Tekst door Suzanne Toussaint, beeld door Alicia Koch
Amsterdam is een wereldstad. Het is alleen jammer dat het steeds minder voelt als een woonstad. Ik neem je mee in de wereld van vakantieverhuur, rolkoffers en waarom een studentenkamer nu net zoveel kost als een koeienstal in Drenthe. Wat doet toerisme met een stad die eigenlijk al vol is?
De meeste studenten hebben zich er vast weleens aan geërgerd: toeristen die zich op gehuurde fietsen een weg door Amsterdam proberen te banen. Met een fietsniveau waar menig Nederlander pas op uitkomt na vier biertjes en een handvol shotjes, slingeren ze over de weg. Alsof het fietsen zelf (als je het überhaupt zo kan noemen) nog niet gevaarlijk genoeg is, hebben ze uiteraard ook nog een telefoon in hun hand om de nodige foto’s en filmpjes te kunnen maken.
Een buitenlandse wegpiraat op een krakkemikkig fietsje is echter maar een klein onderdeel van de problemen die de enorme hoeveelheid toeristen in Amsterdam met zich meebrengt. In 2023 (de cijfers van 2024 zijn nog niet bekend) bezochten 24,5 miljoen unieke bezoekers onze hoofdstad. Daarvan waren 15,1 miljoen bezoekers er enkel voor een dagje, maar omdat sommige mensen vaker voor een dagje naar de stad kwamen, zorgden deze mensen in totaal voor 25,4 miljoen dagbezoeken. Ook wel logisch: je kan niet op een enkele dag én het Anne Frank Huis bezoeken én het Rijksmuseum bezichtigen én een rondvaart over de grachten maken én op de Albert Cuypmarkt een portie poffertjes halen. Verder bleven 9,4 miljoen mensen minimaal 1 nachtje slapen. eel mensen bleven echter wel meer dan 1 nacht: gemiddeld sliepen overnachters 2,36 nachten in Amsterdam. In totaal waren er dan ook 22,1 miljoen overnachtingen. Naar verwachting gaan deze aantallen, en daarmee ook de problemen, in de komende jaren alleen maar verder toenemen.
Deze cijfers zijn helemaal duizelingwekkend als je bedenkt dat toeristen zich vooral in de binnenstad begeven. Hoewel de buitenwijken hartstikke leuk zijn, heb ik nog geen enkele rondvaartboot door de Slotervaart zien varen en in het Amsterdamse Bos hoor je voornamelijk dingen als ‘Fikkie, hier!’ in plaats van gidsen met gekleurde vlaggetjes die in gebroken Engels vertellen dat een deel van het bos is aangelegd door Nederlandse dwangarbeiders in de Tweede Wereldoorlog.
Naast een hoop fietsongelukken zorgen al die toeristen voor andere problemen, waar vooral de Amsterdammers last van hebben. Dat je in Amsterdam meer betaalt voor een kamertje in het centrum dan voor een huis met drie hectare grond en een shetlandpony in Groningen, komt mede door de opkomst van vakantieverhuur. Steeds meer woningen worden aan toeristen verhuurd via platforms als Airbnb, en verdwijnen zo van de reguliere woningmarkt. Ook worden panden omgevormd tot bijvoorbeeld hotels, waardoor het aantal beschikbare woningen verder afneemt.
Bovendien zorgen toeristen voor veel overlast. Als je op miraculeuze wijze toch een plekje in het centrum hebt weten te bemachtigen, dan is de kans groot dat je om half vier ’s nachts wakker wordt van een dronken toerist (of nog erger: een hele groep) die het Wilhelmus ten gehore brengt alsof diegene nog steeds in de karaokebar staat. Dit heeft het gevolg dat veel mensen de stad verlaten en op zoek gaan naar een plek waar ze ‘s nachts wél kunnen doorslapen.
Dat je in Amsterdam meer betaalt voor een kamertje in het centrum dan voor een huis met drie hectare grond en een shetlandpony in Groningen, komt mede door de opkomst van vakantieverhuur.
Hiermee wil ik niet zeggen dat toerisme alleen maar slecht is. Toeristen zijn, met al het geld dat ze uitgeven aan overnachtingen, museumbezoeken, rondvaarttickets en klompen waar tulpen uitgroeien, een belangrijke bron van inkomsten voor de stad. Daarnaast zorgt toerisme ook voor veel werkgelegenheid. Het creëert onder andere banen in de horeca, luchtvaart, musea, detailhandel en in de zorg: al die gebroken botten – van Amsterdammers die van hun sokken worden gereden door fietsende toeristen – worden niet door de kapper gezet. In totaal waren er in 2023 bijna 75 duizend banen in de toerismesector in Amsterdam. Toerisme levert dus ook zeker wat op.
Zo vergroot toerisme het aanbod van winkel- en horecavoorzieningen. Een hogere kwantiteit betekent alleen niet automatisch een hogere kwaliteit. Ondernemers spelen in op de wensen van toeristen in plaats van op die van lokale bewoners, aangezien toeristen meer geld opleveren. In het centrum verdwijnen daardoor de bruine kroegen, de buurtwinkel van Ome Jan en Henny’s viszaak met zijn lekkere broodjes paling. In plaats daarvan wordt er plaats gemaakt voor souvenirwinkeltjes, hippe matchacafés (overigens niks tegen matcha) en de crêpe- en wafelshops waar je diabetes type 2 van krijgt door er alleen maar langs te lopen. De locals zetten het op een lopen (als ze dat nog niet gedaan hebben) omdat er niet meer aan hun behoeftes voldaan wordt. Door het verdwijnen van de oorspronkelijke bewoners, wordt er echter alleen maar meer ruimte gemaakt voor stroopwafelwinkeltjes waar je voor €7,50 een lauwe stroopwafel met wat chocola kan kopen.
Dan hebben we het nog niet eens gehad over alle andere problemen: van milieubelasting door de vele vliegtuigen, tot criminaliteit, vandalisme of de eeuwige wietgeur die in de stad hangt. Duidelijk is dat het anders moet. Door de gemeente zijn daarom veel maatregelen genomen om overlast tegen te gaan en de leefbaarheid voor lokale bewoners te vergroten. Daarnaast pleiten deskundigen, zoals Johan Idema, schrijver van het boek How to be a better tourist, ervoor om toeristen bewust te maken van hun gedrag. Ik denk echter dat ook wij, inwoners van Amsterdam (en daartoe reken ik tevens de studenten die niet in Amsterdam wonen, maar hier wel dagelijks te vinden zijn voor hun studie), iets kunnen doen tegen de problemen van toerisme.
Begin eens met het kiezen voor winkels en horecagelegenheden die er níét uitzien alsof ze zijn ingericht voor mensen met een rolkoffer en een ‘I love Amsterdam’-hoodie. Dus geen viral Korean sandwich bij Chun Café, maar een broodje halfom van Broodje Mokum. Daarmee steun je de lokale ondernemers en stimuleer je een aanbod dat niet volledig draait om poffertjes en pannenkoeken. Hou daarnaast ’s avonds rekening met de mensen die wél gewoon om 07:00 op moeten en verhuur je kamer niet op Airbnb aan een groepje Canadese vrijgezellen met matching T-shirts. Met een beetje geluk hoeven we dan straks niet met z’n allen naar Purmerend te verhuizen voor een beetje rust (overigens ook niks tegen Purmerend).
Net zoals fietsen, grachten en klagen over het weer, hoort toerisme bij Amsterdam. Alleen wanneer de balans tussen leuke toeristen en problematische vakantiegangers de verkeerde kant opgaat, wordt het tijd om ons af te vragen in wat voor stad we willen wonen en hoe we daar zelf aan bijdragen. Bewust kiezen waar je eet, wat je koopt en hoe je je gedraagt in de openbare ruimte is misschien een kleine moeite, maar het maakt een groot verschil. Dus steun de stad: koop kaas bij Kees en niet bij de Amsterdam Cheese Company.
