massa’s boven ons. Die zijn bij elkaar goed voor een hoop meer stemmen dan de studenten in Nederland. Ik zou durven te stellen dat een dergelijke wending bij sommige van de partijen in dit stuk te zien is. Maar is dat een reden om niet te stemmen? Laten we wel wezen: als student heb je meer ruimte en tijd dan anderen om idealistisch te zijn, nog ongeremd door de tijdrovende lasten van kinderen, een hypotheek en een vaste baan. Laten we op woensdag 29 oktober een heel klein beetje van die tijd en een heel groot beetje van dat idealisme gebruiken om een stembus te vinden. Zo zien de komende vier jaar er voor jou het eerlijkste uit.
Tekst Job Korten, beeld Ieke Meijer
